Geertruidenberg – Verzamelaar Cees Schüller weet inmiddels bijna alles van maritieme uniformknopen. Eerder vertelde hij al over zijn omvangrijke verzameling knopen van de Nederlandse marine. Maar daarnaast heeft hij nog een veel kleinere en minstens zo bijzondere collectie: knopen van Nederlandse roei-, zeil- en watersportverenigingen. Met enkele daarvan trok hij onlangs naar het televisieprogramma Tussen Kunst & Kitsch. Niet zozeer om de waarde te horen, maar vooral om antwoorden te krijgen. Na gesprekken met zes deskundigen kwam hij met een opmerkelijke conclusie thuis: op dit heel specifieke gebied bleek hij zelf de grootste expert.
Door Tom Rietveld
Op tafel ligt een ingelijst tableau met tientallen grote en kleine knopen. Op het eerste gezicht lijken het vooral fraai uitgevoerde metalen schijfjes, maar voor Schüller vertelt iedere knop een verhaal.
“Mijn grote verzameling bestaat uit uniformknopen van de Nederlandse marine vanaf 1814,” vertelt hij. “Daar zitten allerlei afwijkingen, gradaties en bijzondere uitvoeringen tussen. Maar daarnaast verzamel ik ook knopen van Nederlandse roei-, zeil- en watersportverenigingen. Daarvan bestaan er veel minder.”
In zijn verzameling zitten ongeveer 25 verschillende verenigingen. Veel daarvan stammen uit de negentiende eeuw, toen het georganiseerde roeien in Nederland opkwam.
Naar Engels voorbeeld
Volgens Schüller werd het wedstrijdroeien vooral uit Engeland overgenomen. In Nederland speelde prins Hendrik, bijgenaamd ‘de Zeevaarder’, daarbij een belangrijke rol. Rond het midden van de negentiende eeuw ontstonden verschillende roeiverenigingen, vaak bedoeld voor jongeren uit de gegoede burgerij en hogere kringen.
Bekende namen zijn onder meer De Hoop in Amsterdam, de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging en De Maas in Rotterdam. De oprichtingsjaren staan bij Schüller netjes onder de knopen vermeld. Juist die watersportknopen zijn schaars. “Wanneer een rederij knopen liet maken voor een complete bemanning, ging het om grote aantallen,” legt hij uit. “Kapiteins, stuurlieden, machinisten en andere bemanningsleden droegen ze allemaal. Maar bij een roeivereniging waren de bijzondere knopen vaak alleen bedoeld voor bestuursleden, bijvoorbeeld op een blazer. Dan praat je dus over heel kleine aantallen.” Dat maakt het zoeken lastig.
De achterkant vertelt soms meer
Schüller wijst op een detail dat voor hem vaak minstens zo belangrijk is als de voorkant van de knoop: de achterzijde. “Daar staat regelmatig de naam van de fabrikant. Dat kan heel veel vertellen.”
In zijn collectie bevinden zich knopen die zijn vervaardigd door gerenommeerde Engelse producenten. Namen als Pitt & Co. en Jennens & Co. duiken op. “Dat waren absolute topfabrikanten. Zij maakten ook knopen voor Engelse verenigingen en de hogere adel. De kwaliteit is uitzonderlijk. Bij Nederlandse scheepvaartmaatschappijen kom je dat niveau nauwelijks tegen.”
Juist dat soort kennis wilde Schüller toetsen toen hij opnieuw de kans kreeg om Tussen Kunst & Kitsch te bezoeken. Hij nam een selectie van zijn bijzondere watersportknopen mee.
Langs zes deskundigen
Tijdens de opnamedag sprak hij uiteindelijk zes experts. De één wist veel van juwelen, een ander van zilver, weer een ander van antiek. Ook sprak hij met een glasexpert die hij herkende van een eerder bezoek aan Museum De Roos in Geertruidenberg. “Het waren allemaal leuke gesprekken,” zegt Schüller. “Maar niemand kon mij echt vertellen wat ik nog niet wist.”
Sommige deskundigen waren wel verrast door de uitvoering en kwaliteit van bepaalde knopen. Eén specialist wees bijvoorbeeld op een exemplaar uit 1917 van een roeibond, dat volgens hem qua vormgeving en stijl bijzonder goed paste bij die periode. Toch bleef de grote doorbraak uit. “Ik ging naar binnen met een paar vragen,” zegt Schüller glimlachend. “En toen ik weer naar buiten liep, wist ik eigenlijk: op het gebied van deze knopen ben ik zelf de expert.”
Een knop uit Frankrijk
Een van de opvallendste stukken in zijn collectie kwam onverwacht uit Frankrijk. Op de knoop stonden letters die Schüller aanvankelijk niet kon plaatsen. Na veel speurwerk kwam hij terecht bij een oude roeivereniging uit Edam. Hij nam contact op met de plaatselijke oudheidkundige kring en een museum. Daar bleek nauwelijks informatie beschikbaar. “Ze hadden nog nooit zo’n knoop gezien.”
Het bijzondere was dat de knop in Frankrijk was geveild en ook door een Franse fabrikant was gemaakt. Navraag bij andere verzamelaars leverde niets op. Voor zover Schüller weet, is het exemplaar uniek.
Daar zit volgens hem ook de charme van verzamelen. “Je weet nooit wat ergens nog boven water komt.”
Oproep aan lezers
Zijn hoop is daarom dat er misschien nog ergens in een lade, oude kledingkast of nalatenschap zo’n vergeten knoop ligt. Schüller kent verhalen genoeg van mensen die na het overlijden van een vader of grootvader oude uniformonderdelen tegenkwamen. Zo leverde een eerder artikel onder gepensioneerden van een scheepvaartmaatschappij hem ooit honderden knopen en epauletten op. “Veel is natuurlijk weggegooid,” zegt hij. “Maar misschien ligt er ergens toch nog iets.” En soms is dat kleine stukje metaal precies het ontbrekende deel van een verhaal dat meer dan honderd jaar geleden begon.
