Raamsdonksveer – Wie vanaf de weg naar boven kijkt, ziet vooral een indrukwekkende molen met vier wieken tegen de lucht. Maar wie bij molen De Onvermoeide naar binnen stapt, ontdekt dat hier veel meer draait dan hout, steen en techniek. In de muren staan namen en jaartallen gekrast, op oude stenen zijn sporen van vroegere generaties zichtbaar en molenaars kunnen verhalen vertellen die teruggaan tot oorlogsjaren en de tijd dat hier nog daadwerkelijk voor de bakker werd gemalen. De Onvermoeide is geen stilstaand monument. De molen leeft.

Door Tom Rietveld

Dat blijkt meteen tijdens een bezoek aan de molen in Raamsdonksveer. Eerste molenaar Jos van Hamont kent De Onvermoeide inmiddels als weinig anderen. Hij is al zo’n veertig jaar actief als molenaar. Naast hem staat tweede molenaar Jelle van Daale, die letterlijk met de molen is opgegroeid.

Voor Van Hamont begon het vak in 1981. Molenaar worden doe je niet zomaar. Er hoort een gedegen opleiding bij, met theorie, praktijk en vooral heel veel uren ervaring opdoen.

"Je moet veel theorie leren, maar ook veel kijken en doen”, vertelt Van Hamont. "Toentertijd moest je nog zo’n driehonderd draaiuren maken. Je ging bovendien op verschillende molens in Nederland draaien.” Want geen molen en geen dag is hetzelfde.

De wind leren lezen

Een molenaar moet natuurlijk begrijpen hoe alle onderdelen van zijn molen functioneren. Maar misschien nog belangrijker is iets wat niet in de molen zelf zit: de wind.

Van Hamont vergelijkt het enigszins met autorijden. Een rijbewijs halen is één ding, werkelijk leren rijden komt daarna. Zo werkt het ook met een molen. Een molenaar moet naar wolken kijken, veranderingen in het weer herkennen en weten wat verschillende windrichtingen kunnen betekenen.

"Iedere windrichting heeft zijn eigen eigenschappen”, legt hij uit. "Je bent eigenlijk met iets levensgevaarlijks bezig als je daar niet goed mee omgaat.”

Een moderne weersverwachting helpt natuurlijk, maar het vakmanschap van de molenaar blijft noodzakelijk. De lucht lezen, wolken beoordelen, voelen wat de wind doet en soms vooruitzien wat er enkele uren later kan gebeuren. De opleiding is daarom zo opgebouwd dat een leerling verschillende seizoenen meemaakt. Een droge zomer gedraagt zich anders dan een natte, een koude winter anders dan een zachte.

Een jongensdroom tussen de wieken

Voor Jelle van Daale begon de fascinatie al heel vroeg. Hij groeide vlak bij de molen op. Aan de Blokvang, dat grensde aan de molen. Dus een wereld die letterlijk om de hoek stond.

Als kind kwam hij bij de molen terecht en ontmoette daar Jos. Hij mocht steeds wat meer zien en doen.

"Ik heb als manneke geleerd om de zak aan te mogen hijsen”, vertelt hij. Daarna volgden steeds nieuwe handelingen. Werken met touw, onderdelen leren kennen en uiteindelijk begrijpen hoe het enorme werktuig als geheel functioneert.

Zo werd spelenderwijs een beroep – of misschien beter gezegd een roeping – geboren.

Wanneer hem wordt gevraagd hoe het voelde om uiteindelijk echt molenaar te worden, hoeft Van Daale niet lang na te denken. "Ik zeg altijd: het is een echte jongensdroom.” En dan volgt met een glimlach een prachtige omschrijving van zijn werkplek: "Ik werk met een werkkooi van anderhalf miljoen.”

Niet alleen graan

De Onvermoeide is een korenmolen. Maar in Nederland bestaan veel verschillende typen molens: korenmolens, houtzaagmolens, oliemolens en natuurlijk de molens die eeuwenlang het waterbeheer verzorgden. De basiswerking van veel windmolens vertoont overeenkomsten, maar de functie en technische uitvoering kunnen sterk verschillen.

Ook De Onvermoeide veranderde met haar tijd mee. Toen industrie en mechanisatie oprukten, kregen molenaars steeds meer concurrentie. Rond het begin van de twintigste eeuw deed ook andere aandrijving zijn intrede. Molens moesten efficiënter worden om te kunnen blijven concurreren.

Toch blijft wind iets bijzonders: de energie zelf kost niets. Maar daarmee is het eindproduct natuurlijk nog niet gratis. Onderhoud van zo’n monumentaal werktuig is kostbaar en een bakker kan niet wachten tot het eindelijk voldoende waait. Daarom wordt waar nodig ook met elektrische kracht gewerkt.

Naast graan komt tijdens het gesprek ook eikenschors ter sprake. In de molen zijn nog onderdelen aanwezig die herinneren aan andere maalactiviteiten uit vroeger tijden.

De muren als geschiedenisboek

Misschien zijn het juist de kleine dingen die tijdens een rondgang de meeste indruk maken. Wie goed kijkt, ontdekt overal namen, initialen en jaartallen. Sommige zijn haast achteloos in hout, steen of pleisterwerk aangebracht.

Geen officieel archiefstuk, maar wel geschiedenis

Er werd vroeger zelfs op muren geschreven om zaken bij te houden. Mensen werden gewogen, kinderen kwamen mee en generaties arbeiders, molenaars en bezoekers lieten letterlijk hun sporen achter.

Een steen bij de poort draagt de datum 15 april 1890. De molen zelf dateert uit die periode en heeft sindsdien heel wat meegemaakt.

Het aangrijpendste hoofdstuk ligt in de Tweede Wereldoorlog.

Vanuit de molen kon men over het omliggende gebied kijken. Daardoor had het hoge bouwwerk strategische betekenis. Tijdens oorlogshandelingen werd de molen beschoten. Van Hamont vertelt dat er onder in de molen paarden stonden. Zij werden bij beschietingen gedood. Ook delen van de molen raakten zwaar beschadigd. Wie vandaag omhoog kijkt naar de draaiende wieken, realiseert zich nauwelijks hoe dicht het bouwwerk ooit bij verminking en mogelijk verdwijning stond.

Na de bevrijding kon herstel beginnen. De molen overleefde.

Onvermoeid verder

En misschien is juist daarom de naam De Onvermoeide zo toepasselijk. Windstilte, storm, industrialisatie, oorlogsschade en veranderende tijden hebben haar niet klein gekregen.

Vandaag houden molenaars als Jos van Hamont en Jelle van Daale niet alleen een technisch monument draaiend. Zij dragen kennis over die je niet uitsluitend uit een boek kunt leren: luisteren naar hout en tandwielen, kijken naar de lucht, de kracht van de wind inschatten en weten wanneer je juist níét moet draaien.

Wie De Onvermoeide bezoekt, moet daarom niet alleen omhoog kijken naar de wieken.

Kijk ook eens naar de muren. Daar hebben eerdere generaties hun namen achtergelaten. En zolang boven hun hoofden het houten raderwerk blijft draaien, schrijft De Onvermoeide daar iedere dag stilletjes een nieuw stukje geschiedenis bij.