Wie woensdagochtend 9 september vroeg over het Heereplein loopt, ziet vooral vrachtwagens, stapels hekwerk, kabels, bouwmaterialen en vrijwilligers met koffie in de hand. Nog geen drie dagen later staat er ineens een compleet festivalterrein. De 42ste Veerse Dag begint voor het publiek pas op vrijdagavond, maar achter de schermen is het echte werk dan al dagen bezig.

Door: Dennis Mikhout

Woensdagochtend. Vroeg. Heel vroeg.

Waar later in de week duizenden bezoekers met een biertje in de hand naar muziek staan te luisteren, klinkt nu vooral het geluid van rollende flightcases, achteruitrijdende vrachtwagens en metalen hekken die op hun plaats worden gezet.

Het Heereplein is nog geen festivalterrein. Het is vooral een bouwplaats.

Tientallen vrijwilligers zijn dan al bezig met een klus die ieder jaar bijna vanzelfsprekend lijkt: in een paar dagen tijd een gewoon dorpsplein veranderen in het kloppende hart van de Veerse Dag.

In een tot kantine omgebouwde bouwkeet treffen we SER-voorzitter Jens Huigen. Tussen alle chaos en bedrijvigheid door neemt hij nog snel twee happen van een broodje. Dat hij kersverse vader is én al dagen in touw om, naar eigen zeggen, het mooiste evenement van het dorp vorm te geven, is hem inmiddels wel aan te zien. Maar de wallen en kreukels verdwijnen snel achter een brede glimlach zodra hij ons over het terrein rondleidt.

Hij is duidelijk trots op wat er in korte tijd wordt neergezet.

“We zijn al sinds woensdagochtend half zeven aan het werk met een ploeg van zo’n 25 vrijwilligers. Dat is vooral hekken sjouwen, het terrein afbakenen, het plein aankleden en, wat denk ik niet veel mensen weten, dat hele grote podium opbouwen. Om de kosten voor de stichting te drukken doen we zoveel mogelijk zelf.”

Tachtig vrijwilligers tijdens het evenement

Die ploeg van 25 vormt slechts de voorhoede. Tijdens de Veerse Dag zelf groeit het aantal vrijwilligers tot ongeveer tachtig. Veel van hen staan achter de verschillende horecapunten, anderen zijn actief als verkeersregelaar of zorgen ervoor dat het evenement achter de schermen blijft draaien.

En zodra zaterdagavond de laatste muzieknoot over het Heereplein klinkt, begint het omgekeerde proces alweer.

Het kinderplein en de markt zijn tegen die tijd voor een groot deel opgeruimd, maar op het Heereplein begint dan pas de grote afbouw. Wat in drie dagen werd opgebouwd, moet daarna weer uit het centrum verdwijnen. Een monsterklus, zou je denken.

Toch zit daar volgens Huigen niet eens de grootste uitdaging. “We hebben eigenlijk altijd drie knelpunten. Het podium is ieder jaar weer een uitdaging, omdat we het toch elke keer net iets anders opbouwen.”

En klein is dat podium bepaald niet. Dit jaar meet het gevaarte maar liefst zestien meter in de breedte en acht meter in de hoogte. Op donderdag is goed zichtbaar hoeveel werk daarin gaat zitten. Balken, stijgers, zeilen, techniek en hekwerk vormen stukje bij beetje het podium waarop een dag later de eerste artiesten staan.

Wachten op een vrachtwagen

Het tweede knelpunt is minder spectaculair, maar minstens zo bepalend: de leveranciers. “Komen de bestellingen op tijd, kloppen de bestellingen wel en worden de afspraken nagekomen? Als dat niet klopt, staan we eigenlijk onze tijd te verdoen op het plein.”

Want een ploeg vrijwilligers kan nog zo hard werken, zonder het juiste materiaal valt er weinig op te bouwen. De dagen voorafgaand aan het evenement bestaan daarom voortdurend uit plannen, wachten, controleren en weer verdergaan.

En dan is er nog een derde factor waar zelfs het beste draaiboek weinig tegen kan beginnen: Het weer.

“Met slecht weer hebben we een slecht festival, maar kunnen we ook niet goed opbouwen. Ik zeg altijd maar: het weer kun je er niet bij bestellen. Dat klinkt misschien als een dooddoener, maar het is wel de waarheid. Als het regent, komt ook de opbouw in de knel.”

