'Niet alleen maar over de doden schrijven, Doenks', kreeg ik een tijd geleden naar mijn hoofd geslingerd, na mijn zoveelste eerbetoon aan een ons ontvallen artiest. Gelukkig bestaat het merendeel van mijn pennenstreken uit odes aan levende legendes, maar toch is het ‘schrijven over de doden’ te verklaren; zie het als een kansloze poging die helden weer even tot leven te wekken.
Een evenzo kansloze poging deed een aantal artiesten afgelopen donderdag in de Lotto Arena in Antwerpen. Onder de veelzeggende naam ‘VOS’ werd een ‘huldeconcert’ gegeven door Vlaamse (veelal vrouwelijke) artiesten die elk een nummer van Gorki onder handen namen. Toen ik de aankondiging een tijdje geleden zag, wist ik: daar moet ik bij zijn. Toen mijn enthousiasme wat bekoeld was, wist ik: daar moet ik zeker niet bij zijn. Want er zijn voorbeelden te over waaruit blijkt dat je niet aan andermans liedjes moet komen, hoe goed bedoeld ook. Ik voorzag een tenenkrommend concert met uitslovende jonge deernes die de plank volledig mis zouden slaan. Vos zelf zou het waarschijnlijk breed grijnzend aanschouwd hebben.
'Oh mijn oude hart, je slaat maar door. Je doet het al zo lang: ben je nog niet moe? Ik heb zoveel nederlagen geleden en ik raakte zoveel liefde kwijt. Maar jij kon het allemaal overleven: bedankt voor de kostbare tijd.' (Mijn oude hart)
Alweer tien jaar geleden overleed Luc de Vos: uitzonderlijk figuur in alle opzichten. Wij kenden hem vooral als charismatische frontman van Gorki, de band 'from Belgium' die we vele malen live zagen spelen. Nooit liet die band ons in de steek: het was altijd meer dan de moeite waard. Het niveau van die concerten oversteeg (voor mij dan) met gemak dat van bijvoorbeeld U2 en UB40, ook geen kleintjes. Hoe dan? Nou, vooral omdat er altijd wel iets onverwachts gebeurde op het podium. Afhankelijk van de staat waarin De Vos het podium betrad, kon het werkelijk alle kanten op; ook vaak een verrassing voor de overige bandleden trouwens.
Kleffe Ridders
De Vos was gezegend met een overdosis Kleffe Ridders-humor; iets wat slechts een select gezelschap gegeven is, godzijdank! Het voelde voor ons als vriendengroep dan ook altijd weer als een warm bad als we een aftands zaaltje betraden waar Vos met zijn vrinden optrad. Want het was Vos die we hoog op een voetstuk plaatsten, maar zijn kompanen van Gorki werden evenzo gewaardeerd. Er zouden meer van die fijne bands moeten zijn, eigenlijk. En dat Vos dan uit Wippelgem kwam, gaf ons als malloten uit Waspik toch wat troost.
Maar wat Luc de Vos zo onvolprezen maakt dat ‘Doenks’ tien jaar na zijn overlijden nog steeds over hem schrijft, is zijn talent om sterke teksten te creëren. Ik heb na 27 jaar schrijven voor de krant zelf ook ontdekt dat het vaak niet goed is om te wikken en wegen over elk woord. Een goed verhaal is op papier hetzelfde als dat je het tegen iemand vertelt: precies in dezelfde woorden. Dat geldt voor een songtekst ook. Vos zocht niet naar de beste rijmschema’s met de meest voor de hand liggende woorden: hij schreef zoals hij vertelde. En dat zong hij dan weer met zijn typerende, wat neerslachtige stem wat de woorden extra kracht gaf.
'Voorlopig gaan we nog even door op het lichtend pad, het verkeerde spoor. Mensen als ik vind je overal, op de arbeidsmarkt, in dit tranendal. Sterren komen, sterren gaan, alleen Elvis blijft bestaan. Mia heeft nooit afgezien, ze vraagt: Kun jij nog dromen?' (Mia)
Aansluiting
Vos wordt gemist. Niet dagelijks, maar met grote regelmaat doe ik me tegoed aan een overdosis Gorki en laat ik Vos zingen over zijn eigen simpele leven. Een leven in een samenleving die voor Vos te snel ging, waar hij geen aansluiting vond en van het geluk slechts af en toe mocht proeven. 'Soms denk ik in diepe smart. Aan de jongen die ik vroeger was. Hij spaarde prenten, hij deed niemand kwaad. En hij droomde dat je van hem hield.' uit ‘Hij is alleen' spreekt boekdelen.
Terug naar een uitverkochte Lotto Arena. Ik heb de eerste beelden terug gezien en ben blij dat ik er niet bij was. Toegegeven: het moment dat de overgebleven Gorki’s het podium betraden moet magisch geweest zijn, maar alles daarvoor was inderdaad tenenkrommend. En toch heeft de avond wat moois opgeleverd. Manager Noelle Vanhelsuwé heeft dertig jaar lang een tape bewaard met een demo-opname van het nummer ‘Oude reus’: een nummer dat, als het aan Vos had gelegen, nooit het daglicht had gezien. Toch koos Vanhelsuwé ervoor het nummer op te poetsen en uit te brengen. Het is Vos pur sang: zachtaardig mijmerend, breekbaar, maar tekstueel keihard en direct.
'Oude reus, heb je op je donder gehad? Doet het veel pijn? Doet het veel pijn? Dacht je dan dat je ergens recht op had? Op liefde of zo, dat je niet alleen zou zijn? Kent je dat ook? Je moet niet janken.' (Oude reus)
Toen ik het nummer beluisterde, werd ik verdrietig. Het is Vos ten voeten uit en het doet pijn dat onze held het leven liet op 52-jarige leeftijd. Er stroomde nog zoveel genialiteit door zijn aderen. Maar alles is eindig. Zelf bezong Vos het al in ‘We zijn zo jong’: 'Wij treuren niet langer dan nodig over dingen waaraan niets valt te doen. Ondanks de tegenslagen doen wij altijd verder, we zijn zo jong. Er is nog een zee van tijd en kans op de volgende prijs. Wij sterven van verlangen. Onze liefde die blijft duren. In de show van je leven is er een zee van tijd.'
Ik gun een ieder met een fijn karakter het gevoel dat ik krijg als ik naar ‘Gorki from Belgium’ luister. Ik put hoop uit de talloze ‘Joepie’ en ‘Here we go baby’ momenten en de blikken die ik met mijn vrienden uitwisselde als we bewust getuige waren van weer een memorabel moment. Wat rest: de prachtige verzamelbox ‘Alles moet weg’ met daarin alles wat Gorki ooit uitbracht. En de vergeelde foto’s, bewijsstukken van mooie momenten die ons leven als gelijkgestemden rijker maakten. Vos: het ga je goed, ‘oude reus’.
Marcel Donks, muziekliefhebber
