Tussen 2024 en 2031 vinden er in het kader van de verbreding van de A27 flinke werkzaamheden plaats tussen Houten en de Hooipolder. Op een locatie nabij de Kloosterhoeve wordt binnenkort binnen dit project gestart met de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg naar de A59. Voordat met die werkzaamheden gestart kan worden, vonden bij het terrein waar ooit een Kartuizerklooster stond, archeologische opgravingen plaats. De afgelopen periode heeft RAAP, (onderzoeks- en adviesbureau voor archeologie, cultuurhistorie en erfgoed), vijf weken lang archeologisch onderzoek gedaan aan de zuidzijde van de Kloosterweg. Bijzonder daarbij is, dat drie leden van de Oudheidkundige Kring ‘Geertruydenberghe’ (OKG) als amateurarcheologen daarbij actief betrokken waren. De grootste ontdekkingen waren een landweer; een verdedigingswerk, waarschijnlijk uit de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, en een vuurstenen pijlpunt uit het mesolithicum (de middensteentijd).

Door Jan Hoek

Nader specialistisch onderzoek van de vondsten, waaronder keramiek, volgt nog. In het eindrapport, dat over circa een jaar verschijnt, wordt meer duidelijk over het landgebruik ten tijde van het Kartuizerklooster (1336-1573) en de effecten van de Sint-Elisabeths vloed op de omgeving en ook hoe de locaties ervoor en erna werden gebruikt. Al kort na de beëindiging van de opgraving, werd op 2 juli door Rijkswaterstaat en bouwcombinatie ALSÉÉN in De Stek in Raamsdonksveer een presentatie over de archeologische vindplaats bij het Kartuizerklooster (1336-1573) verzorgd. Dit, in nauwe samenwerking met de Oudheidkundige Kring ‘Geertruydenberghe’. Aan de archeologische werkzaamheden ging volgens Susanne Koeman, archeoloog van ALSÉÉN, ‘grondig’ onderzoek vooraf. Zij zegt daarover: “Archeologie is een onderdeel van de planvorming van het project A27. Volgens bepalingen in de Monumentenwet 1988, (die in juli 2016 is opgegaan in de Erfgoedwet, moeten Rijkswaterstaat en de bouwcombinatie ALSÉÉN op in totaal 60 onderzoeklocaties langs het traject Houten-Hooipolder eerst archeologisch onderzoek doen. “Na het nodige bureauwerk startten we met een verkennend booronderzoek, waarna een karterend onderzoek plaatsvond; waarbij werd gekeken of er archeologisch belangrijk materiaal in de bodem zou kunnen zitten. Vervolgens voerden we een vooronderzoek uit met proefsleuven van ca. 4 x 20 meter, waarna gestart kon worden met het archeologisch bodemonderzoek”, aldus projectleider Koeman.

Metaaldetector en schop

Naast de professionele archeologen, mochten ook drie amateurarcheologen van de OKG, na de nodige (veiligheids(instructies van RAAP, meewerken aan de archeologische opgravingen. Gewapend met metaaldetector en schop gingen Bruno Korngold, Cees Schuller en Hans Wagemakers gedurende drie weken beurtelings aan de slag. Een van de sprekers tijdens de, (ondanks de voetbalwedstrijd Nederland-Roemenië, goed bezochte bijeenkomst in De Stek), was Bruno Korngold. Hij ging uitgebreid in op de rijke geschiedenis van de huidige gemeente Geertruidenberg en de geschiedenis van het Kartuizerklooster. “Het kloosterterrein heeft een hoge archeologische waarde, maar ter plaatse is er praktisch niets van te zien. In het verleden zijn er diverse boringen en opgravingen uitgevoerd. Zo heeft voormalig OKG-lid Walther van Onzenoord van de bodemvondsten een verzameling aangelegd, die echter op onverklaarbare wijze verdwenen is. Qua artefacten waren de verwachtingen niet hoog, gezien het feit dat de opgravingen aan de zuidzijde van de Kloosterweg plaats zouden vinden, exact op het tracé van de nieuwe ontsluitingsweg, en dus niet op het terrein van het voormalig klooster. Het is eigenlijk ongelooflijk hoeveel werkzaamheden er gedaan moeten worden, voordat er daadwerkelijk gegraven kan worden. We vonden het alle drie heel bijzonder dat men vertrouwen in ons had en we met de professionals mochten meewerken aan een serieus archeologisch onderzoek”, vertelt Korngold. Op de locatie waar het Kartuizerklooster heeft gestaan, heeft RAAP in opdracht van de WSG, van 23 mei tot en met 27 juni 2007 ook al archeologisch onderzoek verricht. Dit, in verband met de bouw van De Kloosterhoeve (RAAP rapport 1712).

Verdedigingswerk

Tot besluit van de bijeenkomst ging archeoloog en projectleider Marleen van Zon van RAAP, uitgebreid in op het archeologisch onderzoek en de eerste resultaten, mogelijkheden en teleurstellingen. “Er deden verhalen de ronde dat er op die locatie een schans heeft gelegen, Daar hebben we geen bewijzen van gevonden, maar wel van een landweer, compleet met paalsporen en struikelgaten. Dit verdedigingswerk kan zijn aangelegd tijdens de belegering van Geertruidenberg in 1420. Nader onderzoek moet uitwijzen of die verklaring hout snijdt. Verder hebben we een vloeiweide-systeem uit de 18e of 19e eeuw gevonden, houten resten van een sluisje, sporen van een watergang met wilgen uit de 11e of 12e eeuw én de skeletten van drie runderen. Helaas niet uit de middeleeuwen, maar hoogstwaarschijnlijk begraven na de waternoodramp in 1953, aangezien de runderen machinaal zijn begraven. We hebben gezocht in tal van putten van één tot anderhalve meter diep. Of daar nog spraakmakende vondsten uit zijn gekomen, moet het nadere onderzoek door specialistische archeologen uitwijzen”, aldus Marleen van Zon. Als dank overhandigde Bruno Korngold namens de OKG haar het boek ’Waterland als woestijn’ van J.G.M. Sanders, dat gaat over de geschiedenis van het Kartuizerklooster, ook wel ‘Het Hollandse Huis’ genoemd.