In het digitale tijdperk van muziekstreaming is het een zeldzaamheid geworden om volledige albums te beluisteren, maar echte muziekliefhebbers weten dat het luisteren naar een album van begin tot eind een unieke ervaring kan bieden. In de reeks 'Vinyl Verhalen' neemt Dennis Mikhout elke week een iconisch muziekalbum onder de loep. Tijdens deze ontdekkingsreis onthult hij de verhalen achter deze albums, variërend van klassieke studiomeesterwerken tot memorabele live-opnames, ongeacht het genre en tijdperk. Deze week: #1 Record van Big Star.

Door: Dennis Mikhout

In 1972 verscheen in de Verenigde Staten een album dat vandaag de dag vaak wordt genoemd in lijstjes met de beste debuutplaten aller tijden. Het heette ironisch genoeg #1 Record en was van een relatief onbekende band uit Memphis: Big Star. Ondanks de veelbelovende titel en lovende kritieken werd het album destijds nauwelijks verkocht. Toch geldt ‘#1 Record’ nu als een blauwdruk voor alternatieve rock, een plaat die de fundamenten legde voor generaties bands zoals R.E.M en Wilco.

Big Star werd opgericht door Alex Chilton en Chris Bell, twee jonge muzikanten die elkaar vonden in hun liefde voor melodieuze pop, geïnspireerd door The Beatles en The Byrds. Chilton was op dat moment al geen onbekende: als tiener had hij in de band The Box Tops een grote hit gescoord met The Letter. Maar hij zocht meer creatieve vrijheid. Bell, een getalenteerde songwriter en gitarist, was de drijvende kracht achter het idee om een nieuwe band te vormen.

De naam van de band kwam van een supermarktketen in Memphis. Net als de naam van hun debuutalbum, ‘#1 Record’, was het een knipoog naar succes. Ironisch genoeg zou dit in de praktijk nogal wrang uitpakken.

Het album combineert heldere gitaarriffs, meerstemmige zang en scherpe melodieën met een melancholische ondertoon. De invloed van The Beatles is duidelijk hoorbaar, maar Big Star voegde daar een meer rauwe, Amerikaanse directheid aan toe.

De opnames vonden plaats in de Ardent Studios in Memphis, waar Chris Bell al ervaring had opgedaan. Samen met producer John Fry werkte de band in een ontspannen maar geconcentreerde sfeer. Ardent stond bekend om zijn technische precisie, en dat hoor je terug op de plaat: de gitaren klinken glashelder, de stemmen bijna perfect in balans. Maar door de nodige wrijving en frustratie binnen de band klinkt het album op sommige momenten zeer intens. Geen makkelijke opname sessies dus.

Twee sleutel tracks:

'Thirteen': Misschien wel hét kroonjuweel van ‘#1 Record’. Met slechts een akoestische gitaar en een ingetogen zangpartij schilderen Chilton en Bell een beeld van tienerliefde: onschuldig, hoopvol en kwetsbaar. Regels als 'Would you be an outlaw for my love?' en 'Won’t you tell your dad, ‘Get off my back'” vatten perfect de spanning van jong zijn en verliefd worden samen. Het is een nummer dat klein klinkt, maar door zijn eerlijkheid en eenvoud een enorme emotionele lading draagt. Geen wonder dat 'Thirteen' vaak wordt genoemd als een van de mooiste liefdesliedjes in de popgeschiedenis.

'In the Street': Waar 'Thirteen' zacht en dromerig is, laat 'In the Street' de jeugdige energie van Big Star horen. Het nummer is rauw, uptempo en draait om vriendschap, vrijheid en rondhangen zonder veel geld op zak – herkenbaar voor iedere jongere. De gitaren klinken los en direct, de zang is brutaal en zelfverzekerd. Decennia later kreeg het nummer een tweede leven als titelsong van That ‘70s Show (in een coverversie van Cheap Trick), waarmee het alsnog een groot publiek bereikte. 'In the Street' laat horen hoe tijdloos Big Star’s geluid eigenlijk is.

Waarom het geen hit werd

Ondanks lovende recensies (onder andere in Rolling Stone Magazine en het Nederlandse Oor) flopte ‘#1 Record’ totaal. De belangrijkste reden was niet de muziek zelf, maar de distributieproblemen. Het album verscheen via Ardent Records, dat een deal had met Stax. Stax was een label met een ijzersterke reputatie in soul en R&B, maar ze hadden weinig ervaring met rockplaten en beschikten over een gebrekkig distributienetwerk.

Tot overmaat van ramp had Stax net een zakelijke breuk met hun distributeur Atlantic achter de rug. Daardoor lagen de platen van Big Star niet in de schappen, zelfs niet toen recensies lovend waren en radiostations bereid waren het album te draaien. Veel platenzaken konden het simpelweg niet bestellen, hoe enthousiast het koperspubliek ook was.

Het gevolg was grote frustratie binnen de band. Chris Bell raakte teleurgesteld en verliet Big Star korte tijd later. Voor hem voelde het alsof zijn grote kans verloren was gegaan.

Dit alles groeide uit tot een schoolvoorbeeld van hoe een klassieker kan mislukken om puur praktische redenen. Muzikaal stond het album als een huis, maar slechte distributie en ongelukkige timing zorgden ervoor dat bijna niemand het destijds kon horen. Pas veel later, toen bands als R.E.M. en The Replacements hun bewondering uitspraken, kreeg het de status die het verdiende.

Vandaag de dag wordt ‘#1 Record’ beschouwd als een klassieker, vaak genoemd in lijstjes van beste albums aller tijden. Het ironische blijft dat de titel nu bijna terecht klinkt. Niet in verkoopcijfers, maar in invloed.