Vorige eeuw leefden er in Hollands oudste stad Geertruidenberg maar liefst drie schilders die zowel nationaal als internationaal bekendheid genoten: Jacq Stal (1891-1977), Jo Jaspers (1898-1987) en Jan Hubertus (1920-1995). Een aantal werken van deze kunstschilders maakt deel uit van de vaste collectie van het aan de historische Markt gevestigde Museum de Roos. Dit artikel gaat over Johannes August Hubertus Jaspers die naast kunstschilder ook huisarts en verzetsheld was. Hij is als zoon van een graanhandelaar geboren op 4 november 1898 in het Limburgse Meijel. Na zijn studie medicijnen in Amsterdam was hij korte tijd huisarts in Ursum, waarna hij zich in 1929 als huisarts vestigde in Geertruidenberg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat Jaspers in zijn woonplaats in het verzet. In 1959 verliet Jaspers Geertruidenberg en vestigde zich in Prinsenbeek. Daar overleed hij op 12 maart 1987 op 88-jarge leeftijd. In Geertruidenberg is de straat ‘Dokter Jaspershof’ naar hem vernoemd. Een blijvende herinnering in de vestingstad is ook het in 1938 in het kader van 725 jaar stad de door hem ontworpen fontein met kikkers op het Plantsoen.

Bevallingen noemde huisarts Jo Jaspers ooit zijn specialiteit, maar liever nog was hij chirurg geworden. Hoewel de universiteit aan hem trok, koos hij er toch voor om tussen de mensen te blijven. Hij was ruim 30 jaar arts in Geertruidenberg en wist in de vestingstad in die periode de kindersterfte in twee jaar tijd terug te brengen van 18 naar nog geen 2 procent. In zijn studieperiode in Amsterdam begon hij met schilderen. In het Rijksmuseum bestudeerde hij de technieken van verschillende schilders, waaronder van Vincent van Gogh. Jaspers ontwikkelde zich als een veelzijdig kunstenaar. Hij schilderde aanvankelijk in de stijl van de Haagse School: een realistische weergave, gecombineerd met een losse, impressionistische schilderstijl waarbij de donkere/grijze tinten overheersten. Latere schilderijen zijn lichter en kleurrijker. Hij schilderde niet alleen portretten, landschappen en straatjes met olieverf, maar kon ook vaardig met Oost-Indische inkt of potlood een tafereel opzetten en inkleuren met waterverf. In zijn latere werkstukken hanteerde hij ook het paletmes.

Onze kunst van heden

Hij heeft weleens gezegd dat als hij in Amsterdam was geboren, hij waarschijnlijk kunstschilder was geworden. In die stad werd hij opgenomen in de kunstenaarsvereniging ‘Sint Lucas’. Later was hij ook geruime tijd lid van de kunstenaarsvereniging ‘Pictura’ te Dordrecht. In 1939 exposeerde hij, evenals Jacq Stal, in Amsterdam op de tentoonstelling ‘Onze Kunst van Heden’ met een stilleven en een landschap. Deze expositie werd gehouden in het Rijksmuseum en vond plaats van 18 november 1939 tot en met 29 februari 1940. Vanwege de oorlogsdreiging waren grote kunstwerken als De Nachtwacht van Rembrandt uit het museum weggehaald en op een veilige plaats in een bunker opgeborgen. Om de leeggekomen ruimte toch nuttig te kunnen gebruiken, en vooral om bezoekers te trekken, werd deze expositie met in totaal 3163 werken van 750 kunstenaars gehouden. Er kwamen ruim 38.500 belangstellenden op af. In de brochure van de expositie schrijft museumdirecteur dr. F. Schmidt in het voorwoord: ‘(…) De plaats is die bij uitstek nationale plek: het Rijksmuseum. De druk van het ogenblik behoeft geen nadere omschrijving: wij doorleven de bezorgdheid van de kleine staten, die zich bedreigd gevoelen in hun onafhankelijke groei. De inzender: kunstenaars in groten getale en die ditmaal de vaandels van hun verenigingen hebben verruild voor die éne banier der Saamhorigheid en wier eenparig streven gesymboliseerd wordt, op het affiche, door het Geuze-motief der ineengeslagen handen.’ Later nam Jaspers deel aan diverse tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Door zijn drukke leven als huisarts bleef er overdag geen tijd over om te schilderen; dat deed Jasper in de late avonduren en zelfs ’s nachts.

