Het gebruik van voor- en vroegschoolse educatie ligt bij ons onder het landelijk gemiddelde. Het aantal kinderen met een indicatie VVE (voor- en vroegschoolse educatie) dat daar ook echt gebruik van maakt, ligt bij ons met 60-75% onder het landelijk gemiddelde. De kosten vormen de grootste belemmering voor ouders. Dat onder meer blijkt uit een reactie van het College op eerder door Anke Voulon van de fractie van Morgen! gestelde vragen over de voor- en vroegschoolse educatie. De vragen gingen onder meer over de keuze van de aanbieder van voor- en vroegschoolse educatie; de verschillen in leeftijd waarop kinderen beginnen en het feit dat bij ons minder kinderen dan landelijk gezien, gebruik maken van de voorzieningen. Het College heeft uitgebreid op die vragen gereageerd.
Door Frans van Son
Keuze
Het College laat weten, dat ouders vrij zijn om te kiezen van welke aanbieder van voor- en vroegschoolse educatie zij gebruik maken. De coördinator kan daarover met ouders in gesprek gaan. In de praktijk wordt volgens het College vaak de dichtstbijzijnde aanbieder gekozen, maar soms wordt ook gekozen voor een aanbieder dicht bij het werk van één van de ouders.
Verschillen
Bij de ene aanbieder kan het kind beginnen als het 2 jaar en 3 maanden is, bij de andere bij 2 jaar en 6 maanden. Zou gelijkschakelen niet beter zijn, zo vroeg Morgen! In beginsel geldt dat kinderen van 2,5 tot 4 jaar (en indien nodig tot 4,5 jaar) gebruik kunnen maken van voor- en vroegschoolse voorzieningen. Wanneer het kind echt begint, is een zaak van overleg tussen ouders en de aanbieder. Daarbij wordt altijd gekeken naar wat het beste is voor het kind.
Landelijk
Het aantal kinderen met een indicatie VVE (voor- en vroegschoolse educatie) dat daar ook echt gebruik van maakt, ligt bij ons met 60-75% onder het landelijk gemiddelde. De kosten vormen de grootste belemmering voor ouders. Morgen! vraagt zich af of bijvoorbeeld SPUK gelden van de Oekraïne opvang gebruikt kunnen worden voor jongere kinderen (De SPUK-regeling bundelt geldstromen die zich richten op stimuleren van gezondheid, sport en bewegen, preventie en het versterken van de sociale basis). SPUK gelden zijn geoormerkt, zo laat het College weten. Ze moeten worden uitgegeven binnen de door het Rijk opgestelde kaders. Op dit moment is er geen vraag naar VVE binnen de Oekraïne opvang.
Ouders
De betrokkenheid van ouders staat ook als een van de speerpunten genoemd. Wanneer de kinderen anderstalig zijn. Het College vindt ouderbetrokkenheid ook belangrijk. Kinderen waarbij in de thuissituatie Nederlands als tweede taal (NT2) wordt gesproken, hebben een verhoogde kans op een spraak-/taalachterstand ten opzichte van kinderen waarvan thuis Nederlands als eerste taal gesproken wordt. Wanneer een spraak-/taalachterstand geconstateerd wordt, krijgt de peuter een indicatie om deel te nemen aan het VVE aanbod, laat het College weten. Ook wordt bekeken hoe informatievoorziening van NT2 ouders zo goed mogelijk kan verlopen.
