Een kermis hoeft niet groot te zijn om plezier te brengen. Dat bleek opnieuw op de Markt in Geertruidenberg, waar van 2 tot en met 6 oktober lichtjes, muziek, behendigheidsspellen en draaiende attracties het historische decor tijdelijk overnamen. De botsautootjes ontbraken dit jaar, maar voor jong en oud bleef er genoeg te beleven.
Door Tom Rietveld
Het contrast kon bijna niet groter zijn. De eeuwenoude Geertruidskerk torende onverstoorbaar boven de Markt uit, terwijl beneden de moderne kermisverlichting flitste, muziek uit de attracties klonk en kinderen van de ene verleiding naar de andere renden. En juist dat maakt een kermis bijzonder: even verandert een vertrouwd plein in een andere wereld.
Van achtbaan tot draaimolen
Wie wat meer snelheid zocht, kon terecht bij de Break Dance van Sipkema. De draaiende bewegingen zorgden voor het nodige gegil en gelach. Ook de spinning familieachtbaan van Lemmerman trok de aandacht. Niet alleen de achtbaan zelf beweegt, ook de karretjes draaien mee.
Bij de Cakewalk van Roels moest het publiek zelf aan de slag. Bewegende vloeren en andere hindernissen maken van gewoon lopen plotseling een hele opgave. Wie het avontuur liever op een foto vastlegde, kon bij de Photobooth terecht.
Voor de jongste bezoekers was er eveneens genoeg. De Mini Cars van Van Haperen lieten kinderen even geloven dat ze al zelf achter het stuur mochten zitten. Een paar meter verder konden ze bij de trampoline juist de hoogte in.
En natuurlijk ontbrak een van de oudste kermisbeelden niet: de klassieke draaimolen. Paarden die statig hun rondjes draaien, kinderen die enthousiast naar ouders en grootouders zwaaien. In een tijd van steeds snellere en spectaculairdere attracties heeft die ouderwetse draaimolen nog niets van zijn aantrekkingskracht verloren.
Fanatiek achter de muntjes
Kermis is niet alleen draaien en zweven. Ook de spelkramen bleken populair. Blikgooien bij de Bussensport, eendjes vangen voor de kleintjes en grijpmachines vol knuffels en gadgets: steeds weer die hoop om met een prijs naar huis te gaan.
Een wereld op zichzelf vormde de grote stand met maar liefst acht zogenoemde muntenschuivers. Daar bleven hele families soms langdurig staan. Muntje erin, wachten, nog een muntje en hopen dat de stapel aan de rand eindelijk naar beneden valt.
Het tafereel heeft iets fascinerends. De concentratie op de gezichten, de muntjes die blijven verdwijnen en dan opeens de beloning wanneer een stapeltje in beweging komt. Soms wordt het bijna fanatiek en verdwijnt er aardig wat zakgeld in de machines. Maar de volhouder ziet soms ook daadwerkelijk zijn buit groeien en natuurlijk lonkt ondertussen de rijkgevulde prijzenkast.
Toy Story op bezoek
Zondagmiddag wachtte vooral de kinderen nog een verrassing. Ineens liepen Woody en Buzz Lightyear uit Toy Story over de Markt. Tussen de kermisattracties voelden de twee zich zichtbaar thuis. Ze poseerden met kinderen en ouders en waren al snel een attractie op zichzelf.
Het weer werkte ondertussen volop mee. De zon zette de historische Markt in een bijna zomers licht. De terrassen zaten vol en bij de ijssalon ontstond een flinke rij. Daarmee werd de kermis niet alleen een bestemming voor kinderen die een attractie wilden proberen, maar ook een aanleiding om elkaar op de Markt te ontmoeten.
En terwijl kinderen zich vergaapten aan knuffels, lichtjes en attracties, kwamen bij sommige grootouders herinneringen boven. Want vroeger hoorde voor hen óók iets anders bij de kermis: paling. "Waar is de paling gebleven?” was dan ook een verzuchting die viel.
Kermis verandert dus. Attracties komen en gaan, muntenschuivers vervangen andere spelen en Disneyfiguren wandelen tegenwoordig tussen draaimolens en achtbanen. Maar één ding is al eeuwen hetzelfde gebleven: zodra de kermis neerstrijkt, komen mensen kijken, spelen, eten en elkaar ontmoeten.
En misschien is dat wel de eenvoudigste verklaring waarom de kermis zo’n lange traditie heeft weten te overleven.
Kermis = plezier. Toen én nu.
Van kerkmis naar kermis
Het woord kermis heeft verrassend genoeg een kerkelijke oorsprong. Het is ontstaan uit het woord ‘kerkmis’, de jaarlijkse mis waarmee vroeger de wijding van een plaatselijke kerk werd herdacht. Rond zo’n feestdag verzamelden zich veel mensen en ontstond vanzelf ook handel. Kooplieden boden hun waren aan en muzikanten, toneelspelers, goochelaars en andere artiesten zorgden voor vertier. Zo groeiden kerkfeest en jaarmarkt steeds verder naar elkaar toe. Al in de middeleeuwen verschoof de betekenis van het woord richting het volksfeest dat wij tegenwoordig kennen. De kerkelijke oorsprong raakte naar de achtergrond, maar ontmoeting, handel én vermaak bleven.
