Schilderijen, keramiek, glas, metaal, textiel, papier, fotografie, hout, bodemvondsten en zelfs afgedankte kledingstukken kregen op zaterdag 3 en zondag 4 oktober een nieuw podium tijdens de jaarlijkse Kunstroute Geertruidenberg. Verspreid over de drie kernen Geertruidenberg, Raamsdonksveer en Raamsdonk lieten ruim dertig kunstenaars zien dat kunst niet alleen draait om wat mooi aan de muur hangt. Achter vrijwel ieder werk blijkt een verhaal te zitten.

Door Tom Rietveld

Dat was misschien wel de belangrijkste ontdekking tijdens een rondgang langs de deelnemers. Wie met kunstenaars praat, merkt al snel dat een schilderij, beeld of object zelden zomaar ontstaat. Een herinnering, een gevonden voorwerp, verdriet, verwondering, duurzaamheid of eenvoudigweg een plotseling idee kan het begin zijn.

De Lambertuskerk in Raamsdonk vormde een van de grotere verzamelpunten. Juist in zo’n historische omgeving kwamen de verschillende disciplines prachtig tot hun recht.

Van verleden naar toekomst

Een van de kunstenaars die duidelijk meer doet dan alleen schilderen is Annemiek van Ommeren. Haar werk ontwikkelde zich vanuit een bewondering voor schilder Kees van Dongen, bekend om zijn vrije kleurgebruik en expressieve portretten. "Op een gegeven moment dacht ik: nu moet ik mijn eigen handtekening gaan vinden”, vertelt Van Ommeren. Die zoektocht leidde uiteindelijk tot een heel nieuw concept. Op kringloopmarkten en in tweedehandswinkels zag ze stapels afgedankte kleding en oude geborduurde werken. Daar begon het te wringen. Wie had ooit zo’n jasje gekocht? Wie had uren gewerkt aan een geborduurd tafereel? Welke herinneringen zaten eraan vast voordat het uiteindelijk in een kringloopwinkel belandde?

Van Ommeren besloot die werelden samen te voegen. Oude herenjasjes worden ingekort en veranderd, borduurwerken krijgen een nieuwe plaats op rugpanden en stoffen keren terug in haar schilderijen. Soms verschijnt een geschilderd portret weer als detail op een kledingstuk. Daaruit ontstond haar eigen concept VINT – Verleden in Toekomst. "Je draagt niet zomaar een jas, je draagt een verhaal”, vat ze haar gedachte samen. Het is upcycling, maar dan met een artistieke laag. Van Ommeren probeert waar mogelijk zelfs te achterhalen wie een oorspronkelijk schilderij of borduurwerk heeft gemaakt. Daarmee krijgt anoniem handwerk uit het verleden opnieuw betekenis.

Appeltjes met een groot hart

Ook Margriet Luinge combineert kunst met een maatschappelijk doel. Haar tafel met tientallen felgekleurde keramische appeltjes trok meteen de aandacht. Het initiatief begon verrassend eenvoudig. Luinge zag ooit een keramisch appeltje en dacht: daar kan ik iets bijzonders van maken. Inmiddels ontstaat een reeks van honderd unieke exemplaren. De appeltjes worden geschuurd, voorzien van primer en daarna met verschillende kleuren verf bewerkt. Door een giettechniek ontstaan patronen die zich nauwelijks laten herhalen. Metallic pigment, een brander en verschillende vernislagen zorgen uiteindelijk voor de diepe glans. Geen twee appels zijn daardoor hetzelfde. Ze kosten 25 euro per stuk en van ieder verkocht exemplaar gaat tien procent naar Alzheimer Nederland. Bij ieder appeltje hoort bovendien een certificaat en nummer. Voor Luinge is juist die combinatie belangrijk: een betaalbaar kunstwerkje dat lang bewaard kan blijven én tegelijkertijd iets bijdraagt aan een goed doel. Dementie en Alzheimer raken immers niet alleen degene die ziek wordt, maar hele gezinnen. Zo krijgt een klein decoratief object plotseling een veel grotere betekenis.

IJzer dat opnieuw tot leven komt

Dat hergebruik verschillende vormen kan aannemen, bewezen de metaalkunstenaars. Berry Vermeulen koopt naar eigen zeggen vrijwel nooit nieuw ijzer. Hij haalt zijn materiaal uit bakken van bedrijven en verzamelt onderdelen die anderen als afval beschouwen. Zijn motto: Alles wat recht is, sla je krom. Een kogellager, stuk betonijzer of ander industrieel restant kan maanden blijven liggen voordat ineens duidelijk wordt welk onderdeel van een beeld het moet worden.

Ook Wim van Diem maakt van metaal herkenbare figuren en fantasiewezens. Zijn imposante draken zijn opgebouwd uit onder meer tandwielen, kettingen en zaagbladen. Een van zijn eerste draken werd op een kunstmarkt meteen door Amerikaanse bezoekers gekocht. "Je begint met de bek en de ogen en bouwt daarna steeds verder”, legt hij uit. "Maar je kunt zoiets niet in één keer maken. Soms moet je wachten op inspiratie.”