Verzetsheld

Huisarts Jaspers was tijdens de Tweede Wereldoorlog nauw betrokken bij het verzet in Geertruidenberg. Daarbij maakte hij slim gebruik van zijn werk als arts. Op 1 november 1940 voerde de Duitse bezetter de avondklok in. Deze ‘spertijd’ werd ingesteld om ’s nachts de orde te bewaken en nachtelijke verzetsactiviteiten te stoppen. Zonder bewijs van vrijstelling (Sonderausweis) was het verboden om ’s nachts op straat te zijn. Als Jo Jaspers door de Duitsers werd aangehouden, zei hij dat hij onderweg was naar een zieke patiënt. Zijn bestemming was heel vaak echter een bijeenkomst van een plaatselijke verzetsgroep. Voor zover bekend waren er in Geertruidenberg drie ondergrondse groepen actief. Dat waren de groep Lindo, met Ir. Lindo, een PNEM-functionaris belast met onder meer het onderhoud van het telefoonnet, die bijeenkwam bij H.J. van der Put, de Jongeren Verzetsgroep en de groep Van ’t Hul. Laatstgenoemde groep was waarschijnlijk de langst werkende verzetsorganisatie in Geertruidenberg. De groep werd gevormd door onder andere sergeant van de politietroepen A. van ’t Hul, directeur van de Juinfabriek Van Meeuwen, notaris J. Heymans en dokter Jaspers. Hoewel hij niet tot de andere groepen behoorde, heeft Jaspers wel regelmatig contact gehad met zowel Lindo als Van der Put.

Map met lino’s

Meerdere malen ontvingen de verzetsgroepen informatie van Duitse officieren die in Geertruidenberg zijn gelegerd. Deze officieren konden zich niet verenigingen met de handelswijze van de nazi’s. Zo gaf een Duitse overste regelmatig aan dokter Jaspers door dat er razzia’s of vorderingen op komst waren. In de nacht van 24 op 25 mei 1944 waren 432 toestellen van de Royal Air Force op weg naar spoorwegdoelen in Aken. Ter hoogte van Geertruidenberg werden twee toestellen door Duits luchtafweergeschut (FLAK’s) neergeschoten. Daarbij vielen veel doden. De 19-jarige Walther Bush, radiotelegrafist van een van de neergestorte bommenwerpers, was met zijn parachute geland ter hoogte van de toenmalige burgemeesterswoning aan de Stadsweg. Met hulp van dappere Bergenaren kwam de gewonde Engelsman op de boerderij van Jan Dirven aan de Oude Stadsweg terecht. Jo Jaspers werd gevraagd naar de boerderij te komen om de gewonde Bush te helpen. Met zoekende Duitsers in de omgeving, die inmiddels de parachute hadden gevonden, wist de huisarts de boerderij te bereiken en de wonden van de Engelsman te verzorgen. In september 1944 werd de huisarts door de Duitsers gevangengenomen; ze verdachten hem van verzetswerk, maar wegens gebrek aan bewijs werd de huisarts al snel weer vrijgelaten. In samenwerking met Jacq Stal en Jan Hubertus vervaardigde Jo Jaspers aan het eind van de oorlog een map met lino’s over het oorlogsgebeuren in Geertruidenberg. Exemplaren van de map werden onder andere aangeboden aan Koningin Wilhelmina, Sir Winston Churchill en president Franklin Delano Roosevelt. Voor laatstgenoemde moet dat vlak voor zijn dood zijn gebeurd, want de voormalige president van de VS overleed op 12 april 1945.

Tekst: Jan Hoek

Bronnen: ‘Geertruidenberg. Hollands oudste stad’, Bas Zijlmans, 1978; website: GenealogiePieterJanssen.eu; ‘Lokale oorlogsfragmenten Geertruidenberg 1940-1945, Bas Zijlmans, 1983.