Soms ligt het geluk gewoon om de hoek voor het oprapen. Want waar internationale topbands als Green Day, Metallica en The Beatles me regelmatig in vervoering brengen, krijgen de Deurdraaiers, Golden Liefjes en het Zomerkamp dat in deze periode ook voor elkaar. Waar dit in godsnaam over gaat? Het Songfestival in Waspik dat aanstaande zaterdag in een ouderwetse vorm weer gehouden wordt.

Door Marcel Donks

Met een klein beetje pijn in het hart maar vooral trots dat ik het besluit had durven nemen, nam ik vorig jaar afscheid als bestuurslid van Stichting Jeugdcarnaval Waspik. Ik was 27 jaar verbonden aan de organisatie van het carnavalsfeest in Maoneblusserslaand en de rek was er een beetje uit. Dat ik ooit zou kunnen stoppen, was voor mij best een verrassing. Maar het besluit was daar en ik deed vrij geruisloos een stapje terug om plaats te maken voor ‘nieuw bloed’. Die frisse wind kwam er gelukkig en volgens mij staat de organisatie op dit moment als een huis, sterker dan ooit tevoren. Dat doet goed!

“Dit is nou Waspik: het swingt overal, jodelahiti. Dè ken nie aanders: tis carnaval, jodelahiti. Ja alle kroege die zitte tjokvol. Iedereen die denkt nou: lang leve de lol. Ja zelfs de oudjes die slaon op hol.” (Dit is nou Waspik - Tirolermeisje)

Professioneel

Een van de eerste wapenfeiten van het nieuwe stichtingsbestuur is het terugbrengen van wat ooit de gezelligste avond van het jaar was voor de inwoners van Waspik: het Songfestival. Het festival ging aan haar eigen succes ten onder en het streven naar professionaliteit deed groepjes die zonder zangtalent puur voor de lol mee wilden doen afhaken. Jammer dat het zo gelopen is, maar het heeft ook iets heel moois opgeleverd. Als jubileumactiviteit van 33 jaar Stichting Jeugdcarnaval Waspik besloten we in 2000 namelijk eenmalig een CD op te nemen van alle deelnemers aan het Songfestival. Dat zou een blijvertje worden: maar liefst twintig jaar lang verschenen er zilveren schijfjes met de liedjes van alle deelnemers, wat een rijk Maoneblussers-archief heeft opgeleverd.

Eerlijk is eerlijk: wie zet die CD’s anno 2024 nog op? Sterker nog: wie heeft überhaupt nog een CD-speler om de CD’s op te zetten? “Ik”, zie de gek. De Songfestival-nummers zijn jarenlang het muzikale decor geweest van mijn kerstvakantie, de periode waarin ik steevast de carnavalskrant opmaakte op de laptop. Altijd die nummers van weleer op de achtergrond, dus ja: ik kan er nog steeds aardig wat meezingen.

“Hier in die’n rooije meule, de meule van Parais. Daor zain wai aangekome naor n’n lange rais. Wai daanse ons te barste, de voete staon nie stil. Mar ja, dè is toch echt wel wè ik wil. Dus kom ’n kirke kaike, ut is de moeite wèèrd.” (Daor in die’n rooije meule’ - Golden Liefjes)

Was het dan allemaal zo goed wat er in de verschillende studio’s door professionele geluidsmensen is opgenomen? Nee, natuurlijk niet! Er zitten tenenkrommende nummers bij die soms zeer matig vertolkt zijn. Maar het is wel allemaal Waspiks product en dat maakt het wel degelijk bijzonder. En als je de nummers regelmatig luistert dan ga je ze vanzelf meezingen en worden ze nog ‘goed’ ook.

Het Songfestival werd in 1993 voor het eerst gehouden als ‘blèr-aovond’ voor de bouwers van de carnavalswagens. Groepen als de Pierewaaiers en Dermenie namen zelf hun nummers al op, vaak op cassettes. Zo zijn evergreens als de ‘Pierewaaier-polka’ en ‘Herman en Marie’ voor het nageslacht bewaard gebleven. Mijn carnavalshart gaat al sinds jaar en dag sneller kloppen van de liedjes van de Deurdraaiers, de groep die van 1999 tot 2005 hoogtijdagen beleefde. Nummers als Komt ur bai, Altaid bal, Trekt oe stoute schoene aan, Aon de tap en Onderstebove: je kunt me er spreekwoordelijk voor wakker maken.

“Oewe kop himmaol beneeje, oew haore op de grond. Ut is wè moeilijk loope en un bietje ongezond. Ge ziet de meense denke: wè is daor aon de haand? Alles staot op zunne kop daor in ’t Maoneblusserslaand.” (Onderstebove - Deurdraaiers)

Humor

Maar er is meer. De humor van het Zomerkamp en de Schoivers is gelukkig vereeuwigd in nummers als De gevulde pul, Veul leut mee knäckebröd, Oh jas… sorry en Waor staot d’n R. En wat te denken van een van de meest pakkende liedjes uit de Songfestival historie: ‘Daor in die’n rooije meule’ van de Golden Liefjes: goud! Met daar tegenover natuurlijk de nestors van de lijst: ‘Hier in ’t Maoneblusserslaand’ en ‘Dè hedde nie in de haand’ van Kanaal en Spoor en natuurlijk ‘Wè hebben we ’t toch goed’ van de Flappentappers.

“Peter R de Vries was op onderzoek, vond Mabel Wisse Smit in dur onderbroek op d’n boot Neetje Jacoba. Ik heb ok oit betrouwbaore bron gehoord: er waren twee matrozen en un clown aon boord. Peppie, Kokkie en ok pi-po. En nou denkte: waor is toch die’n acrobaat? En die’n aandre die vol zit meej kattekwaod.” (Waor staot d’n R - Schoivers)

Zo worden ze denk ik niet meer gemaakt, hoewel… Aanstaande zaterdag is er onder de noemer ‘2 weekskes vurraf’ het Songfestival nieuwe stijl. En die nieuwe stijl betekent juist terug naar de basis: meedoen voor het plezier en vooral niet te professioneel. Het is de voorbode van wat de nieuwe stichting allemaal in petto heeft: terug naar de basis van carnaval wat betekent dat je het vooral samen viert. Ik kan me daar in vinden en zal voor het eerst vanaf de zijlijn ervaren hoe dat gaat zijn. Laten we hopen dat er in Maoneblusserslaand weer een carnavalsklimaat ontstaat waar iedereen zich thuisvoelt en waar niemand de behoefte heeft z’n heil in het ‘buitenland’ te zoeken. Want als je het mooiste feestje van het jaar samen kunt vieren dan ligt het geluk inderdaad gewoon om de hoek voor het oprapen.