Kunst met herinneringen

Bij Edwin Verhoeven speelt juist de geschiedenis van gevonden materialen een rol. Een vervormde oude veldfles, verschillende metalen en een kogel uit de omgeving worden samengebracht tot een nieuw kunstwerk. Wat ooit verloren, beschadigd of weggegooid werd, krijgt zo een tweede geschiedenis.

Ook Mohammad Aglah put uit herinneringen. Hij werd geboren in Irak en studeerde daar kunst. Na zijn komst naar Nederland volgde hij ook een fotografieopleiding. In zijn werk komen schilderkunst en fotografie samen. Religieuze beelden en jeugdherinneringen uit Bagdad krijgen er opnieuw vorm.

Heel anders werkt Jan Arie den Ouden. Hij gebruikt gepigmenteerde bijenwas. Die wordt verwarmd en vervolgens met onder meer een strijkijzer, föhn, paletmes of roller bewerkt. Een strak plan heeft hij vaak niet. "Ik kies kleuren en kijk wat ontstaat.” Daarmee wordt toeval onderdeel van het kunstenaarschap.

Hard glas, zachte vormen

Bij Ilse Koel is juist het materiaal de uitdaging. Zij werkt in de Tiffany-techniek en probeert met hard glas zachte, bijna kwetsbare vormen te maken. Veel werk heeft een persoonlijk verhaal. Zo ontstond een vlinderachtig object naar aanleiding van een ernstig ongeluk in haar familie. Kunst wordt dan bijna een vorm van verwerking. Een ander werk, geïnspireerd op De Schreeuw van Edvard Munch, wilde ze aanvankelijk absoluut niet verkopen. Totdat een buurvrouw vertelde hoeveel het beeld haar raakte. Toen veranderde Koel van gedachten. Soms, vindt ze, hoort een kunstwerk uiteindelijk bij degene bij wie het emotioneel het beste terechtkomt.

Van papiersnede tot Granny Square

De route liet ook technieken zien die minder vaak onder de algemene noemer schilderkunst vallen. Arie de Ruiter beoefent papiersnijkunst. Vanuit één vel papier ontstaat met mes, kleur en grote precisie een complete voorstelling. Hij noemt zijn stijl symbolisch realisme: herkenbare vormen waarin altijd een verhaal verborgen zit.

Ria van Diem liet zien hoe ook haken een kunstvorm kan worden. Met Granny Squares en driehoekige varianten ontstaan onder meer kleurrijke, herbruikbare vlaggenlijnen – een duurzaam alternatief voor plastic feestversiering.

Antoinette Koelewijn werkt met tuften. Met een tuftmachine worden draden vanaf de achterzijde in het doek geschoten. Het uiteindelijke beeld ontstaat dus eigenlijk aan de andere kant. Vooral huisdieren vormen voor haar dankbare onderwerpen.

Bij Anny Beckers Bongers groeit een beeld langzaam op uit klei. Met rollen en kleine slangetjes wordt de vorm opgebouwd, vervolgens langdurig gedroogd en daarna meerdere keren gebakken en geglazuurd. Zelfs beelden die tegelijk in de oven staan kunnen uiteindelijk een verschillende kleur krijgen.

Elkaar inspireren

Mooi was ook het gezamenlijke optreden van de vijf schildervriendinnen Petra, Lian, Irma, Hetty en Marja, die als groep hun verschillende stijlen presenteren. Ze schilderen niet allemaal hetzelfde – verre van zelfs – maar juist daardoor leren ze van elkaar. Even afstand nemen van een werk en vragen: "Kijk eens even mee”, kan soms voldoende zijn om weer verder te komen.

Het typeert eigenlijk de hele kunstroute. Want tussen de werken van onder anderen Annemarie van Lent, Annemiek van Ommeren, Anny Beckers Bongers, Antoinette Koelewijn, Arie de Ruiter, Audrey Waldron, Berry Vermeulen, Cees en Mariska van Vugt, Corine Kroezen, Edwin Verhoeven, Elly Dunnewold, Els Bastiaansen, Helma Arendse, Hetty Rullens, Hilda Bronzi Meeuwesen, Ilse Koel, Ingrid Verburg, Jan Arie den Ouden, José van Nunen, Karel Boogers, Kees Vroegrijk, Lian van Boxel, Margriet Luinge, Marijn Bekker, Marja ten Broeke, Marlies Heere, Mohammad Aglah, Nefise Kumas, Nico Andries, Petra van Seters en Wim van Diem was nauwelijks één gemeenschappelijke stijl te ontdekken.

En precies dát is de kracht van zo’n kunstroute. De één maakt een realistisch schilderij van pruimen, een ander boetseert engelen, iemand verandert oud ijzer in een draak en weer een ander geeft een afgedankt jasje een nieuw bestaan.

Iedere kunstenaar doet het op zijn of haar eigen manier. Maar allemaal proberen ze hetzelfde: iets maken waardoor een ander even blijft staan, kijkt – en misschien anders verder kijkt.