De in Raamsdonksveer woonachtige nens blom (zij schrijft haar naam altijd met kleine letters) stuurde mij twee door haar geschreven stukjes proza. Een humoristisch en met de nodige zelfspot geschreven verhaaltje over ochtendzwemmen in het lokale zwembad De Ganzewiel en een confronterende tekst over dumpvuil naast de kliko’s. Het dumpen van afval naast de kliko’s (of containers) is helaas steeds gewoner geworden. Het is asociaal en verboden. Het trekt ongedierte (ratten en muizen) aan en zorgt voor zwerfafval door wind en/of vogels. nens schrijft in haar verhaaltje over het illegaal dumpen ook nog hoe dit voorkomen kan/moet worden.

Door Jan Hoek

Op de vraag: ‘wie is eigenlijk nens blom’ vertelt ze: “Ik ben oma van drie buitengewoon geweldige kleinkinderen, een heerlijk overbodig pleonasme, want geweldige kleinkinderen zijn natuurlijk per definitie buitengewoon. Zij houden mij jong van geest, al protesteren mijn knieën daar soms luidruchtig tegen. Dankzij hen zie ik dat een stoeptegel een springparcours kan zijn, een paardenbloem een schat en een regenbui vooral een uitnodiging om nat te worden”, begint nens blom haar verhaal. “Misschien is dat wel waarom dat ik zo graag schrijf. Ik houd van verhalen die niet alleen raken, maar ook een glimlach ontlokken. De wereld neemt zichzelf al serieus genoeg; ik probeer haar af en toe liefdevol een knipoog te geven. Kleine observaties, ontmoetingen en alledaagse absurditeiten. Want soms schuilt het grootste nieuws niet op de voorpagina, maar in een kleinkind dat met de vanzelfsprekendheid van een Nobelprijswinnaar uitlegt, waarom spinazie eigenlijk groente-ijs is. Ik hoop nog lang verhalen te mogen schrijven die laten zien dat het leven, met al zijn prachtige eigenaardigheden en heerlijk overbodige pleonasmen, vooral gevierd mag worden”, stelt de schrijfster van onderstaande stukjes proza.

Dumpvuil naast de kliko’s

“Naast de kliko’s, vroeg in de straat, ligt van alles wat er eigenlijk niet hoort te staan. Een matras met vlekken, nat van de regen, alsof iemand het daar zomaar heeft neergelegd. Een bouwplan voor, en deels mèt een hamsterkooi, half verwaaid, met tekeningen van hamsters die vrolijk lijken. Een buggy zonder wiel staat scheef in het gras. Niemand weet meer van wie het was. Een oude naaimachine, roestig en zwaar, vertelt stilletjes dat hij ooit nuttig was daar. Een hondenmand zonder hond, verlaten en leeg, wacht op een baasje die allang elders heen ging. Tafels met krassen, tenten met scheuren, een berg van vergeten herinneringen en geuren. Dozen en planken, een kapotte stoel, alles belandt hier alsof dat het doel is. Maar náást de kliko’s hoort dit niet thuis, het maakt van de stoep geen prettig gezicht voor de buurt. Beter naar de milieustraat of een afspraak gemaakt, zodat de straat weer netjes en schoon achterblijft. Want een buurt die verzorgd en opgeruimd blijft, is een plek waar iedereen graag verblijft. Dus denk even na voordat iets wordt gedumpt, dan blijft de straat vrij van rommelige klump.”

Zwemmen in een isopakje

“Elke ochtend, nog vóór de meeste mensen hun eerste koffie op hebben, dobbert daar al een klein gezelschap vroege vogels rond. Half acht. Buiten nog fris, binnen damp boven het water, en dan die vaste kern die onverstoorbaar baantjes trekt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En tussen hen: één dappere oma. Een vrouw die van nature al een soort ingebouwd isopakje lijkt te dragen en zonder aarzeling het koude, ondiepe ‘onderwaterwarmtebad’ trotseert. Vastberaden stapt ze erin, fier rechtop, om vervolgens na een kwartiertje toch bibberend door het personeel uit het water gevist te worden, ‘want anders wordt het onverantwoord’. Het heeft iets heldhaftigs, iets komisch en tegelijk iets ontroerends; die mensen die de dag beginnen met chloor, kou en koppigheid.”