Afgelopen zondag tijdens het jaarlijkse Cecilliafeest in de St. Bavo kerk in Raamsdonk werd Gon van Dongen-Kamp gehuldigd vanwege haar 50-jarige lidmaatschap van het Bavokoor. Na de viering werd er vooral feestelijk stilgestaan bij dit heel bijzondere jubileum in de pastorie. Gon kijkt er enkele dagen later met ontzettend veel plezier op terug en is dankbaar om het mee te mogen maken. Elke week zingt Gon nog steeds met veel plezier met acht anderen tijdens de kerkdienst op zondag.

Oprichting dameskoor

Nadat het echtpaar van Dongen in 1974 van Raamsdonksveer naar Raamsdonk verhuisde, sloot Gon zich al snel aan bij het dameskoor. “In die tijd was het een stuk vanzelfsprekender om bij een koor (in de kerk) te gaan zingen, ofschoon ik het zingen echt leuk vind. Het sociale aspect speelde natuurlijk ook een rol, vrouwen deden vaak het huishouden en waren meestal thuis.”

Drie vrouwen stonden, in overleg met pastoor Schoenmakers, aan de wieg van het dameskoor, in die tijd toch best bijzonder. Het koor begon onder leiding van Toos Vissers met vijftien leden. Door de jaren heen is de bezetting met regelmatig gewisseld en het samen gaan met het herenkoor in 1997 ging met behoorlijk wat strubbelingen. “Uiteindelijk is dat alleen maar beter geweest omdat je als koor meer mogelijkheden hebt, maar eenvoudig ging het niet. Erg kwam een nieuw bestuur (Gon werd penningmeester) en het 36 koppig koor werd geleid door onder andere Harry Muskens en Harry van Buul. In al die jaren zag de Raamsdonkse ook diverse mensen helaas afhaken. “Niet leuk, maar wel de realiteit.”

Teruglopend kerkbezoek

Het koor zong in de kerk vooral bij rouw- en trouwdiensten. “Er wordt in deze tijd nog nauwelijks getrouwd in de kerk maar in de jaren zeventig en tachtig waren er zeer regelmatig rouw- en trouwdiensten. Vooral de trouwdiensten waren mooie gelegenheden en als koor kregen we ook vaak een leuke vergoeding van de mensen.” Al spoedig zong het koor ook tijdens de zaterdagdiensten. De maandagavond is de vaste repeteeravond, in het begin in de pastorie, later in het OMC.

Gon kan zich niet herinneren dat ze vaak een viering of repetitie heeft overgeslagen en kijkt alleen maar terug op een heel fijne tijd. “Als je ergens lid van bent, dan moeten ze ook van je op aan kunnen, zo simpel is het. Ik heb het altijd heel graag gedaan, het heeft nog nooit als een verplichting gevoeld, daarvoor doe ik het veel te graag. Als ik er nu mee zou moeten stoppen, vind ik dat echt heel vervelend.”

Sociaal aspect

Gon begint zachtjes te lachen als ze over de uitstapjes met het koor begint. “We zijn bijvoorbeeld in Rome en St. Petersburg geweest. Er werd altijd gezorgd dat we ergens in een mooie kerk konden zingen. Maar de vrije tijd ernaast was zeker zo berucht. Er waren ook bijzondere kooravonden in Zeeland en België.”

In deze tijd zijn er nog nauwelijks (rouw) en trouwdiensten maar zingt het koor nog elke zondag in de St. Bavo kerk en nog altijd doet Gon dat met evenveel plezier, ze denkt er dan ook zeker niet over na om te gaan stoppen.

Onderscheiding voor Piet van Dongen

Een week eerder werd in dezelfde kerk haar man Piet van Dongen onderscheiden voor zijn werk als koster bij de St. Bavo kerk. Nietsvermoedend zat Piet in de sacristie te wachten op het einde van de dienst. Hij werd dan ook totaal verrast toen hij zijn naam hoorde noemen en bij het altaar werd opgewacht. Al decennia lang is de koster elke dag in en rond de kerk te vinden, voor allerlei klussen en diensten.

Piet en Gon zien beide dat het kerkbezoek in de katholieke kerk zienderogen terugloopt en kijken weleens met weemoed terug naar vroeger. “De maatschappij is nu eenmaal verandert, dat draaien we niet meer terug, maar zolang we kunnen blijven we de kerk bezoeken.”

(J.V)