De wekelijkse zoektocht naar bijzondere poëziealbums brengt ons deze keer naar Breda in de jaren zestig. De bijdrage komt van Corry Sons-Noussen, die enkele pagina’s uit haar zorgvuldig bewaarde poëziealbum met ons deelde. Achter de kleurrijke plaatjes, sierlijke handschriften en eenvoudige versjes blijken verhalen schuil te gaan die bijna zestig jaar later nog steeds betekenis hebben.
Door Tom Rietveld
Poëziealbums waren in die tijd een vast onderdeel van de jeugd. Vriendinnen, familieleden, onderwijzers en buurtgenoten schreven er een wens, een gedichtje of een levensles in. Vaak werd de bladzijde versierd met een plaatje van bloemen, dieren of vrolijke kinderen. Voor veel meisjes vormde zo’n album een kostbaar bezit. Ook voor Corry is dat zo gebleven.
Een nichtje om tegenop te kijken
Een van de eerste namen die in haar herinneringen naar boven komt, is die van haar nichtje Hetty Soffers. Als jong meisje keek Corry enorm tegen haar op. Hetty was altijd vrolijk, hield van grapjes maken en wist overal gezelligheid van te maken.
Maar ze betekende meer dan alleen een geliefd nichtje. Hetty was degene die Corry leerde zwemmen in het Markkanaal bij Breda. Dat waren nog tijden waarin kinderen vooral buiten speelden en zwemlessen vaak werden vervangen door lessen van oudere familieleden.
Wanneer Corry vandaag het versje van Hetty leest, ziet ze niet alleen de woorden terug, maar ook de zonnige zomerdagen aan het water en de bewondering die ze als kind voor haar nichtje voelde.
Huishoudelijke wijsheid
Ook het versje van schoolvriendin Hannie van Dalen roept nog altijd een glimlach op:
Schrob de keuken
Dweil de gang
Vang de spinnen
Wees niet bang
Schil de piepers
Kook de pap
Dan vindt iedereen je knap
Als kind vond Corry het vooral een grappig rijmpje. Maar zoals ze zelf lachend vertelt: "Tot ik het daadwerkelijk moest doen”.
Want later in het leven bleken die huishoudelijke werkzaamheden ineens verrassend herkenbaar. Wat ooit als een grapje begon, kreeg achteraf een heel andere betekenis. Juist dat maakt het terugbladeren in een poëziealbum zo bijzonder. Sommige teksten groeien als het ware mee met de eigenaar.
Vriendinnen voor het leven
De meest bijzondere bijdrage komt misschien wel van Marcia Oosterwijk.
Het versje werd geschreven in 1966. Corry was toen tien jaar oud. Haar familie woonde net in de nieuwe wijk Hoge Vucht in Breda. Daar ontstond een vriendschap die de tand des tijds moeiteloos zou doorstaan.
Marcia schreef:
Je leven, Corrie, is als dit boek,
Vol mooie schone bladen.
Ieder blad moet zijn gevuld
Met mooie goede daden.
Zo wordt je levensboek een schat
Voor God en voor de mensen.
Dat is het dat ik op dit blad
Zo graag aan Corrie wil wensen.
Bijna zestig jaar later zijn Corry en Marcia nog steeds bevriend.
Dat geeft het versje een bijzondere lading. De twee meisjes konden toen onmogelijk vermoeden dat hun vriendschap tientallen jaren zou standhouden. Toch gebeurde precies dat. Het levensboek waar Marcia over schreef, kreeg steeds meer bladzijden, terwijl de vriendschap bleef bestaan.
Een kleine zonneschijn
Ook de schooltijd klinkt door in het album. Corry bezocht de Dr. Albert Schweitzerschool in Breda, een protestants-christelijke lagere school.
Van onderwijzeres mevrouw Bakker kreeg zij het volgende versje mee:
Wees thuis en ook bij and’ren,
een kleine zonneschijn.
Dan zal je eigen leven,
niet zonder stralen zijn.
Een eenvoudige boodschap, maar wel één die kenmerkend is voor die tijd. In veel poëziealbums uit de jaren vijftig en zestig zijn christelijke levenslessen terug te vinden. Niet streng of belerend, maar juist warm en positief bedoeld.
Volgens Corry staan er meer van zulke bijdragen van onderwijzers en onderwijzeressen in haar album. Ze vormen een tijdsbeeld van het onderwijs waarin normen, waarden en aandacht voor elkaar een belangrijke plaats innamen.
Meer dan papier
Wie een oud poëziealbum openslaat, ziet vergeelde bladzijden, oude plaatjes en handschriften die soms moeilijk leesbaar zijn geworden. Maar voor de eigenaar zijn het geen losse versjes. Het zijn herinneringen.
Herinneringen aan vriendinnen uit de klas, aan familieleden, aan een schooltijd die voorbij is en aan een Breda dat inmiddels sterk veranderd is.
De wijk Hoge Vucht groeide uit tot een volwassen woonwijk. Het Markkanaal ligt er nog steeds. Veel mensen die ooit iets in het album schreven, zijn hun eigen weg gegaan.
Toch zijn ze er allemaal nog even wanneer Corry haar album openslaat.
Dat is misschien wel de grootste waarde van een poëziealbum. Het bewaart niet alleen woorden, maar ook mensen.
En misschien is dat precies wat Marcia bijna zestig jaar geleden bedoelde toen zij schreef dat een leven lijkt op een boek met vele bladen. De pagina’s van Corry’s poëziealbum zijn inmiddels vergeeld, maar de herinneringen zijn nog verrassend helder.
Oproep aan de lezers
Heeft u thuis ook nog een poëziealbum liggen? Misschien van uzelf, uw moeder, oma of een ander familielid? Met versjes die een bijzondere herinnering oproepen?
Stuur dan een foto van een pagina, liefst met een korte toelichting over de schrijver of schrijfster van het versje.
Reacties en bijdragen voor deze rubriek zijn welkom bij Tom Rietveld via e-mail of WhatsApp 0651217918.
Want achter ieder poëzieversje schuilt een verhaal dat het verdient om opnieuw verteld te worden.
Tom Rietveld
Weekblad De Langstraat
tomrietveld@me.com
