Raamsdonk was een deel van een middeleeuwse parochie waarvan de naam voor het eerst in 1273 als ‘Dunc’ in de akten wordt genoemd. Een ‘dunc’ of ‘donk’ is een zanderige heuvel in een moerassig gebied. In zo’n gebied ontstonden langs en op de zandruggen nederzettingen. De oudste ontginningen in De Langstraat vonden plaats vanaf 1000 jaar na Christus vanaf de zuidoever van de Maasloop. Van de turfvaarten die tussen 1200 en 1750 zijn aangelegd ter ontsluiting van de veengebieden is niets bewaard gebleven. Rond de 12e en 13e eeuw ontstonden langs deze zandrug dorpen als Raamsdonk, Waspik en Capelle. Oorspronkelijk bevond de dorpskern van Raamsdonk zich op de locatie waar nu nog de Lambertuskerk staat. Het dorp werd tijdens de Sint-Elisabethsvloed op 19 november 1421 grotendeels verwoest en daarna een paar honderd meter zuidelijker weer opgebouwd. Tegenwoordig is Raamsdonk een in een fraaie landelijke omgeving gelegen agrarisch dorp met tal van karakteristieke Langstraat-boerderijen. Op 18 januari 1913 werd in dit dorp in huis A49 Margaretha Dirkje Maria (Gré of Greet genoemd) Konings geboren. Gré Koning een dochter van de op 23 november 1880 geboren Pieter Arnoldus ‘Piet’ Konings en de op 17 januari 1893 in Capelle geboren Cornelia Lamberdina de Bruijn. Gré overleed op 1 november 2004 op 91-jarige leeftijd en is begraven op de oude begraafplaats achter de Lambertuskerk.

Gré Konings was een veelzijdig persoon. Zij was onder meer van 1932 tot 1956 onderwijzeres aan de Hervormde Lagere School in Raamsdonk-dorp en van 1956 tot 1973 op de Chr. Pedagogische Academie ‘Juliana van Stolberg’ te Gorinchem. Ze schreef lees- en taalboeken voor de lagere scholen, was oprichter en jarenlang presidente van de voormalige vereniging van plattelandsvrouwen, lid van de toenmalige toneelvereniging ’t Clubke, bestuurslid van Woningbouwvereniging ‘Volksbelang’, ruim 25 jaar lid Oranjecomité, lid van de Stuurgroep die zich in de jaren 80 beijverde voor leefbaarheid in haar dorp en was jarenlang bestuurslid van de Stichting Bibliotheek Raamsdonksveer en Raamsdonk-dorp. Verder was zij regisseuse van toneelstukken en gaf ze als logopediste in de avonduren les aan Raamsdonkse kinderen alsook aan verpleegpatiënten van Verpleeghuis St. Agnes die kampten met spraakmoeilijkheden. Verder was zij in september 1989, als mede-regisseur en rolspeler actief betrokken bij een groot Openluchtspel t.g.v. het eeuwfeest van de parochie Sint Bavo. In maart 1997 kwam het door haar geschreven en door Vèrse Hoeven uitgegeven boek ‘Jeshua’ uit. In de jaren vijftig droeg ze in een radioprogramma van de NCRV in Raamsdonks dialect ‘Brabantse Vertellingen’ voor over haar geboortedorp. Later schreef ze onder de titel ‘Het Raamsdonk van toen’ eveneens over Raamsdonk. Verhalen die een mooi beeld geven van het leven in het dorp Raamsdonk van weleer…

Kantoorhouder P.T.T.

“Raamsdonk vroeger is in mijn herinnering ’n mooi, klein en vooral groen dorpje. Bijna overal stonden bomen voor de huizen. Het dorp was niet meer dan één lange straat aan weerszijden waarvan je de polder in keek. De weilanden waren omzoomd met knotwilgen. Dàt dorpje is er niet meer”, begint Gré haar verhaal in ‘Het Raamsdonk van toen’. “Ik ging naar de protestantse school, met een schortje voor en wit geschuurde klompjes aan met een riempje erover. We konden heel rustig over straat lopen, want verkeer was er nog niet. De enige auto die er toen in Raamsdonk was, hoorde toe aan de eigenaar van leerlooierij Van Dongen. En die auto stond meestal op stal.” In 1933 liet vader Piet Konings aan de Schansstraat A236 (nu nr. 47), op een voormalige akker, een huis bouwen. Zij schrijft daarover: “Mijn vader was in het dorp kantoorhouder van de P.T.T. Hij was heel lang bang dat hij nog eens overgeplaatst zou worden. Dat wilde hij niet, want hij was net als ik heel erg gehecht aan Raamsdonk. Onze familie, en daar heb ik een stamboom van, woont hier al eeuwen. Toen hij tenslotte de zekerheid had dat hij in Raamsdonk kon blijven, heeft hij het huis met daaraan een kantoorruimte laten bouwen.”

