Geertruidenberg - In 1997 gaf het stichtingsbestuur van de Stedelijke Oudheidkamer aan te stoppen met de activiteiten. Dankzij toenmalig burgemeester Wim Letschert, de Oudheidkundige Kring ‘Geertruydenberghe’ en Peter Span van Woningstichting Geertruidenberg (WSG) vond er in de jaren 2000-2002 een ingrijpende verbouwing plaats van het pand aan de Markt 46 en kon op 11 juli 2003 de Stichting Museum De Roos officieel geregistreerd worden. In die periode startten Gré van Dongen en Tiny Stienen met hun activiteiten voor het museum. Zij waren onder meer verantwoordelijk voor het educatieve programma en waren langdurig bestuurslid. Na samen zo’n halve eeuw actief te zijn geweest, hebben beide dames besloten te stoppen met hun bestuursactiviteiten in het aan de historische Markt gelegen pittoreske eeuwenoude pandje De Roos.

Door Jan Hoek

Gré van Dongen vertelt over haar start, ruim een kwart eeuw geleden, bij het museum: “Ik was voorzitter van het Katholiek Vrouwengilde Geertruidenberg. Ooit waren daar zo’n 70 dames lid van, maar dat aantal werd steeds minder; op een gegeven moment zijn we gestopt met het gilde. Ik ben ook lid van de Tuinvriendenclub ‘In den Hollandschen Tuyn’, waar Hans Oomen secretaris van is. Hij was tevens bestuurslid van het museum en benaderde mij met de vraag of ook ik bestuurslid van het museum wilde worden. Ik was weleens in de Oudheidkamer gaan kijken, maar vond dat toen maar een stoffig gebeuren. Bovendien vond ik het een echte mannenwereld. Toch wist hij me over te halen. Om ideeën op te doen voor de inrichting van een museum in het algemeen en vitrines in het bijzonder zijn onder meer toenmalig voorzitter Cor Heesters, Hans Oomen en ik tal van musea gaan bezoeken; niet alleen in de regio, maar ook bijvoorbeeld in het Scheepvaartmuseum in Antwerpen. Heel bijzonder was, dat we toen op de zolder van dat museum aan de Schelde mochten overnachten.”

Sorteren en zilverpoetsen

Niet veel later sloot ook Tiny Stienen zich aan; eerst als vrijwilliger en later als bestuurslid. “Samen met mijn partner Cock gingen we elke vrijdagmiddag naar café Wietmarschen, tegenwoordig Huis ten Bos, aan de Markt. Daar werd ik benaderd door Bas Zijlmans, medeoprichter van Museum de Roos. Ik had een brede werkervaring bij onder andere Unilever en Unimills en Bas zag in mij, met mijn administratieve ervaring, een welkome aanvulling als vrijwilliger voor het museum. Vanuit het café liepen Cock en ik vervolgens langs het museum, waar vrijwilligers bezig waren met onder andere zilverpoetsen en het sorteren van allerlei attributen. Die hadden opgeslagen gelegen in de kelder van het gemeentehuis. Wat mij opviel was dat het eigenlijk een samengeraapt zooitje was, dat niets of nauwelijks iets met Geertruidenberg te maken had, zoals bijvoorbeeld spullen uit Indonesië. Ik werd heel formeel ontvangen door Cor Heesters die mij vroeg: ‘Wat wilt u dan bij ons gaan doen?’ Na een gesprek met Cor zag ik het vrijwilligerswerk in een startend museum als een leuke uitdaging en besloot die aan te gaan.”

Schoolprojecten

Niet veel later stond er zowel in De Langstraat als dagblad De Stem een oproep voor vrijwilligers. Er meldden zich op één dag zo’n honderd personen; uiteindelijk zijn er zo’n 12 tot 14 van overgebleven. Op dit moment telt Museum de Roos tien gastvrouwen en drie gastheren. Met andere woorden: het museum is geen mannenwereld meer. Begin 2003 werd door Gré van Dongen en Tiny Stienen de basis gelegd voor het gastvrouw-gastheerschap, waarna Gré het voorzitterschap daarvan op zich nam. Tiny Stienen begon samen met toenmalig bestuurslid Cees Achten met het op een hoger peil brengen van de administratie van het depot; daarnaast concentreerde zij zich, samen met het gezicht van (Toeristische Informatiepunt) TIP-Geertruidenberg Gabriella van Hal, op het eerder door Corrie van Erk en Hans Oomen opgezette educatieve programma van het museum. Tiny Stienen vertelt daarover: “Daaronder vallen ook de schoolprojecten waaraan alle groepen 7 van de basisscholen in de gemeente Geertruidenberg, jaarlijks in totaal bijna 400 kinderen, deelnemen. Na de ontvangst krijgen ze een rondleiding met gids door het museum, gevolgd door het invullen van een multiple choise-vragenlijst. Vervolgens gaat een deel in de kamer van dichteres Juliana van Lannoy schrijven met een ganzenveer; die veren komen uit de Biesbosch en werden tot zijn overlijden geslepen door mijn partner Cock. De andere helft van de groep gaat in de kelder van het museum van de daar liggende scherven een museum(w)aardige pot proberen te maken. Halverwege wisselen ze van activiteit en leren ze dus in één dagdeel 17e-eeuws schrijven en worden ze voor even archeoloog. Succes is elke keer weer verzekerd.”

Wisseltentoonstelling

De sfeer en saamhorigheid binnen het museum zijn nog steeds prima, maar de onbevangenheid van weleer missen Gré van Dongen en Tiny Stienen soms wel. Museum De Roos-voorzitter Ron Haveman bevestigt dat. “Dat komt omdat steeds meer moet worden voldaan aan verplichtingen en regels die van buitenaf worden opgelegd. Gelukkig merken onze bezoekers, gezien de vele positieve reviews, daar niets van. We draaien goed en hebben afgelopen jaar zo’n 30 procent meer bezoekers mogen ontvangen.” Die constateerden dat, na een grondige verbouwing en hernieuwde inrichting, met een overzichtelijke, chronologische volgorde van de vaste tentoonstelling, een bezoek aan Museum De Roos meer dan de moeite waard is. Daarnaast is er tweemaal per jaar een wisseltentoonstelling. Op dit moment is dat tot eind mei de tentoonstelling ‘Van Vondst naar Vitrine’; in nauwe samenwerking met de Oudheidkundige Kring ‘Geertruydenberghe’ worden bijzondere en vaak spraakmakende bodemvondsten uit Geertruidenberg getoond. Kijk voor meer informatie op de website museumderoos.nl.