De Frankische vorst Karel de Grote (ca. 745-814) was onder meer koning, keizer, militair genie én onderwijshervormer. Hij bepaalde onder meer dat alle jongens naar school moesten. De voornaamste reden van deze onderwijswetgeving was voor hem vooral het verder verspreiden van het christelijk geloof. Vóór 1300 werden scholen gesticht en beheerd door kerken en kloosters. In de 14e, 15e en 16e eeuw komen er steeds meer dorpen en steden bij en groeit het aantal mensen. Er verschijnen parochiescholen waar kinderen les krijgen van de pastoor in basisvaardigheden als lezen, schrijven en godsdienst. In de 17e eeuw was er in Nederland in vrijwel elke stad een Latijnse school. Deze school was een voorbereiding op een studie aan de universiteit, waar in het Latijn les werd gegeven. Ook in Brabant waren er Latijnse scholen, niet alleen in steden als ’s-Hertogenbosch, Tilburg, Breda en Eindhoven, maar ook in toentertijd belangrijke centrumplaatsen als Oirschot, Gemert, Hilvarenbeek, Sint-Oedenrode, Oisterwijk en Geertruidenberg. Op de Latijnse scholen werd hoger onderwijs gegeven en waren voor stadsbesturen een statusobject.

Geertruidenberg kende al in de middeleeuwen een school. Deze stond achter de Geertruidskerk aan de Scoelstrate, later Schoolstraat en tegenwoordig Kerkstraat. Al in 1311 staat in de boeken dat Theodoricus Volucris (Voghels) de scholaster van de Latijnse school is. In 1326 krijgt de school er met ene Wilhelmus een tweede schoolmeester bij. In 1461 is Jan Wouter Weselszoon de schoolmeester. Zijn salaris: 17 pond en 4 stuivers. Het stadsbestuur wilde inspraak in de aanstelling van de meester, aangezien de stad de kosten van de school het salaris van hem betaalt. Vanaf 1490 zijn er ook particuliere scholen die ‘bijscholen’ worden genoemd die zich meer richtten op praktijkvakken als rekenen en moderne talen. Die moeten van het stadsbestuur ook aan bepaalde voorwaarden voldoen, waaronder de eis dat de schoolmeester de kinderen opvoedt in tucht, gehoorzaamheid, deugd, geleerdheid en de ‘vreze Gods’.

Latijnse, Franse en Nederduitse school

Naast het fundamentele onderwijs is er de Latijnse school. In 1527 wordt Cornelis Guarini in Geertruidenberg rector van de Latijnse school, geestelijk verbonden aan de kerk, maar betaald door de stad. De Latijnse school was een school waarop leerlingen, uitsluitend jongens afkomstig uit de hogere en middenklasse, werden voorbereid op een religieus ambt of een studie aan een universiteit. In 1577 is er ook sprake van een Franse school in Geertruidenberg. In vergelijking met het huidige onderwijs zou je kunnen stellen dat de Latijnse school het gymnasium was en de Franse school het atheneum. Boeken werden vaak in het Latijn gedrukt zodat ze in heel Europa verkocht konden worden. Ook was Latijn tot en met de 17e eeuw dé taal voor diplomaten. Op de scholen werd lesgegeven aan de hand van de zogenaamde zeven vrije kunsten (septem artes liberales). Dit oorspronkelijke Romeinse begrip werd, net als het onderwijs in het geheel, tussen 780-790 nieuw leven ingeblazen door Karel de Grote. De zeven kunsten werden opgedeeld in het trivium en het quadrivium. Onder het taalkundig trivium vielen de vakken grammatica, retoriek en dialectiek en onder het wiskundige quadrivium de vakken reken-, wis- en sterrenkunde en muziek en toneel. Het Latijn werd in de loop der tijd steeds minder vaak gebruikt. De Franse school ontstond vermoedelijk aan het eind van de 15e eeuw in de Zuidelijke Nederlanden. De Franse taal nam in de late middeleeuwen steeds meer de rol van lingua franca over van het Latijn. Lingua franca is een taal die als gemeenschappelijk communicatiemiddel werd gebruikt tussen mensen met verschillende moedertalen. Uit de Latijnse school ontstond de Nederduitse School en later ook de Franse school. Nederduits was vooral handig voor de lokale beroepsbevolking, terwijl Frans in de loop van de 17e eeuw de taal werd voor vorsten en diplomaten. In 1787 stichtte de bevlogen onderwijzer Hermanus Docters van Leeuwen op 26-jarige leeftijd in de Molenstraat in Raamsdonk de openbare Fransch- en Nederduitsche school. In de gevel van het pand is nog het hardstenen ornament van het schoolhuis te zien.