Protestanten en katholieken

De familie Konings behoorde tot het protestantse deel van de Raamsdonkse bevolking. “Dat was een minderheid; we hielden het er altijd op dat een derde protestant was en twee derde katholiek. Het merendeel van de protestanten was hervormd. We hadden met de Lambertuskerk een eigen kerk, maar de dominee hadden we samen met de protestanten in Raamsdonksveer. Door het werk van mijn vader behoorden we tot wat je de gegoede stand zou kunnen noemen. In de kerk hadden we een familiebank waar we met het hele gezin een plaats hadden. Ik weet niet anders dan dat de katholieken en protestanten altijd heel vriendelijk met elkaar optrokken. Alleen gemengde verkering, dat kwam nooit voor. De dominee die mij gedoopt heeft kwam uit Raamsdonksveer. Dat is trouwens met meer dingen zo gegaan. In 1929 is bijvoorbeeld het gemeentebestuur van Raamsdonk naar Raamsdonksveer verhuisd. Het oude raadhuis aan de Molenstraat werd toen een landbouwschool en bij de bevrijding in 1944 door de Duitsers vernield.” Het hardstenen beeld van Vrouwe Justitia, dat het raadhuis al sinds 1771 sierde, werd teruggevonden in de puinhopen en opgeslagen. In 1965 kreeg het een plaats aan de toen net opgeleverde ambtswoning van de burgemeester aan de Burg. Prinssenlaan 45 in Raamsdonksveer. Na de verkoop van de ambtswoning en de opgeleverde verbouwing van het huidige gemeentehuis kreeg Vrouwe Justitia op 25 mei 1994 aan de Vrijheidstraat haar huidige standplaats.

Pispotmodellen en zouter zout

In de jeugdjaren van Gré Konings werkten veel Raamsdonkse mannen in de landbouw en in de schoen- en lederwarenfabrieken in Waalwijk en omgeving. De overige mannen werkten op verschillende bedrijven in Raamsdonk zelf. “Ze waren in dienst van de schoenfabriek van Van der Westen, Bierbrouwerij ‘De Wereld’ van Van Iersel, de steenkolenhandel van Snijders en de molen van De Bruijn. Diens molen is in 1933 in brand geraakt; ik zie nog hoe de wieken vlamvatten en toen begonnen te draaien. De molen is hersteld en heeft later nog met motorkracht gemalen. In 1944 hebben vluchtende Duitsers de romp opgeblazen. Mina Put had een kruidenierswinkeltje en was op haar manier ook modiste. Op gezette tijden ging ze met haar hoedendoos de deuren langs. In die doos zaten niet meer dan, zeg maar gerust ouderwetse pispotmodellen. Volgens haar waren het echter altijd de ’nieuwste modelletjes uit Parijs’. Als je in haar winkel zout ging kopen, zei ze steevast: ons zout is zouter dan bij een ander.”

Strenge opvoeding

Gré Konings komt uit een gezin van vijf kinderen: vier meisjes en één jonge; ze is altijd vrijgezel gebleven. “Wij werden echt streng opgevoed, al hadden we veel vrijheid. Mijn vader stond erop dat we gingen studeren. Voor de meeste kinderen in het dorp was de lagere school einde onderwijs. Wij mochten alles leren, behalve dansen. Omgang met jongens was er echter niet bij. De hele opvoeding in mijn tijd was gebaseerd op gehoorzaamheid; we erkenden het ouderlijke gezag. Als we naar Den Bosch reisden om naar school te gaan, hadden we in het halve-zolenlijntje een aparte wagon voor scholieren. Ik denk dat het ’t oudste karkas van de spoorwegen was. En daar maakten we nogal wat plezier in, met als gevolg dat je toch weleens aan een vriendje bleef hangen. Maar die moest het niet wagen om voor ons huis te verschijnen. Vader ging ’s avonds nog wel eens weg om te gaan biljarten. Als hij maar dacht dat wij zijn afwezigheid zouden misbruiken, verstopte hij onze schoenen. Van seksuele voorlichting was geen sprake, dat onderwerp was volkomen taboe. De enige seksuele voorlichting die ik heb gehad was: ‘Zorg dat er geen jongen aan je lijf komt’. Zelfs op de kweekschool in Den Bosch is daar nooit over gesproken. Daar was de enige zorg dat de jongens en meisjes streng gescheiden bleven. Als je als meisje in de middagpauze op straat met een jongen werd gezien, dan moest je bij de directeur op het matje komen. En toch waren we gelukkig. Ik heb een erg beschermde, maar beslist gelukkige jeugd gehad.” Die had ze in een dorp waar de oorspronkelijke lintstructuur goed bewaard is gebleven. Gehuchten als Luiten Ambacht, Broek, Bergen en Schans zijn in de loop der tijd opgenomen in de bebouwingen, waarvan de ligging herkenbaar is gebleven in de straatnamen, zoals de Schansstraat waar Gré Konings het overgrote deel van haar leven heeft gewoond.

Tekst: Jan Hoek

Bronnen: Raamsdonks Historie/Terry van Erp; wiki-raamsdonk.nl.