Een Raad die zichzelf ook maar een beetje respecteert, wil het zo ver niet laten komen: een debatraad die nog maar eens, en dan niet eens ‘dunnetjes’, wordt overgedaan in de beslisraad. Onze gemeenteraad had daar geen problemen mee en compleet met dezelfde herhaling van zetten zoals in de debatraad, kabbelde de Raad vrolijk door, ondertussen zichzelf zo langzamerhand een behoorlijk brevet van onvermogen op te plakken. De raadsvoorzitter trachtte met te zachte hand de spreektijd en afbakening van de onderwerpen binnen de perken te houden, maar slaagde daarin niet. Dat resulteerde op zeker moment in het vertrek uit de vergadering van Berrie Broeders (Lijst Broeders/Hooijmaijers) die zich ten opzichte van anderen misdeeld voelde in de hem toegemeten spreektijd. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat er ook een behoorlijke dosis irritantie aan de basis van zijn vroegtijdig vertrek lag.
Punt maken
Toch bevatte de agenda slechts een handvol onderwerpen die tot discussie aanleiding zouden kunnen geven. De jaarrekening en begroting van de zwembaden; de kernwaarden van de integrale verordening omgekeerd werken voor het sociaal domein; de moties huisvestingsverordening en te elfder ure ook nog een motie vreemd over slecht leesbare brieven van de gemeente.
Een aantal onderwerpen was al behoorlijk uitgekauwd in eerdere vergaderingen. Ik snap, dat alle fracties op elk onderwerp duidelijk hun punt willen en ook moeten kunnen maken. Maar doe dat in een beslisvergadering dan kort, bondig en direct. To the point. Je hebt immers tijdens de debatraad jezelf al tot in den treure kunnen uitleven. Die beperking kan en wil een deel van de Raad zichzelf kennelijk niet opleggen. Het lijkt erop, dat ze denken dat de Raadsverkiezingen al in maart zijn, in plaats van maart 2026. De manier van vergaderen, muggenziften, kissebissen, juridisch getouwtrek, geveinsd onbegrip, op de man spelen en vage antwoorden zoals donderdagavond, stoot burgers af en vervreemdt ze verder van de politiek. Als ze de vergadering al proberen te volgen, haken ze zonder twijfel al snel af. Veel Raadsleden doen niet eens de moeite om in hun discussie ervoor te zorgen dat burgers begrijpen, waarover ze het hebben. “Als punt 3 vervalt” en nergens wordt dat punt even vermeld, totdat de voorzitter op zeker moment vraagt het voor de burger te verduidelijken.
Zwembaden
De zwembaden kosten ons al ruim negen ton. Er als we de opbrengst ervan aftrekken, dan moet de gemeente nog ruim € 630.000,- jaarlijks bijpassen. “Een hoog bedrag voor 20 weken zwemplezier”, vindt de VVD. De discussie ging verder vooral over de wens volgend jaar normale tarieven voor zwemkaartjes te rekenen in plaats van het stokpaardje van Morgen!, de zeer gereduceerde kinderzwemkaartjes. Daarnaast ging het over het feit dat er niets gedaan is met de wens om zwembaden ook buiten het seizoen te exploiteren om aan meer inkomsten te komen. Volgend jaar is het verkiezingsjaar. De animo bij diverse fracties zal dan vermoedelijk niet erg groot zijn, om eens echt te kijken naar het feit dat twee baden wel erg veel van het goede is voor een kleine gemeente als de onze. We kunnen het geld misschien beter gebruiken, bij voorbeeld in het sociaal domein.
Sociaal domein
In de debatraad en bij diverse bijeenkomsten daarvoor was al veel over en weer gepraat over het sociaal domein. Weer ging het over de kernwaarden als kaders voor de nieuwe algemene verordening in het kader van het omgekeerd werken. De mensen in het werkveld hebben volgens wethouder Van Rooij die handvatten nodig om hun werk te kunnen doen. Die kernwaarden blijken niets nieuws onder de zon. Ze komen uit documenten die al in 2020-2021 zijn vastgesteld, zo liet Berrie Broeders weten. Het vorige College werkte ook al op deze manier. “Dit is een overbodige stap”, vond Broeders. Toen Raadsvoorzitter Marian Witte hem vroeg om zijn betoog af te ronden, reageerde Broeders. Een korte woordenwisseling liep uit op zijn vertrek uit de vergadering.
Huisvestingsverordening
Het College snapt wat de Raad wil, maar wil de huisvestingsverordening niet aanpassen. Het gaat om aanpassing van 25 naar 50% van de beschikbare sociale huurwoningen voor mensen met sociale en economische binding. Het gaat daarbij om aanbieden van woningen. Toewijzen is iets anders. Overigens worden al jaren op rij gemiddeld ruim 57% van de woningen toegewezen aan die categorie mensen, zo rekende wethouder De Jongh voor. Albert Smit verweet de wethouder te kiezen voor een boekhoudkundige benadering. “Lafheid wint hier van de moed. We zitten hier niet voor juridisch geneuzel”, beet hij de wethouder toe. Met duidelijke irritatie die doorklonk in zijn stem, legde De Jongh nog maar eens uit dat de wettelijke kaders tegen ons werken, als we in de verordening naar 50% gaan. Het kan wettelijk gezien niet. Frans Eijkhout distantieerde zich namens zijn fractie van het woordgebruik en op de man spelen door Albert Smit. De sfeer was toen al behoorlijk tot het niveau van gure vrieskou gedaald. Dit onderwerp kon nog niet definitief worden opgeborgen. Dat kwam door een amendement, ingediend door Mariska Cornet (SVP). Haar amendement werd aangenomen en het daarmee aangepaste Collegevoorstel werd vervolgens met 9 stemmen voor en 9 tegen (Broeders was immers al vertrokken) naar de volgende vergadering verwezen. Dat moet bij staken van stemmen.
Frans van Son
