Voor de één is een auto niet meer dan een alledaags vervoermiddel, een handig maar noodzakelijk kwaad, voor de ander is het zijn grootste passie. In de gemeente Geertruidenberg vind je opvallende verhalen, niet alleen van mensen, maar ook van hun auto’s. Sommigen onder ons rijden rond in prachtig gerestaureerde oldtimers, terwijl anderen ervoor kiezen om hun auto tot in de details perfect te tunen. Deze auto’s vertellen eigenlijk ook veel over de mensen die erin rijden. Wat is hun verhaal? Aflevering 3: de Jensen C-V8 uit 1966 van Anton Raaymakers.

Door: Dennis Mikhout

Anton Raaymakers heeft mij uitgenodigd om een kijkje te komen nemen bij zijn volledig gerestaureerde Jensen C-V8 tijdens het ’Nationale Oldtimer Festival’ dat dit jaar voor het eerst georganiseerd werd in Louwman’s Toyota World in Raamsdonksveer. Voor die gelegenheid staat de Jensen C-V8 opgesteld in de zogenaamde ’Dome’ van het museum. Een thuiswedstrijd dus voor onze dorpsgenoot, meestal bevindt hij zich ver over de landsgrenzen met zijn klassieke auto. Maar daarover later meer.

Op onderzoek uit

Mijn weg banend langs de bijna ontelbare hoeveelheid oldtimers op het buitenterrein van het museum vind ik Raaymakers inderdaad zoals afgesproken in de kenmerkende ’koepel’ van het museum. Daar staat hij enthousiast en geduldig de vele belangstellenden uitleg te geven over zijn klassieker. Hij neemt daar alle tijd voor, begrijpelijk ook want er is heel wat te vertellen. Want zoals ik al snel zal ontdekken heeft Raaymakers zijn restauratieproject van de Jensen C-V8 tot in de kleinste details perfect uitgevoerd. Hoe is zijn liefde voor het, in Nederland, tamelijk onbekende automerk ontstaan?

Raaymakers: ”Dat was eigenlijk puur toeval. Dat is puur toeval. Ik kwam in de situatie dat ik om mij heen ging kijken voor een oldtimer. Je kijkt eens op internet, en toen liep ik tegen het merk Jensen aan. Daar had ik eerlijk gezegd nog nooit van gehoord. Dan ga je verder bellen en op onderzoek uit, en dan blijkt Jensen in de Engelse auto-industrie iets heel bijzonders te zijn.” Een uniek automerk waar Raaymakers spontaan verliefd op werd. ”Je kan het eigenlijk nergens mee vergelijken, omdat ze als bedrijf altijd heel vooruitstrevend zijn geweest. Ze waren bijvoorbeeld de eerste met een glasfiber body, de eerste met schijfremmen in Engeland, en de eerste productie geproduceerde fourwheeldrive met APS ter wereld. Van die laatste heeft het Duitse Audi altijd geroepen dat zij de eerste waren maar een jaar of zeven geleden hebben ze toch toegegeven dat Jensen daarmee eerder was. Daarom staat dat specifieke type Jensen nu ook in het Audi-museum in Duitsland. Dat zegt eigenlijk heel veel over Jensen. Het is bijzonder, laten we het daar op houden.

Echt voor de ’happy few’

Het merk van destijds was niet voor iedereen weggelegd. ”Van de prijs van deze auto kon je destijds in Engeland makkelijk drie huizen kopen. Echt voor de ’happy few’. Mick Fleetwood heeft er een gehad, Sean Connery reed erin rond. Je moest er dus wel een paar centen voor hebben. Toon Hermans reed er in Nederland bijvoorbeeld in rond. En de oude Moszkowicz reed in een Jensen Interceptor. Dat is eigenlijk het model wat na mijn Jensen uitkwam. Die kostte honderdduizend gulden. Dat was voor die tijd, we praten dan, over ’68-’69 al héél veel geld.”

Compleet doorgerot

Raaymakers zocht eigenlijk een instapklare oldtimer, vrij snel klaar om mee te gaan rijden. Dat viel eigenlijk tegen. Hij vertelt: ”Ik was bezig met de restauratie van een ander type Jensen. Het type wat hier eigenlijk voor zit. Uit ’61. Dat wilde niet echt vlotten, en toen liep ik tussendoor tegen deze auto aan. De auto leek mij leuk als project tussendoor. De inschatting van een expert was dat hij voor relatief weinig geld weer heel snel de weg op zou kunnen. Maar dat viel achteraf heel erg tegen.” De auto bleek aan de onderkant compleet rot. ”Aan het glasfiber, behalve de aluminium deuren is de body compleet glasfiber, zat alleen wat oude schade. Dat viel eigenlijk nog wel mee. Maar het chassis, wat dus wel van metaal en staal is, bleek echt compleet doorgerot. Dan kun je twee dingen doen. Of je verkoopt het weer door als restauratieproject of je gaat hem toch restaureren. Ik heb gelukkig voor het laatste gekozen.”

Vijf jaar geduurd

In plaats van heerlijk rondrijden met de auto werd het dus een restauratieproject. Raaymakers schat in dat het hem zo’n vijf jaar gekost heeft om de auto bijna in zijn originele staat terug te brengen. ”Ja, je loopt tegen dingen aan waarbij je soms eigenlijk niet eens een keuze hebt. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het leer van de bekleding, die was in het verleden al een keer gespoten maar daarna gescheurd. Als dat gebeurt, kan je het niet meer herstellen omdat er verf op het leer zit. De enige optie die er dan overblijft is er nieuw leer in te zetten. En zo ga je eigenlijk van het ene naar het andere en loopt het al snel op. Daarom heeft het echt vijf jaar geduurd om hem perfect te krijgen.”

