Tekst: Tom Rietveld

Foto's: Tom Rietveld en Johan Verlouw

In weer en wind

De keien glimmen nat op de markt, maar het deuntje van de draaimolen klinkt onverminderd vrolijk. Ondanks de regen is de kermis in Geertruidenberg een kleine oase van licht en geluid. Kinderen met rode wangen trekken hun ouders mee langs de kraampjes, grootouders kijken met een glimlach toe. “Vroeger was de kermis groter,” zegt een bezoeker, “toen liepen we hier met de hele jeugd van de ene schommel naar de andere.” Toch is er iets gebleven: de geur van suikerspin, het gelach, de bel die rinkelt bij een gewonnen prijs. De kermis leeft, zelfs als de zon zich te weinig laat zien.

De draaimolen blijft het altijd doen

De exploitant van de draaimolen (Cees de Wildt) staat al jaren op dorpskermissen in Brabant. Hij heeft zijn handen vol, maar zijn toon is opgewekt. “Veranderingen? Ach, dat valt eigenlijk wel mee. De draaimolen blijft het altijd doen,” zegt hij glimlachend. “Voor de kleintjes, van nul tot zeven jaar, blijft dit het begin van het kermisgevoel.”

Toch verandert er iets. Waar vroeger het rinkelende muntgeld uit de zakken rolde, klinkt nu steeds vaker het piepje van de pin. “Het is tegenwoordig ongeveer fifty-fifty,” vertelt hij. “De helft contant, de helft pin. Hij wijst naar zijn klassiek versierde molen. “Zo’n draaimolen opbouwen is nog echt handwerk. Je ziet ze steeds minder, omdat het veel werk is om op te zetten en af te breken. Maar zolang kinderen blijven lachen, blijf ik draaien.”

De schiettentman van vroeger

Aan de rand van het terrein staat Johan, al tientallen jaren met zijn schiettent aanwezig. “Hij weet alles van vroeger,” zegt de draaimolenhouder. “Hij is een van de oudgedienden.”

Het is rustig dit jaar, vertelt hij verder. “Vorig jaar was beter. Misschien door het weer, misschien door de tijd. Mensen hebben minder te besteden, denk ik.” Toch houdt hij moed: “We doen het voor de sfeer, niet alleen voor de omzet.”

De kermis is een wereld van vaste gezichten. De exploitanten trekken van dorp naar dorp, kennen elkaar bij naam, helpen elkaar bij storm en regen. En als de lampen ’s avonds aangaan, verdwijnt de vermoeidheid even in het zachte licht van de carrousel.

Het schuivenspel van opa

Aan de muntjesschuivers zit een oudere man in een rolstoel. Hij komt al decennia op de kermis. “Vroeger stond ik zelf bij de oliebollenkraam” zegt hij trots. “En altijd het schuivenspel, dat was het mooiste. Je dacht dat je ging winnen, maar het muntje bleef net hangen.”

Hij lacht, maar wordt dan even serieus. “Wat ik nu merk, is dat de mentaliteit veranderd is. Er is meer baldadigheid, vooral in de steden. Jongeren die met vuurwerk gooien of dingen vernielen. Hier in Geertruidenberg valt het nog mee, gelukkig. Maar opa’s en oma’s blijven dan soms weg, en dat is jammer.”

De man wijst op de beveiligers die even langslopen. “Ze doen hun best, hoor. Maar het is niet meer zoals vroeger. Alles kost meer, zelfs de hekken rond de kermis.” Toch klinkt er geen bitterheid in zijn stem, alleen een milde weemoed. “Ik verdien nog altijd m’n boterham, en dat is genoeg.”

De jeugd van nu

De kinderen Fay en Daan vertellen enthousiast over hun favoriete attracties. “De botsauto’s en de muntjesschuiver,” zegt Daan zonder aarzeling. Zijn opa vult aan: “Voor mij is de kermis eigenlijk altijd hetzelfde gebleven. Gemoedelijk, overzichtelijk, gezellig. Met de kleinkinderen is het extra leuk. Je beleeft het opnieuw, maar dan door hun ogen.”