Na de hagel en onweersbuien tijdens de vorige editie hoeft niemand binnen de organisatie eraan herinnerd te worden hoeveel invloed het weer kan hebben.

Ineens staat er een festivalterrein

Voor Huigen volgt een van de mooiste momenten meestal op vrijdag.

Wie dan opnieuw het Heereplein oploopt, moet bijna twee keer kijken. Waar kort daarvoor nog vrachtwagens, losse hekken en stapels materiaal stonden, staat ineens een compleet festivalterrein.

Het podium domineert het plein, de barren staan klaar en overal hangen vlaggen en banners. Kabels die eerder nog over het terrein lagen zijn weggewerkt en een gewone parkeerplaats in het centrum is veranderd in een plek waar duizenden bezoekers terechtkunnen. “Ik ben dan altijd oprecht dankbaar dat we dit met zo’n relatief klein team weten te realiseren.”

Veel tijd om bij dat geluksmoment stil te staan is er overigens niet. Zodra het evenement begint, gaat het werk gewoon door. En na afloop wacht de afbouw. De laatste materialen zullen pas in de loop van maandag verdwijnen.

Van achter de bar naar de opbouwploeg

Op het plein zelf is Jos van Esch ondertussen druk bezig met banners. Verplaatsen, ophangen, nog even rechtzetten en door naar de volgende.

Het gaat opvallend geroutineerd, alsof Van Esch al 42 edities lang bij de opbouw betrokken is.

Niets is minder waar.

Vorig jaar stond hij hier met de Raad van Elf nog achter de bar.

“We hebben toen achter de bar gestaan om onze clubkas te spekken, maar uiteindelijk hebben we de opbrengst aan de SER geschonken. Het is een evenement met een grote gunfactor, hè?”, vertelt hij vrolijk.

Blijkbaar smaakte die kennismaking naar meer. Dit jaar is Van Esch opnieuw achter de bar te vinden, maar helpt hij ook mee tijdens de opbouw.

“Het is een sympathieke ploeg met leuke, jonge vrijwilligers. Ze komen eigenlijk altijd mensen tekort, dus ik draag graag mijn steentje bij. Dat voelt voor mij logisch.”

Vrije dagen hoeft Van Esch het inmiddels niet meer in te leveren bij de baas. “Ik ben met pensioen. Dus dan is dit een mooie klus”

Voor veel andere vrijwilligers ligt dat anders. Zij leveren niet alleen een paar dagen fysieke arbeid, maar offeren daarvoor ook vakantiedagen op. Een van de vrijwilligers vat het tijdens de opbouw mooi samen: “Ik heb eigenlijk vrij genomen om hier vijf dagen keihard te gaan werken.”

Geen moment hetzelfde

Een van die vrijwilligers is Tim Dubbelman. Hij is wel vaker betrokken bij de opbouw van evenementen in de gemeente en heeft weinig aansporing nodig om ook bij de Veerse Dag de handen uit de mouwen te steken. “Ik vind het mooi om maatschappelijk betrokken te zijn en mijn steentje bij te dragen binnen het dorp.”

Bij de Veerse Dag houdt hij zich voornamelijk bezig met de opbouw van de horeca en de logistiek. Al blijkt zo'n taakomschrijving op een terrein in opbouw behoorlijk rekbaar.

“Er komt van alles tussendoor. Dat vind ik eigenlijk het leukste. Er gebeurt steeds iets anders en geen moment is hetzelfde tijdens deze dagen. Het is snel schakelen.”

Een aardig detail: in het dagelijks leven is Dubbelman zelf eventmanager. Ook in zijn vrije tijd ontkomt hij dus niet helemaal aan zijn vak.

Voor de gemiddelde bezoeker begint de Veerse Dag op vrijdagavond, wanneer de muziek klinkt, de verlichting aangaat en het eerste biertje wordt getapt.

Voor de vrijwilligers begint het feest al twee dagen eerder. Woensdagochtend om half zeven, met koffie in de hand en een leeg Heereplein voor zich. Daarna volgen dagen van sjouwen, bouwen, improviseren en vooral veel samenwerken.

Op vrijdagavond ziet niemand meer hoeveel werk daarin is gaan zitten. Dan staat er gewoon een festivalterrein alsof het er altijd al heeft gestaan.

En misschien is dat wel het grootste compliment voor de vrijwilligers.

Want als duizenden bezoekers vrijdagavond denken: ‘Zo, de Veerse Dag kan beginnen’, hebben zij er eigenlijk al drie dagen op zitten.