Geertruidenberg – Wie bij Elly Dunnewold binnenstapt, merkt het meteen: dit is geen gewone woning. Het voelt als een klein museum, waar objecten, materialen en kunstwerken ogenschijnlijk vanzelf hun plek hebben gevonden. Niets is willekeurig, alles ademt betekenis. In de ruimte staat een antieke plattebuiskachel centraal. Daaromheen: glaswerk, beelden, textiel, kistjes en verzamelingen. Haar eigen werk is daar geen los onderdeel van, maar vormt er een vanzelfsprekend geheel mee. Alsof het leven en de kunst hier naadloos in elkaar overlopen.
Door Tom Rietveld
“Glas trekt mij heel erg aan,” vertelt Elly. “Het is kwetsbaar, zoals een mens. Maar het is ook hard, zoals het muurtje dat iemand om zich heen bouwt. Tegelijk is het transparant; je kunt erdoorheen kijken.”
Van Den Haag naar Geertruidenberg
Elly Dunnewold werd geboren in Den Haag en studeerde in 1972 cum laude af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Voor haar eindexamen kreeg zij de Esso-prijs, een onderscheiding voor de beste afstudeerprestatie.
In 1974 volgde de Godon-beurs en twee jaar later ontving zij een studiebeurs van de Rotary Foundation. Daarmee vertrok zij naar Italië om zich verder te bekwamen in keramiek.
Al vroeg werd haar werk opgemerkt. In een juryrapport uit die tijd wordt het omschreven als fragiel en kwetsbaar, maar tegelijkertijd poëtisch en expressief, en in vele opzichten zeer oorspronkelijk. Die combinatie is tot op de dag van vandaag zichtbaar gebleven.
Een wereld van symboliek
Het werk van Dunnewold laat zich niet in één oogopslag begrijpen. Wie beter kijkt, ontdekt een veelheid aan details en symbolen. “In het verleden maakte ik veel huizen,” vertelt ze. “Een mens woont in een huis, maar ís zelf ook een huis. Met allerlei kastjes en laatjes die verborgen blijven.” Het is een gedachte die haar werk diepgang geeft. Haar beelden gaan niet alleen over vorm, maar over wat zich achter die vorm verschuilt. Over het innerlijke leven van mensen. Ook het thema vergankelijkheid speelt een belangrijke rol. “Iets kan vergaan,” zegt ze, “maar daaruit ontstaat altijd weer iets nieuws. Er is geen einde.”
Kwetsbaarheid en kracht
Opvallend in haar werk zijn de menselijke figuren met lange ledematen, kleine hoofden en grote voeten. “Met die lange ledematen wil ik de eenzaamheid van het individu weergeven,” legt ze uit. “Maar er is ook een andere vorm van eenzaamheid: een stilte die nodig is om tot creatie te komen.” Die dubbelheid – kwetsbaarheid én kracht – loopt als een rode draad door haar werk. Ze werkt met uiteenlopende materialen: brons, tin, keramiek, textiel en natuurlijke stoffen. Toch staat techniek nooit los van inhoud. “Zoals een bakker zijn brood niet maakt zonder de juiste verhouding van ingrediënten, zo moet het bij mij ook kloppen,” zegt ze. “Ik zie mijn werk ook als ambacht. Het gaat om respect voor het materiaal.”
Kleuren met betekenis
Ook kleurgebruik is bij Dunnewold nooit toevallig. “Rood staat voor mij voor de warmte van liefde, maar ook voor de pijn die mensen elkaar kunnen doen. Blauw en turquoise hebben iets mystieks. Paars is een mengvorm, een balans.” In haar werk keren bovendien regelmatig twee vogeltjes terug – een persoonlijk symbool van vrijheid. Toch laat zij de interpretatie bewust open.
“Mensen mogen er hun eigen verhaal in zien. Het moet los van mij kunnen bestaan.”
Leven in balans
Niet alleen in haar kunst, maar ook in haar manier van leven komt haar visie terug. In haar tuin laat zij de natuur grotendeels haar gang gaan. “Mijn filosofie is: laat maar gebeuren,” zegt ze. “Maar het mag niet overwoekerd worden, want dan raakt de balans zoek.” Diezelfde gedachte ziet zij terug in het leven van mensen. “Zoals een boom vergaat en weer voeding wordt voor de aarde, zo is het ook bij mensen. Alles maakt deel uit van een kringloop van ontstaan en verdwijnen.”
Kunst als taal
Tijdens het gesprek wordt duidelijk dat kunst voor Dunnewold meer is dan vorm of techniek. Het is een manier om te kijken, te voelen en te begrijpen. Ze houdt van literatuur, van sprookjes en symboliek. Niet als eenvoudige verhalen, maar als lagen waarin betekenis verscholen ligt. Dan vat ze haar werk samen in één zin: “Mijn beelden zijn mijn gedichten.” Het is een uitspraak die blijft hangen. Want wie haar werk bekijkt, ziet inderdaad geen eenduidig verhaal, maar iets wat zich langzaam ontvouwt. Zoals een gedicht dat bij elke lezing een nieuwe betekenis krijgt.
