Raamsdonksveer – Kunst hoeft niet alleen in een museum of galerie te hangen. Soms staat het gewoon langs de weg, verscholen in een steegje of midden in de openbare ruimte. Dat bleek tijdens de fotowedstrijd van Fotoclub De Schelf. Met het thema ‘Kunst in onze gemeente’ gingen amateurfotografen op zoek naar bijzondere beelden. Wethouder Albert Smit kwam persoonlijk naar De Schelf om de prijzen uit te reiken.

Tom Rietveld

De winnende foto was van Marijke van der Made. Zij fotografeerde de opvallende olifantjes in de openbare ruimte, maar koos daarbij niet simpelweg voor een registrerend plaatje. Juist het standpunt, de diepte in de foto en een persoon die op het juiste moment in beeld kwam, maakten de opname voor de jury bijzonder.

"Deze sprak ons eigenlijk allemaal meteen aan”, vertelt Corrie Sins, oprichter van de fotoclub. "Je ziet niet alleen die olifantjes. Door het standpunt ontstaat er diepte en doordat er ook nog iemand in beeld staat, gaat de foto veel meer leven.”

Kunst blijkt overal te vinden

De tweede prijs ging naar Anneriet Haasjes voor haar foto van een meisje met een ballon. Bijzonder daarbij is dat het gefotografeerde kunstwerk door Haasjes zelf werd gemaakt. "Daar moesten we als jury ook even over nadenken”, vertelt Sins. "Het thema was kunst ín onze gemeente. Dat hoeft natuurlijk niet per se kunst van de gemeente te zijn. Dit is werk van een inwoner en juist daarom vonden we het zo passend.”

Esther van de Vooren eindigde als derde met haar foto van de ‘halve zolen’. Ook daar bleek hoe verschillend deelnemers naar hetzelfde thema kunnen kijken.

Daarnaast was er bijzondere waardering voor een jonge deelneemster van vijftien jaar. Haar inzending leverde haar een aanmoedigingsprijs op. Voor wethouder Smit was juist die variatie in leeftijden een van de mooie aspecten van de avond.

Niet alleen voor fotografen met dure camera’s

Fotoclub De Schelf bestaat nog maar kort. Corrie Sins begon de club vorig jaar toen De Schelf zijn deuren opende. "Ik vind het zelf leuk om foto’s te maken, maar in je eentje is het toch minder leuk”, legt ze uit. "We zijn begonnen met een paar mensen. Er gaan er soms wat weg en er komen weer nieuwe mensen bij. Zo groeit het langzaam.”

De leden komen ongeveer eenmaal per maand bij elkaar. De pretentie om van iedere foto een kunstwerk te maken, hebben ze niet. Integendeel. Juist de laagdrempeligheid is belangrijk.

"Wij zijn echt amateurs”, zegt Sins lachend. "We fotograferen omdat we het leuk vinden. Het gaat om het beeld, om samen iets te doen en niet altijd alleen op pad te gaan.”

Dat blijkt ook uit de apparatuur. Waar de ene fotograaf een uitgebreide camera gebruikt, haalt de andere gewoon de mobiele telefoon uit de zak. Een van de clubleden vertelt zelfs dat zijn digitale camera tegenwoordig voornamelijk in de kast ligt. Na een workshop leerde hij hoeveel mogelijkheden een telefoon biedt.

"Die heb ik altijd bij me. Als ik fiets en ik zie iets moois, kan ik meteen een foto maken. Tegen de tijd dat je een grote camera hebt gepakt en ingesteld, kan het moment alweer voorbij zijn.”

Kleine club, grote betekenis

Wethouder Albert Smit ziet in dergelijke amateurclubs meer dan alleen een groep mensen met dezelfde hobby. Volgens hem leveren kleine verenigingen en vrijwilligersinitiatieven een belangrijke bijdrage aan de onderlinge samenhang in de gemeente.

"Het mooie is dat vrijwilligers zo’n fotoclub opzetten en dat mensen samen dingen gaan doen”, vertelde hij. "Ik ben er een groot voorstander van dat we weer wat meer naar dat sámen toegaan.”

Daar ligt volgens hem ook een taak voor de gemeente. Wanneer initiatieven mensen bij elkaar brengen, wil het college die waar mogelijk stimuleren. Zeker in een tijd waarin eenzaamheid veel aandacht vraagt, kunnen laagdrempelige activiteiten belangrijk zijn. Jong, oud en alles daartussenin kan elkaar er ontmoeten.

Dat is misschien wel de mooiste opbrengst van deze fotowedstrijd. Natuurlijk waren er eerste, tweede en derde prijzen. Maar ondertussen bracht het thema de deelnemers ook op een andere manier naar hun eigen omgeving te kijken.

Want wie met een camera – of gewoon een telefoon – op pad gaat, ontdekt soms iets wat hij dagelijks voorbijliep. En juist dát is misschien de kunst van fotograferen: niet alleen vastleggen wat er is, maar het ineens zien.