Op een rustige maandagochtend ligt de elektrische sloep van Bootje Gezond klaar aan de steiger bij Fort Lunet in Geertruidenberg. Het water van de Donge is vrijwel spiegelglad. Mijn dochter Agathe zet een goedgevulde picknickmand aan boord, terwijl Biesboschkenner Cees Schuller plaatsneemt achter het roer. Op tafel ligt een stapeltje oude ansichtkaarten. Ze vormen vandaag een bijzondere reisgids. Niet alleen varen we door een van de mooiste natuurgebieden van Nederland, we reizen tegelijk door de geschiedenis van de Biesbosch.

Door Tom Rietveld

Nog voordat de trossen zijn losgegooid, begint Cees al te vertellen. De eerste meters voeren langs Scheepswerf Ruijtenberg, een naam die al generaties verbonden is met de binnenvaart. Even verder ligt de tweede scheepswerf van Nieuwenhuizen. Ooit was dit een bedrijvig industriegebied met scheepsbouw, motorenbouw en overslag. Waar vroeger de industrie overheerste, liggen nu jachthavens en woonwijken. Het is een treffend voorbeeld van hoe een landschap zich voortdurend opnieuw uitvindt.

Via de Donge bereiken we de Amer. Langzaam verdwijnt de bebouwing uit beeld en maakt plaats voor rietvelden, wilgenbossen en uitgestrekte waterpartijen. Het tempo gaat vanzelf omlaag. Dat is precies zoals de Biesbosch beleefd wil worden.

Een landschap dat verhalen vertelt

Voor veel bezoekers is de Biesbosch vooral een prachtig natuurgebied. Voor Cees Schuller is iedere kreek, iedere dijk en iedere boerderij een bladzijde uit een geschiedenisboek. “De meeste mensen kijken naar het landschap,” zegt hij. “Maar als je de geschiedenis kent, zie je veel meer.”

Dat blijkt al snel wanneer we de Bergsche Maas oversteken en de kreek Spijkerboor invaren. Namen als Steurgat, Gat van de Plomp en Visplaat zijn geen toevalligheden. Ze herinneren aan de tijd dat de visserij, het rietsnijden en de griendcultuur het dagelijks leven bepaalden. De Biesbosch was eeuwenlang een werklandschap, waar mensen leefden van water, hout en riet.

Cees groeide zelf op in een familie van hout- en riethandelaren. Zijn vader en opa pachtten percelen van Rijkswaterstaat en de Dienst der Domeinen. In de winter werden wilgen gekapt en riet gesneden. Het hout ging onder meer naar hoepelmakers en voor zinkstukken langs de rivieren. Van het beste riet werden rietmatten gemaakt; het dikkere riet belandde op de daken van boerderijen. Wat vroeger vooral een praktisch bouwmateriaal was, geldt tegenwoordig als een teken van ambacht en luxe.

Onder het bruggetje van Sint Jan

Via het Steurgat bereiken we het smalle Slootje van Sint Jan. Het lage bruggetje oogt onopvallend, maar heeft een bijzondere geschiedenis. In de laatste oorlogsjaren speelde dit gebied een rol tijdens de beroemde Biesboschcrossings, waarbij verzetsmensen, geallieerde militairen en belangrijke berichten via de wirwar van kreken tussen bezet en bevrijd Nederland werden vervoerd.

Ook werden hier Duitse militairen krijgsgevangen gemaakt en later via Drimmelen overgedragen aan de Poolse bevrijders. Het zijn verhalen die het stille landschap ineens een andere betekenis geven. Waar nu alleen het ruisen van het riet en het klotsen van het water te horen zijn, voltrokken zich tachtig jaar geleden gebeurtenissen die bepalend waren voor de geschiedenis van de streek.

Een ansichtkaart als tijdmachine

Een van de mooiste momenten van de tocht volgt bij de Amaliahoeve. Cees haalt een oude ansichtkaart tevoorschijn en houdt die omhoog. Op de vergeelde afbeelding staat dezelfde boerderij als die nu, ruim een eeuw later, achter hem ligt. Het verschil is verrassend klein.

Juist die vergelijking tussen vroeger en nu maakt de geschiedenis tastbaar. Niet in een museum, maar midden in het landschap zelf. De oude ansichtkaarten blijken veel meer dan nostalgische plaatjes. Ze laten zien hoe zorgvuldig veel karakteristieke plekken in de Biesbosch zijn bewaard.

Onderweg vertelt Cees dat hij al jarenlang oude ansichtkaarten van de regio verzamelt. Ze vormen een waardevolle bron voor iedereen die wil begrijpen hoe het landschap zich heeft ontwikkeld.

Bevers en visarenden

De Biesbosch is niet alleen rijk aan geschiedenis, maar ook aan natuur. Langs de oevers zijn duidelijk sporen van bevers zichtbaar. Aangevreten wilgen verraden hun aanwezigheid.

De bever was jarenlang uit Nederland verdwenen, maar werd opnieuw uitgezet en heeft zich inmiddels uitstekend aangepast. Waar hij aanvankelijk symbool stond voor geslaagd natuurherstel, zorgt hij op sommige plaatsen ook voor overlast. Toch hoort hij inmiddels weer helemaal bij de Biesbosch. Verderop wijst Cees naar een hoogspanningsmast. “Daar, linksboven.”

Met enige moeite is het enorme nest van een visarend te ontdekken. Zonder zijn aanwijzing zouden we er zo voorbij zijn gevaren. Het is typerend voor deze tocht. Je ziet pas echt veel wanneer iemand het landschap voor je leert lezen.

Picknicken tussen wilgen en water

Halverwege zoeken we een rustige plek op om aan te leggen. Agathe haalt de picknickmand tevoorschijn. Tussen het groen genieten we van koffie, een broodje en – passend bij een vrije, zonnige dag – een glaasje bubbels.

Het is misschien wel het mooiste moment van de tocht. Geen haast, geen verkeer, geen drukte. Alleen water, vogels en de geur van jonge wilgen.

Water voor de toekomst

Op de terugweg varen we langs de dijk waarachter de grote spaarbekkens De Gijster liggen. Hier wordt water uit de Bergsche Maas ingenomen en opgeslagen als drinkwater voor onder meer Rotterdam en de omliggende regio.

Ook dat is een voorbeeld van hoe de betekenis van de Biesbosch voortdurend verandert. Eeuwenlang leefden mensen hier van visserij, rietteelt en houtwinning. Tegenwoordig spelen natuur, recreatie en drinkwatervoorziening een belangrijke rol.

Onderweg vertelt Cees ook kort over de historische postboot die jarenlang bewoners van de Biesbosch van post en boodschappen voorzag en over de bijzondere broodactie vanuit Geertruidenberg naar Hardinxveld-Giessendam vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het zijn verhalen die eigenlijk een eigen artikel verdienen.

Terug naar Fort Lunet

Aan het einde van de middag varen we dezelfde route terug naar Fort Lunet. De accu van de elektrische sloep is een stuk leger geworden, maar ons hoofd zit juist vol nieuwe indrukken.

Dankzij de verhalen van Cees Schuller kregen kreken namen, boerderijen een verleden en oude ansichtkaarten nieuw leven. De Biesbosch bleek veel meer te zijn dan een verzameling water en wilgen. Het is een levend geschiedenisboek waarin natuur en cultuur al eeuwenlang onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Wie vanaf Fort Lunet de sloep losgooit, ontdekt niet alleen een van de mooiste natuurgebieden van Nederland, maar maakt ook een reis door de tijd. Soms hoef je daarvoor helemaal niet ver van huis.