Wie wandelt door de Loonse en Drunense Duinen, de Kampina of de Oisterwijkse Bossen en Vennen, geniet van uitgestrekte natuur, goed onderhouden wandelroutes en rust. Maar achter die vanzelfsprekende schoonheid gaat veel werk schuil. Dat werk wordt dagelijks verricht door medewerkers en een grote groep vrijwilligers van Natuurmonumenten.
Door Hans Dingemans
"Veel mensen zien alleen het eindresultaat", vertelt Irma de Potter, boswachter en verantwoordelijk voor Communicatie & Beleving in de regio. "Maar er gebeurt ontzettend veel achter de schermen." Haar werkgebied is indrukwekkend: de Loonse en Drunense Duinen, Huis ter Heide, de Oisterwijkse Bossen en Vennen, de Kampina en het Moergestels Broek. Samen goed voor ongeveer 6.000 hectare natuur. In deze regio werken negentien medewerkers, ondersteund door ruim honderd vrijwilligers.
Die vrijwilligers zijn onmisbaar. Verdeeld over verschillende werkgroepen steken zij zowel doordeweeks als in de weekenden de handen uit de mouwen. Ze repareren rasters, plaatsen en onderhouden routeaanduidingen en helpen bij allerlei onderhoudswerkzaamheden in de natuurgebieden.
Ook het beheer van graslanden vraagt veel aandacht. Percelen die niet zijn verpacht aan boeren moeten regelmatig worden gemaaid. Dat lijkt eenvoudig, maar vraagt een zorgvuldige voorbereiding. Eerst wordt gecontroleerd of er geen broedvogels aanwezig zijn en of jonge reeën zich niet verschuilen in het hoge gras. Pas als zeker is dat dieren niet worden verstoord of in gevaar komen, kan het maaien beginnen.
Stikstof
Door een andere activiteit, het meten van de stikstof neerslag via amoniakpotjes in het veld, kom ik op de vraag of het allemaal wel zo erg is? Irma laat me op de website ‘Atlas van de leefomgeving’ een kaart zien van Europa. Onmiskenbaar is, naast een plukje Parijs en het noorden van Italië, het grootste deel van Nederland en het Ruhrgebied rood gekleurd. “Nederland is echt het stoutste jongetje van de klas! Het teveel aan stikstof zorgt dat berkenbomen als paddenstoelen uit de grond schieten en het pijpestrootje verdringt de heide. Stuifzand gaat via algengroei over in begroeiing met mossen en gras.”
Voorlichting
Naast natuurbeheer speelt voorlichting een belangrijke rol. "We willen bezoekers laten zien hoe bijzonder deze natuur is en waarom bescherming zo belangrijk is", zegt De Potter. Dat gebeurt met informatiepanelen langs de routes, maar ook door persoonlijk contact. Een mooi voorbeeld daarvan was pasgeleden bij de IJsbaan, waar vrijwilligers Gijsbert en Sjoerd bezoekers enthousiast vertelden over de natuur in het gebied en over het werk van Natuurmonumenten. Juist zulke ontmoetingen maken het verhaal achter de natuur zichtbaar. Bezoekers ontdekken niet alleen welke planten en dieren er leven, maar ook hoeveel inzet nodig is om deze gebieden gezond en toegankelijk te houden.
Volgens De Potter draait natuurbeheer uiteindelijk om samenwerking. Medewerkers, vrijwilligers, pachters en bezoekers hebben daarin allemaal een rol. "Hoe meer mensen begrijpen wat er in de natuur gebeurt, hoe groter ook het draagvlak om die natuur te beschermen."
Irma neemt me mee naar een grondwatermeter, in de buurt van Huis ter Heide. Vroeger was daar alleen maar veenmoeras met een veel hogere waterstand. Die is verlaagd ten behoeve van landbouw en bebouwing, maar is nu véél te laag. Ook de industrie in de omgeving, ze noemt geen namen, onttrekt te veel water uit de bodem.
Natuurbehoud voor toekomstige generatie
Wie door een natuurgebied wandelt, ziet misschien alleen de mooie vergezichten, bloeiende heide of een zingende veldleeuwerik. Achter dat beeld schuilt echter een dagelijkse inzet van mensen die ervoor zorgen dat de natuur kan blijven floreren. Dankzij hun werk kunnen ook toekomstige generaties blijven genieten van de unieke natuurgebieden die onze regio rijk is.
Gevraagd naar haar drijfveer om dit werk te doen, antwoordt Irma: “Ik houd enorm van de natuur en ben er ook in opgegroeid. De verwondering over alles wat er in de natuur leeft had ik als kind al en dat wil ik graag doorgeven. Mensen moeten natuur zelf kunnen ervaren, want alleen zo leer je ervan te houden. En waar je van houdt, dat wil je beschermen! Zo hoop ik dat steeds meer mensen zich bij Natuurmonumenten aansluiten. Want met een grote achterban die de natuur steunt, kunnen wij de gebieden zoals Huis ter Heide en de Loonse en Drunense Duinen beter beschermen.”
