“En, voelt het anders…?” Die vraag was onvermijdelijk nadat ik enkele weken geleden de 50 aantikte. Nee, het voelt niet anders, maar toch keek ik die avond nog eens goed in de spiegel. Want ja: piepjong ben ik ook niet meer. Toch durf ik te stellen dat, nu ik bijna op de helft ben, ik nog voldoende voor de boeg heb. Maar ik tel wel mijn zegeningen van de afgelopen 50 jaar.

Angus Young, gitarist van AC/DC stond metershoog op de oprit toen ik de dag voor mijn verjaardag wakker werd. Verrassing van vrouwlief: helemaal in stijl. Dat de vrienden van de Kleffe Ridders daar vervolgens met een nog grotere opblaasbare Abraham overheen kwamen, mocht de pret niet drukken. Ik werd 50 en daar kon dus letterlijk niemand meer omheen.

Ik sta niet graag in de belangstelling, nooit gehad. Dus ik keek in dat opzicht niet echt uit naar de heuglijke dag. Aan de andere kant: het is wel een mijlpaal die je bereikt en die je niet geruisloos voorbij kunt laten gaan. Dus besloot ik op voorhand maar te accepteren wat er kwam en vooral te bedenken dat het allemaal uit een goed hart komt. En dat kwam het!

“Wel een beetje raar, ben al 50 jaar. Trillend op mijn benen.” (50 jaar - Brood en Vrienten)

Neemt niet weg dat het bereiken van deze leeftijd je wel dwingt om terug te kijken. Want nondedju: wat is het eigenlijk allemaal snel gegaan. Ik herinner me nog goed dat we vroeger met tante Sijke en ome Wim op vakantie gingen naar Zuid-Limburg. De vergeelde foto’s van mij in Doe Maar-shirtje in een aftands vakantiehuisje spreken boekdelen. Het shirtje heb ik nog; tante Sijke is er helaas niet meer…

“De foto’s zijn vergeeld, de namen zijn vergeten en jouw verhaal raakt zijn hoofdpersonen kwijt. Gisteravond’s waarheid is morgenochtend achterhaald. Het glijdt langzaam weg in de nevels van de tijd. Kijk niet om naar wat er niet meer is, kijk niet om, kijk om je heen. Kijk niet om naar de schaduw van de dingen die je mist. De zon schijnt waar geen schaduw is.” (Kijk niet om - Tröckener Kecks)

Voetballen

Ook voetbalden ik en mijn broer dagelijks van vroeg tot laat op straat. De zomers leken eeuwig te duren toen. Niet zelden trapten we de wieken van de molen kapot in de tuin van Jos Huijs aan de overkant. Dat was toen in onze beleving een norse, bejaarde man. Achteraf bekeken viel dat volgens mij wel mee. Voetballen op straat: gebeurt dat überhaupt nog? Toen had bijna niemand een auto dus was er altijd plek. Bovendien was de wereld toen letterlijk kleiner omdat je gewoon bijna nooit verder dan de school en het voetbalterrein kwam.

“Verder niets, er zijn alleen nog een paar dingen die ik houd, omdat geen mens er iets aan heeft. Dat zijn mijn goede jeugdherinneringen, die neem je mee zolang je verder leeft.” (Testament - Boudewijn de Groot)

Toen ik ouder werd, nam ik afscheid van wat daarvoor het belangrijkste in mijn leven was: voetbal. Vanaf mijn vierde levensjaar voetbalde ik bij The White Boys. Ik bezat een sterk rood-wit clubhart wat parallel liep aan mijn trots op de kern Waspik-Boven waar ik geboren en getogen was. Maar naarmate ik ouder werd en vooral meer levenservaring kreeg, zag ik in dat die trots en voorliefde vooral gebaseerd waren op een soort blinde naïviteit. Ik hing de voetbalschoenen aan de wilgen en verliet mijn geboortekern.

“It’s a family tradition to play in football team. I have nephews, dumb but tall who, still foetus, kicked the ball. I’ve got flat feet and my knees are weak, they all thought it was time to start my J.O.S. days.” (J.O.S. Days - The Nits)

Plekje

Mijn leven kreeg aan het einde van de schooltijd meer richting. Ik kreeg verkering met Lesley en begon aan een jarenlange carrière als vrijwilliger bij ondermeer Den Bolder en Stichting Jeugdcarnaval. Bovendien ging ik ging schrijven voor de krant. Ik vond mijn plekje in Waspik en ontdekte hoe fijn het kan zijn iets in en voor je dorp te betekenen. Als kind had ik nooit kunnen bedenken dat het zo zou lopen en eerlijk is eerlijk: het was ook niet altijd even fijn. Maar achteraf had ik het voor geen goud willen missen.

Inmiddels ben ik 27 jaar samen met mijn lief, zijn we veertien jaar getrouwd en hebben we drie prachtdochters. Ook dat had ik nooit kunnen bedenken, want om eerlijk te zijn heb ik nooit zoveel gehad met kinderen. Maar wat zou het een gemis zijn als ze er niet waren geweest. Nog even knallen en dan zitten de tropenjaren er op. Ondanks het harde werken is het nog elke dag genieten.

Wat, terugkijkend op de eerste helft van mijn leven steeds als rode draad door mijn leven heeft gelopen, zijn muziek en mijn vrienden. Want ook al zien we elkaar als Kleffe Ridders niet wekelijks, het is en blijft altijd goed. Vroeger waren dat de vele concerten van de Kecks en The Scene of de vakanties in Schin op Geul en Barcarès. Dat heeft plaatsgemaakt voor de muziekquiz in Etten-Leur is, een concert van Up the Irons in Dongen of een flauwekul weekendje weg met bevroren, zwarte frikadellen van de barbecue. En het is altijd goed.

“Ut is vul te lang gelije ’t het vul te lang gedeurd dat ik di muffe kop van ow wir zaag. We deeje alles same hebbe veul achter de rug, we leafde beej de gratie van d’n daag. We woorte same zat en veele op de plats in sloap, we droemde verder met de oege oap. ’t dreide um vandaag ’t dreide um ien ding dat ’t mergevroeg, gewoen wir verder ging.” (Vul te lang geleije - Rowwen Hèze)

En dan muziek. Mocht ik ooit doof worden, geef me dan maar een pilletje zodat ik in een hele diepe slaap val. Zonder muziek geen leven, zo simpel is het gewoon. Het is, zo merk ik de afgelopen jaren, heerlijk om wat bewuster met muziek bezig te zijn. Natuurlijk is muziek heerlijk op de achtergrond, maar ‘echt’ luisteren naar muziek levert zoveel meer op. En er over schrijven nog meer; ik mag zoveel warme reacties ontvangen op mijn wekelijkse muziekverhalen. Mijn verhalen zijn persoonlijk, maar blijken toch universeel en voor veel mensen herkenbaar. En dat is mooi. Voor mij een extra stimulans om, zolang de inspiratie blijft komen, er mee door te blijven gaan.

Ik wens iedereen een mooi 2024 met veel nieuwe herinneringen en prachtige muzikale momenten. Het jaar waarin ik in december 51 zal worden, maar daar zal dan geen haan naar kraaien…

Marcel Donks, muziekliefhebber