In het digitale tijdperk van muziekstreaming is het een zeldzaamheid geworden om volledige albums te beluisteren, maar echte muziekliefhebbers weten dat het luisteren naar een album van begin tot eind een unieke ervaring kan bieden. In de reeks 'Vinyl Verhalen' neemt Dennis Mikhout elke week een iconisch muziekalbum onder de loep. Tijdens deze ontdekkingsreis onthult hij de verhalen achter deze albums, variërend van klassieke studiomeesterwerken tot memorabele live-opnames, ongeacht het genre en tijdperk. Deze week: Goodbye Yellow Brick Road van Elton John.

Door: Dennis Mikhout

In oktober 1973 verscheen ‘Goodbye Yellow Brick Road’, een dubbelalbum dat de carrière van Elton John definitief naar een hoger plan tilde. Het album is een explosie van genres, stijlen en stemmingen, en dat overgoten met pianodrama, glamrock en melancholie. Maar achter deze glitter schuilt een verrassend persoonlijk werk over roem, vervreemding en het verlangen naar eenvoud.

Aan het begin van de jaren ’70 leek Elton John onstuitbaar. Na een handvol succesvolle albums en hits als ‘Rocket Man’ en ‘Tiny Dancer’ stond hij stevig op de kaart als flamboyante singer-songwriter. Toch was ‘Goodbye Yellow Brick Road’ geen herhalingsoefening, maar een ambitieus statement: zestien nummers, opgenomen in amper drie weken, vol weelderige arrangementen en scherpe teksten.

Samen met zijn vaste tekstschrijver Bernie Taupin leverde Elton een werk af dat balanceerde tussen over-the-top poptheater en oprechte emotionele diepgang. Het is zijn magnum opus, zowel commercieel als artistiek.

De geboorte van het album begon met een valse start. Elton John en zijn band reisden in januari 1973 af naar Kingston, Jamaica, om het album op te nemen in Dynamic Sound Studios (dezelfde plek waar The Rolling Stones kort daarvoor hun album ‘Goats Head Soup’ hadden opgenomen). Maar al snel bleek de keuze ongelukkig. De studio’s waren slecht uitgerust, de piano deugde niet, en buiten de muren was politieke onrust voelbaar. Binnen enkele dagen pakte de band de koffers.

De band kwam vervolgens terecht in het Château d’Hérouville, een 18e-eeuws Frans landhuis dat was omgebouwd tot opnamestudio. Het was dezelfde plek waar Elton een jaar eerder zijn succes album ‘Honky Château’ had opgenomen. Deze setting, afgelegen en geïsoleerd, bleek precies wat de muzikanten nodig hadden.

Wat volgde, was een ongelooflijk productieve periode. Bernie Taupin leverde in een paar dagen tijd vrijwel alle songteksten aan. Elton John werkte in een afzonderlijke ruimte en zette zijn muziek intuïtief op papier, soms binnen een halfuur per nummer. In totaal componeerde hij in drie dagen meer dan een dozijn nummers.

Ondanks de intensieve werklast (zestien nummers met opnames verspreid over drie weken) bleef de sfeer ontspannen. ’s Avonds dronken de muzikanten wijn in de tuin, ’s ochtends zaten ze alweer achter hun instrumenten. Het Franse kasteel fungeerde als creatieve bubbel, ver weg van de hectiek van de muziekwereld.

Twee sleuteltracks:

‘Bennie and the Jets’: Wat begon als een vreemde fantasie en tekst over een futuristische popband groeide uit tot een wereldwijde hit. Elton’s gespannen ritme, de echo van het 'live'-publiek en zijn losse pianospel maken het nummer uniek in zijn oeuvre. Het succes in de Amerikaanse R&B-charts verraste zelfs Elton: en bewees zijn crossover-potentieel.

‘Candle in the Wind’: Oorspronkelijk bedoeld als ode aan de vergankelijkheid van beroemdheid, voelt deze ballade nog steeds actueel. Taupin’s regels over Marilyn Monroe ('Your candle burned out long before your legend ever did') kregen een tweede leven na de dood van prinses Diana in 1997. Maar in deze eerste versie hoor je vooral de jonge, romantische Elton, balancerend tussen zijn bewondering en melancholie.

Goodbye Yellow Brick Road werd een instant klassieker. Het album ging miljoenen keren over de toonbank, leverde meerdere hits op, en wordt tot op de dag van vandaag gezien als een hoogtepunt in Elton Johns carrière én in de popgeschiedenis.

Wat het zo krachtig maakt, is de combinatie van theatrale bravoure en kwetsbare reflectie. Achter zijn briljante en overdadige kostuums, de piano-explosies en de stadionhits zit een artiest die zich steeds bewuster werd van de prijs van zijn roem. De gele bakstenen weg leidt niet naar the Wizzard of Oz, maar terug naar zichzelf.