Een oudere bezoeker knikt instemmend. “Vroeger had je dagkaarten,” vertelt hij. “Voor 25 gulden kon je de hele dag in de cakewalk. Dat was wat! Nu betaal je per keer en dat loopt snel op. Maar ach, de pret blijft dezelfde.”

Ondanks het grijze weer gonst het plein van leven. De suikerspin kraakt in de regen, een kind gilt in de cakewalk, overal klinkt er muziek uit de speakers. De kermis is misschien kleiner, maar ze is niet verdwenen, ze heeft zich gewoon aangepast aan de tijd.

Volkscultuur met een glimlach

De kermis van Geertruidenberg is geen spektakel vol schreeuwende attracties, maar een dorpse traditie die van generatie op generatie doorgaat. Exploitanten en bezoekers herkennen elkaar nog; een kort praatje, een handdruk, een lach. “De kermis is geen vetpot,” zegt de schiettentman, “maar ze brengt mensen bij elkaar.”

En misschien is dat wel de essentie: niet de hoogte van de attracties, maar de hoogtepunten van menselijk contact. Of, zoals de draaimolenhouder het zegt terwijl hij de laatste muzieknoten hoort wegsterven: “Zolang er kinderen blijven lachen, blijft de kermis draaien.”

Historie van de kermis

De geschiedenis van de kermis – Van jaarmarkt tot volksfeest

Middeleeuwse wortels

De kermis (afgeleid van kerkmis, de mis ter gelegenheid van de wijding van een kerk) ontstond in de middeleeuwen als religieus feest. Rond de naamdag van de patroonheilige kwamen mensen samen bij de kerk om te bidden, te handelen en te vieren.

Na de plechtige mis volgde een markt, waar boeren, ambachtslieden en kooplui hun waren aanboden; vaak de enige gelegenheid per jaar om exotische producten te kopen.

Van devotie naar vermaak

Vanaf de 16e eeuw verschoof de nadruk van religie naar plezier. Muzikanten, acrobaten, toneelspelers en kwakzalvers trokken naar dorpspleinen. De kerk zag het met lede ogen aan: het werd te vrolijk, te werelds. Toch bleef het volk komen.

De kermis groeide uit tot hét jaarlijkse volksfeest waar iedereen – rijk of arm – even gelijk was.

De 19e eeuw: stoom en spektakel

Met de industriële revolutie veranderde ook de kermis. Mechanische attracties verschenen: de eerste draaimolens, later aangedreven door stoommachines.

In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen spiegeldoolhoven, schiettenten en reizende bioscopen. De kermis werd een reizend mini-universum, vol techniek, licht en verwondering.

20e eeuw: motorisering en massavermaak

De periode na 1900 bracht auto’s, elektriciteit en motorisch aangedreven attracties. De suikerspin, de botsauto’s en de cakewalk deden hun intrede.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de kermis hét symbool van vrijheid en herstel. In de jaren ’50 en ’60 was het een ontmoetingsplek voor jongeren: flirten, stoer doen op de autoscooter en dansen bij de muziekcarrousel.

Van volksfeest naar familietraditie

In de 21e eeuw is de kermis kleiner geworden, maar niet verdwenen. Veiligheidsregels, vergunningen en kosten drukken op de exploitanten. Toch blijft de kermis in veel dorpen – zoals in Geertruidenberg – een stukje erfgoed.

De nostalgie van de draaimolen, het muntjesschuiven en de geur van oliebollen houden de herinnering levend. En nog altijd geldt: de kermis is de lach van het volk.

In Geertruidenberg werd al in de 17e eeuw melding gemaakt van een jaarmarkt met 'spel en de vertier' bij de kerk. In de 19e eeuw werd de dorpskermis zelfs officieel vastgelegd in gemeentelijke besluiten: 'drie dagen lang feest, mits ordentelijk en zonder baldadigheid'.