Wat ik ervan vind dat mijn muzikale held Henny Vrienten letterlijk op een voetstuk geplaatst wordt? Tja, in eerste instantie ben ik nooit zo van die publieke verafgoding; het is vaak tenenkrommend dat iedereen ineens een mening heeft en die vooral aan iedereen wil ventileren. Als ik er wat langer over nadenk, vind ik het initiatief van TEHV (Tilburg Eert Henny Vrienten) toch eigenlijk wel gaaf, al is een monument of sculptuur als gedenkplaats sowieso niet aan mij besteed.
Henny Vrienten, ik wijdde er al eerder muzikale verhalen aan. Mijn jeugdheld die zijn status als zodanig voor mij vooral op latere leeftijd bewees. Ik groeide op in de Doe Maar-mania. Ik was er geen actief onderdeel van als gillende fan, maar ik deed wel degelijk mee aan de gekte. Ik verzamelde alles wat met de band te maken had; van plakboeken vol krantenknipsels en posters tot sjaals, shirtjes en buttons. Ik sta op de klassenfoto van de tweede klas zelfs trots met mijn spijkerjack vol Doe Maar buttons en strijkemblemen…
Ik heb Doe Maar in die jaren nooit live gezien; ik was simpelweg te jong. De snelle opkomst van de band en de daaraan gekoppelde rage maakten popidolen van de nuchtere Brabanders met Ernst Jansz en Henny Vrienten als hoofdrolspelers. Een rol die ze overigens niet op het lijf geschreven was en waar ze zelf nooit bewust voor hebben gekozen. Maar die status hadden ze wel degelijk en daarmee waren ze voor mij, 9-jarig jongetje uit een simpel gezin waar ‘verafgoding’ niet in het woordenboek stond, onbereikbaar.
Toen Doe Maar in 1984 besloot te stoppen en de helden van weleer uit het zicht verdwenen, verdween ook bij mij de gekte. Hoewel, ik bewaarde alles uit de jaren ervoor (de zolder van mijn ouders staat nog steeds vol) en ik bleef de platen draaien. Hardop zeggen dat ik Doe Maar fan was, was er in die jaren niet bij; dat was ‘not done’. Maar Doe Maar bleef ook in de luwte van eind jaren tachtig altijd op de achtergrond aanwezig.
Bisschop Zwijsenstraat
Toen ik aan het einde van mijn studie stage liep in de Beekse Bergen, kwam ik vanaf Tilburg Centraal altijd met de bus door de Bisschop Zwijsenstraat. Van mijn krantenknipsels wist ik dat Henny Vrienten hier ergens gewoond moest hebben. Sterker nog: ik wist precies waar, maar het huis was inmiddels gesloopt en had plaats gemaakt voor een bredere weg. Tja, zo gaan die dingen. Ik heb overigens zelf nooit begrepen hoe je als fan zo idolaat kunt zijn van iemand dat je voor zijn huis gaat staan. Wat moet dat irritant geweest zijn voor Vrienten, al die bakvissen voor het raam, dag in dag uit…
En nu heeft een groep Tilburgers, aangevuld met andere nauw betrokkenen het idee opgepakt om Henny Vrienten in ‘zijn stad’ Tilburg te gaan eren. Als ik de namen van het ‘comité’ zie, dan is het een serieus plan. Want voor zover ik kan inschatten laat jeugdvriend en mede-muzikant Tom America zich doorgaans niet snel met dergelijke initiatieven in. Hetzelfde geldt voor de Rotterdamse Sandra van Steen die Vrienten en zijn gezin persoonlijk kende. Aangevuld met Walter de Wit, Joost Eijkens, Frans de Laat en Leo van Loo biedt dat hoop op een goede uitvoering. Zeker met goedkeuring van de nabestaanden en medewerking van Boudewijn de Groot.
De club trekt het eerbetoon aan Henny Vrienten breder. Het leven, harde werken en succes van Vrienten zou zomaar eens een blauwdruk kunnen zijn voor de hele stad Tilburg. ‘The American Dream’, maar dan op z’n Tilburgs: van arme textielstad tot ‘Stad van de Makers’ net zoals Henny Vrienten als zoon van een arbeidersgezin uit Broekhoven zich ontwikkelde tot creatieve duizendpoot met een repertoire van carnavalskrakers en nederpop-hits tot filmmuziek en kerkliederen. Goed gekozen parallel. Als Waspikker kan ik er niets mee, want Tilburg is voor mij altijd vooral de stad van platenwinkel Tommy geweest. Maar het is wel slim om het eerbetoon in een wat groter perspectief te plaatsen. Ik ben erg benieuwd wat het uiteindelijk allemaal op gaat leveren.
'Als je weet waar je vandaan komt, kun je overal naartoe, kun je zijn wie je wilt zijn en is je wereld te klein. Als je weet waar je naartoe wilt, kies je steeds de goede weg, blijft er nooit een deur op slot: niemand die jou stopt.' (Karnemelk met bitterkoekjes)
Zelf houd ik het bij de vele platen die ik in de kast heb staan van ‘mijn’ muzikale held Henny Vrienten. Ik pik er de pareltjes uit van zijn Doe Maar tijd, zijn twee solo-CD’s en het Vreemde Kostgangers project, maar eer Henny Vrienten vooral door de nummers van zijn drieluik ‘En toch…’, ‘Alles is anders’, ‘Tussen de regels’ keer op keer te draaien. Ik heb persoonlijk geen sculptuur nodig van de kleine grote man: ik kniel liever spreekwoordelijk voor zijn muzikale drieluik, het monument dat hij voor zichzelf oprichtte en zelf zag als zijn autobiografie. En ik vind troost in de woorden die hij zelf ooit voor Hugo Claus bedacht: 'Het gaat door zonder mij, het gaat door. Ga maar door, zonder mij, ga maar door. Niks teloor zonder mij, niks teloor…'
Marcel Donks, muziekliefhebber