Meisjesschool en kostschoolkinderen

Op 28 augustus 1593 wordt in Geertruidenberg Geeraert Verschuur van Utrecht aangesteld als ‘regeerder der hooge school’. Zijn traktement bedraagt 15 Carolusguldens per jaar, een vrije woning, 80 tonnen turf en per kind 24 stuivers. Tevens wordt hem toegestaan met zijn echtgenote een school voor meisjes op te richten met de vakken Frans, rekenen, cijferen, breien en naaien. In 1620 verhuisde de Franse school naar het pand ‘De Schenckkan’ aan Elfhuizen 7, waar Arthus van de Velde, voorheen rector van de Latijnse school, nu Hoge Stadsschool geheten, een Franse school begint. De naam ‘De Schenckkan’ is genoemd naar de herberg die Geertruijt Woutersdochter in dat pand in 1621 begon. Op 20 januari 1634 wordt Mr. Daniël van der Velde in Geertruidenberg aangesteld als opperschoolmeester en tevens voorlezer in de kerk. Zijn gage bedraagt 225 gulden, 80 tonnen turf en vrijdom van huishuur en stadsaccijns. De school telt 164 leerlingen, zowel uit de vestingstad als kostschoolkinderen. Op 23 april 1765 ‘hebben de Heeren Regenten op autorisatie van de Heeren van de Magistraat aan Simon van der Waal, Duitsch en Fransch schoolmeester alhier, om tot vergrooting van zijn Huys en Logement van meerdere kostkinderen op interest à 2 perc., gegeven een capitale somme van duyzend gulden.’ De aan de Markt 3 gevestigde kostschool van Van der Waal telde 30 kostschoolkinderen.

Neutraal en katholiek onderwijs

In 1806 wordt de Algemene Onderwijswet van kracht. Godsdienstonderricht krijgt een neutrale christelijke grondslag. Specifiek godsdienstonderwijs dient buiten de school te worden gegeven. Alle scholen zijn openbare scholen en worden ondersteund door de overheid. Uitzonderingen zijn toegestaan voor scholen 1e klas, toebehorend aan onder andere diaconie, godshuizen, weeshuizen of de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen en scholen 2e klas ofwel particuliere katholieke en protestantse scholen. De eerste neutrale school in Geertruidenberg was een 50 à 60 leerlingen tellende Nutsbewaarschool, die is gestart in 1842. In 1843 beginnen de Zuster van Liefde een zondagschool en een bewaarschool in een woning aan de Koestraat en een jaar later een handwerkschool. In 1853 start de bouw van een openbare lagere school met vier lokalen achter de kapel van het voormalig Gasthuis aan de Markt met een onderwijzerswoning op nr. 50, betaald door de Stedelijke Godshuizen Geertruidenberg. In 1861 beginnen de Zusters van Liefde een kostschool voor schipperskinderen die tot 1953 heeft bestaan.

Landelijke Leerplichtwet

De landelijke Leerplichtwet, met als doel kinderen in de leeftijd van 7 tot 12 jaar behoorlijk lager onderwijs zou krijgen, werd in 1900 met 50 tegen 49 stemmen aangenomen. Tegenstander van de wet, Francis David Schimmelpenninck, was van zijn paard gevallen en kon daardoor niet stemmen. Voorstanders van de wet zeiden daarover: ‘het paard is verstandiger dan zijn meester’. De Leerplichtwet trad op 1 januari 1901 in werking. Dat jaar openen de Zusters meisjesschool St. Jan voor lager- en kleuteronderwijs in de Koestraat; in dezelfde straat wordt in 1918 de katholieke jongensschool voor lager onderwijs St. Antonius geopend. In 1947 vindt de start van de Ambachtsschool in de Havenkazerne plaats onder leiding van directeur H. Teunisse, waarna in 1959 de nieuwe LTS aan de Strijenlaan wordt geopend. In 1963 verhuist de protestantse kleuterschool in de Brandestraat naar een houten gebouwtje aan de Mauritsweg en krijgt de naam De Springplank. In 1976 telde Geertruidenberg negen scholen: Peuterschool De Paddenstoel, de kleuterscholen Het Kwetternest, St. Jan, De Toverfluit en De Springplank, de basisscholen De Peuzelaar, St. Antonius en de Stichting Nutsschool en de Lagere Technische School. In 1979 vindt de opening plaats van een nieuw scholencomplex aan de Elisabethstraat met voor neutraal onderwijs De Biekorf en de katholieke school Het Schrijverke, ter vervanging van de kleuter- en basisscholen in de vestingstad Geertruidenberg.

Tekst: Jan Hoek

Bronnen: Historiek, artikel van Jelle Kalsbeek, 2019, Canon Geertruidenberg OKG: ‘Van scholaster tot directeur’; jaarboek De Oranjeboom 64, 2011; website Raamsdonks Historie; Geertruidenberg, Hollands oudste stad, Bas Zijlmans,1978.