Een zware stormvloed en dijkdoorbraken in november 1421 resulteerden in de St. Elisabethvloed. Het betekende de ondergang van de Grote Waard, waar uiteindelijk uit een binnenzee de Biesbosch zou ontstaan. Een getijdegebied waar bies, riet, wilgenhout, landbouw, veeteelt, visserij en de jacht de ontwikkeling bepaalden. De evolutie van het gebied begon echter al in de ijstijd, waar door het smelten van de ijskap de zeespiegel stijgt en het zeewater het huidige Nederland bereikt. Op woensdag 21 oktober verzorgt Biesboschgids Frank Jorna een lezing over de evolutie van de Biesbosch, vanaf de ijstijd tot heden. De lezing van de Oudheidkundige Kring vindt plaats in Gertrudistaete, Venestraat 18 te Geertruidenberg en is, ook voor niet-leden, gratis toegankelijk. Aanvang: 20.00 uur, zaal open 19.30 uur.

Door Jan Hoek

Frank Jorna is naast ervaren Biesboschgids ook bestuurslid van Heemkundekring Made en Drimmelen. Met belangstelling voor de geschiedenis van zijn woon- en leefomgeving heeft hij zich verdiept in het ontstaan van de Biesbosch. Waar veel lezingen over het voormalige getijdegebied over de vijftiende tot eenentwintigste eeuw gaan, gaat Jorna veel verder terug in de tijd. Zijn verhaal begint met de ijstijd (Saalien) zo’n 200.000 jaar geleden, toen smeltwater een breed dal in de ondergrond (pleistoceen) slepen. Vervolgens over de laatste ijstijd (Weichselien) ca. 120.000 tot 11.000 jaar geleden), toen Nederland een koude poolwoestijn was met een permanent bevroren bodem en dekzandlagen. Jorna vervolgt zijn verhaal over de periode na de ijstijd (Holoceen) waarin de zeespiegel door het smelten van het landijs steeg en er uitgestrekte veenmoerassen en klei- en zandlagen ontstonden waarin Maas en Rijn hun weg zochten. In de middeleeuwen werd het drassige veengebied bedijkt en ontgonnen tot de landbouwpolder de Groote Waard. Door grootschalige turfwinning daalde de bodem van de polder sterk en werd het gebied kwetsbaar voor overstromingen.

Cultuurlandschap

Tijdens de St. Elisabethsvloed in nacht van 18 op 19 november 1421 ging nagenoeg de hele Groote Waard door dijkdoorbraken verloren; door de Hoekse en Kabeljauwse twisten was er te weinig geld en aandacht besteed aan het onderhoud van de dijken. Het overstroomde gebied kreeg al snel de naam Verdronken Waard. Een deel van het gebied rondom Geertruidenberg en de Maasmonding stond bekend als het Bergse Veld. Omdat het zoute zeewater werd teruggedrongen door de enorme aanvoer van zoet rivierwater uit de Maas en Waal, ontstond er geleidelijk het uniek zoetwatergetijdengebied. Op en naast de ondiepe zand- en slibbanken die ontstonden, groeiden onder meer biezen, riet en wilgen en veranderde het gebied steeds meer in een begroeid moeraslandschap: de Biesbosch. Het gebied veranderde door menselijk handelen in een cultuurlandschap toen biezensnijders, griendwerkers, vissers en later ook boeren er hun werk vonden. Sinds 1994 is de Biesbosch een Nationaal Park, een uniek natuurgebied waar de bevers (in de jaren 80), zeearend (2012 en de visarend (2016) floreren. Maar ook een gebied voor watersporters en toeristen, hetgeen helaas ook negatieve kanten kent. Frank Jorna gaat tijdens zijn uitgebreid in op de vele ontwikkelingen die de unieke Biesbosch hebben gemaakt tot wat het nu is, ofwel van de ijstijd tot heden.