Prachtige lijnenspel

Een lange periode om aan een auto te werken, hoewel het perfectionisme van Raaymakers daar waarschijnlijk ook een grote rol in heeft gespeeld. Een mooi voorbeeld daarvan is de kleur van de auto. Want los van het prachtige lijnenspel en de luxe uitstraling van de auto valt ook de kleur direct op. Zelfs in het harde TL-licht van de grote hal waar hij staat tijdens het festival. Raaymakers legt uit dat hij voor die kleur heel ver gegaan is. ”Het is zeker een bijzondere kleur. Van dit type Jensen zijn er maar 176 gemaakt, waarvan vier in deze kleur. Daar is mijn auto er een van, het andere exemplaar staat ergens weg te rotten in Engeland. Deze kleur is door Jensen zelf in 1972 ontwikkeld.” Helaas is de originele kleurencode in de loop der tijd verloren gegaan. Dit zal een normale liefhebber enigszins ontmoedigen, maar Raaymakers niet. Met een grote grijns vertelt hij over hoe hij bijna als een moderne archeoloog te werk is gegaan om de auto toch de juiste kleur te kunnen geven. ”Tja, er zijn geen bouwtekeningen of voorbeelden van deze auto. Dat is wel een nadeel met restaureren. De kleurencode ontbrak. Er was wel een oude kleurencode, maar die was niet aangepast naar de moderne kleurencodes van nu. Dus wat doe je dan? Je gaat zoeken, zoeken en nog eens zoeken. Ik heb verschillende kleurensamples laten spuiten en die naar het Jensen Museum in Engeland gestuurd.” In Engeland bewaart men namelijk de originele fabriekssamples onder speciale ultravioletvrije omstandigheden. Al snel kwam het verlossende antwoord en dacht men in Engeland de correcte kleur uit de samples te kunnen halen. Dit was voor Raaymakers echter nog niet genoeg bevestiging. ”Die kleur heb ik zelf op een groot stuk laten spuiten, daarmee ben ik naar Engeland gegaan om het één op één te kunnen vergelijken. Gewoon om op het oog te kunnen zeggen, ja dat is de juiste kleur.”

Met een tandenborstel

Na vijf jaar van restaureren en heel veel zoekwerk had hij uiteindelijk de weg op kunnen gaan. Toch is er pas een kleine drieduizend Engelse mijlen op de teller. De volledig gerestaureerde Jensen C-V8 bleek namelijk een echte prijzenpakker op internationale concoursen. ”De auto was helemaal klaar en toen zei Jasper Beukenkamp (restaurateur red.) je moet hem inschrijven bij de ’Jensen Owners Club’ in Engeland. Maar dat wilde ik helemaal niet. Die staan echt met een tandenborstel de uitlaat uit te poetsen voordat ze meedoen met hun jaarlijkse concours. Daar heb ik echt niks mee. Toen zei Jasper als je de auto naar Engeland rijdt, dan vlieg ik over om hem te poetsen.” Dat liet Raaymakers zich geen twee keer zeggen, en met resultaat. ”We wonnen daar de publieksprijs, de eerste prijs op het concours en zelfs de ’Presidents Cup’. Die reiken ze sinds ’76 uit aan de overall winnaar van het parcours. Ik was de eerste buiten Engeland die deze cup pakte. Ik ging echt met een enorme partij bekers naar huis, krijg nou wat joh dacht ik. Haha.”

Concours of Elegance at Hampton Park

Wat volgde was een succesvolle rondgang langs nationale en internationale evenementen. Overal waar de Jensen opdook, viel hij in de prijzen. Hoewel Raaymakers nooit uit eigen initiatief meedeed maar altijd gevraagd werd, wil hij er één parcours uitlichten. Het zeer prestigieuze ’Concours of Elegance at Hampton Park’ in Londen, waar hij niet alleen de eerste prijs in zijn klasse won, maar ook de juryprijs. ”Dat was echt de kers op de taart. Ik denk dat er op dat concours nog nooit een Jensen heeft gestaan, en ik win dan van een Ferrari die drie jaar geleden voor zes miljoen dollar gekocht werd. Daar staat dan ineens een Hollander met een wagen die zo’n waarde echt niet heeft en die pakt dan de prijzen. Dan is het leuk dat je uitgenodigd wordt natuurlijk.”

Elektrische radioantenne

Voor Raaymakers is de tijd van chique evenementen nu wel echt voorbij. ”Het is nu echt wel mooi geweest. Er staat maar zo’n drie- tot vierduizend mijl op de teller. En dat vind ik echt te weinig. Deze auto is gerestaureerd om mee te rijden en niet om op te poetsen.” We laten Raaymakers achter in de grote hal waar hij inmiddels alweer een bewonderaar uitleg staat te geven over de elektrische radioantenne van zijn auto. Ongetwijfeld een noviteit voor die tijd. Grote kans dus dat u deze Jensen C-V8 binnenkort gewoon door de gemeente ziet rijden.

Oproep: heeft jouw auto ook een bijzonder verhaal? Dan zijn wij op zoek naar jou. Ben jij de trotste eigenaar van bijvoorbeeld een oldtimer of volledig getunede sportwagen? Heb jij een bijzondere auto en wil jij je verhaal delen met onze lezers? Of ken jij iemand met een bijzonder autoverhaal? Neem dan contact op met onze verslaggever Dennis Mikhout: Dennis.delangstraat@gmail.com.