Drie boekjes die niet verloren mochten gaan.

Een telefoontje met een verhaal.

Door Tom Rietveld

Soms begint een bijzonder verhaal heel eenvoudig: met een telefoontje. Mevrouw Adriaanse-Rolffs uit Raamsdonksveer nam contact op met de vraag of ik interesse had in drie oude poëziealbums. Niet omdat ze er zelf nog veel mee deed, maar juist omdat ze bang was dat ze anders verloren zouden gaan.

En dat zou zonde zijn geweest.

Een album uit 1887

Want wat hier op tafel kwam te liggen, zijn geen gewone boekjes. Het oudste exemplaar dateert uit 1887 en behoorde toe aan een overgrootmoeder met de naam Dora. Alleen dat gegeven al maakt indruk. Een boekje dat bijna anderhalve eeuw oud is, met zorgvuldig geschreven versjes en prachtig bewaarde afbeeldingen – bloemen, romantische tafereeltjes en sierlijke randjes.

Wie zo’n album openslaat, voelt direct dat dit meer is dan papier. Het is een tijdscapsule.

In Dora’s album staan korte, maar veelzeggende versjes. Een bijdrage van H. van de R. springt eruit, mede door de afbeelding van twee gezichten op de tegenoverliggende bladzijde:

Lieve Dora,

Als deze twee niet gaan vrijen,

zullen zij van elkander scheien.

Een directe, bijna ondeugende boodschap, die laat zien dat gevoelens van toen niet zoveel verschilden van die van nu.

Een ander versje, uit 1888 van L. Haverhals, is juist ontwapenend eenvoudig:

'k Zou iets in uw album schrijven

Maar weet niet wat

Dat ik steeds uw vriendin mag blijven

Bevalt u dat?

Lieve Dora

Boodt gij laast mij in uw album

Dora lief een blaadje aan

‘K heb dan daar het in te vullen

Tans aan uw wens voldaan

Dat het u dan moog herinneren

Ja, zoo dikwijls gij het ziet

dat haar die deze regels neerschreef

En ook vraag: Vergeet mij niet

Uw liefhebbende nicht

Elizabet van der Reijden

Brielle, 2 oktober 1887

Van Dora naar 1926

De twee andere albums brengen ons naar een latere periode, rond 1926. Namen als Coba, Neeltje en Nelly Stolk duiken op. Familieleden schrijven elkaar kleine boodschappen: een broer, een nicht, een tante uit Brielle.

Wat opvalt, is dat ondanks het verschil in tijd, de bedoeling hetzelfde blijft: iets achterlaten dat blijft. Een wens, een gedachte, een herinnering.

De boekjes zelf vertellen ook hun eigen verhaal. De bladzijden zijn verkleurd, de randen soms wat versleten, maar de illustraties – bloemen, kinderen en sierlijke motieven – hebben hun charme behouden. Kleine kunstwerkjes, met zorg gemaakt.

Lieve Coba,

Toch wil ik in uw album staan

al was ’t dat ik er dwars door heen moet gaan

Ter herinnering van uw broer Jaap

15 oct 1928

Brielle, 8 sept 1926

Lieve Coba

Kleine waterdroplen

Kleine korrels zand

Vormen saam de grote zee

En het schoone zand

Kleine Liefde daden

Woordjes teer en zacht

Hebben vaak aan ’t kleinste huis

’t Groot geluk gebracht.

Ter herinnering aan de liefhebbende tante Cor

Herinneringen uit een andere tijd

Maar misschien nog mooier wordt het verhaal wanneer deze albums verbonden worden met het leven van mevrouw Adriaanse-Rolffs zelf.

Ze groeide op vlak na de oorlog, in een huishouden waar meerdere generaties samenleefden. Haar oma had de regie over het huishouden. “Oma deed de was, en niemand anders,” vertelt ze. Het typeert een tijd waarin taken duidelijk verdeeld waren.

En dan de zondagse soep. “Daar kon de lepel rechtop in blijven staan.” Een beeld dat meteen een hele generatie oproept.

Buiten spelen was vanzelfsprekend. Achter het huis lag de polder. Slootje springen, knikkeren, eindeloos buiten zijn. “Dat zie je nu niet meer,” zegt ze.

Van smederij tot verpleging

Het gezin had een smederij aan huis. Hard werken hoorde erbij. Kachels werden gesjouwd, paarden beslagen, houten wielen voorzien van ijzeren randen. Toen ze als kind zei dat iets zwaar was, kreeg ze van haar vader te horen:

“Is die van jou dan zwaarder dan die van mij?”

Later werkte ze tien jaar in de verpleging. Ook daar stond aanpakken centraal.

En zelfs nu, na meerdere grote operaties – nieuwe heupen, knieën en schouders – blijft ze actief. “Ik moet blijven lopen,” zegt ze. Haar hondje helpt daarbij. “Want met hem moet ik naar buiten, of ik wil of niet.”

Niet verloren, maar doorgegeven

Het is een mooie parallel met de poëziealbums. Ook die houden iets in beweging. Ze brengen herinneringen terug, laten mensen opnieuw spreken en geven een verleden door aan het heden.

Wat begon als een eenvoudig telefoontje, groeide uit tot een ontmoeting tussen generaties. Van Dora in 1887, via familieleden in 1926, tot het leven van nu in Raamsdonksveer.

Deze boekjes zijn niet verloren gegaan. Integendeel – ze hebben hun verhaal opnieuw gevonden.

Oproep aan de lezers

Heeft u thuis ook nog zo’n poëziealbum liggen? Misschien van uzelf, uw ouders of zelfs van uw grootouders? Laat het niet verdwijnen in een lade of doos.

Stuur uw inzending (bij voorkeur met een korte toelichting en foto’s) naar:

tomrietveld@me.nl

WhatsApp: 06 51217918

Uw bijdrage kan worden opgenomen in deze rubriek.

Blijf ze insturen – want in deze kleine boekjes schuilt een groot verhaal. Heeft u thuis ook nog zo’n boekje liggen? Misschien ouder dan u denkt, misschien voller dan u zich herinnert. Laat het niet verdwijnen.