In het digitale tijdperk van muziekstreaming is het een zeldzaamheid geworden om volledige albums te beluisteren, maar echte muziekliefhebbers weten dat het luisteren naar een album van begin tot eind een unieke ervaring kan bieden. In de reeks 'Vinyl Verhalen' neemt Dennis Mikhout elke week een iconisch muziekalbum onder de loep. Tijdens deze ontdekkingsreis onthult hij de verhalen achter deze albums, variërend van klassieke studiomeesterwerken tot memorabele live-opnames, ongeacht het genre en tijdperk. Deze week: Here’s Little Richard van Little Richard.
Door: Dennis Mikhout
Toen in 1957 ‘Here’s Little Richard’ verscheen, bleek het veel meer dan zomaar een debuutplaat. Het was een muzikale explosie. Met zijn rauwe schreeuwzang en tomeloze energie gaf Little Richard rock-’n-roll een nieuwe vorm. Elk nummer, vaak niet langer dan een paar minuten, ramde door de bestaande conventies heen en bood jongeren precies waar ze naar hunkerden: een soundtrack om rebels bij te zijn.
Little Richard, geboren als Richard Penniman in Macon, Georgia, had al een lange weg afgelegd voordat hij dit schreeuwende debuut kon maken. Als kind zong hij in gospelkoren en werkte hij in clubs, maar zijn flamboyante stijl en androgyn uiterlijk werden vaak niet geaccepteerd. In 1955 tekende hij bij Specialty Records, waar producer Art Rupe hem samenbracht met pianist en bandleider Bumps Blackwell.
De beslissende doorbraak kwam toen Richard tijdens een studiosessie in New Orleans een improvisatie speelde rond de inmiddels legendarische kreet 'A-wop-bop-a-loo-bop-a-lop-bam-boom!'. Het werd het startpunt van ‘Tutti Frutti’, een single die niet alleen een hit werd, maar ook de verdere blauwdruk voor rock-’n-roll.
De opnames voor het album vonden plaats in de J&M Studio in New Orleans. Richard werd begeleid door enkele van de beste sessiemuzikanten van de stad, waaronder drummer Earl Palmer en saxofonist Lee Allen. Samen zorgden ze voor een strakke, swingende basis waarop Richard zijn piano en stem kon laten exploderen. Veel nummers werden in slechts één of twee takes opgenomen. De nadruk lag niet op perfectie, maar op energie en explosiviteit. Dat hoor je terug op het album: de scheurende saxofoons, de stuwende drums, en boven alles Richard zelf: gillend, lachend, roepend en zingend alsof zijn leven ervan afhing.
Twee sleuteltracks
‘Tutti Frutti’: Het nummer waarmee het allemaal begon. Oorspronkelijk had het een zeer dubbelzinnige tekst, die werd herschreven zodat het geschikt werd voor radio. Toch bleef de essentie intact: pure energie en plezier is wat je hoort. Met zijn razende tempo en Richard’s unieke vocalen werd 'Tutti Frutti' een wereldwijd fenomeen.
‘Long Tall Sally’: Misschien wel Richard’s beste single, geschreven om zo snel mogelijk te zingen zodat Pat Boone (die als witte ideale schoonzoon regelmatig zwarte artiesten coverde) het onmogelijk kon imiteren. Het resultaat was een opzwepende bijna in vervoering brengende track. Elvis Presley, The Beatles en talloze anderen zouden het nummer later coveren, maar niemand evenaarde de intensiteit van Richard’s versie.
Wat ‘Here’s Little Richard’ zo baanbrekend maakte, was niet alleen de muziek, maar ook de attitude. Richard bracht een combinatie van gospelpassie, rhythm & blues-energie en theatrale flair die nog niet eerder was vertoond. Zijn geschreeuw en pianoriffs braken met de gladde popnormen van die tijd. Daarnaast was zijn flamboyante uitstraling (make-up, glitterpakken, hoge kuif) een radicale breuk met de traditionele mannelijke artiesten. Voor jongeren was hij een held, voor ouders vaak een nachtmerrie. Precies dat maakte hem zo invloedrijk.
Little Richard was duidelijk meer dan een muzikant; hij was een pionier die bestaande grenzen doorbrak. Als zwarte artiest in een gesegregeerde samenleving bereikte hij een wit én zwart publiek. Als flamboyante, androgyne performer daagde hij gendernormen uit lang voordat dit gemeengoed werd. Zijn muziek en persoonlijkheid stonden symbool voor vrijheid, zelfexpressie en rebellie. Daarnaast is Here’s Little Richard een album dat voelt als een explosie. Het vangt de rauwe energie van een artiest die zijn tijd ver vooruit was en legt de fundamenten bloot voor wat rock-’n-roll zou worden.
