De Archeologische Werkgroep van de Oudheidkundige Kring ’Geertruydenberghe’ heeft gedurende de periode 1998 en 2000 archeologisch onderzoek verricht in en rondom het kerkgebouw van de eeuwenoude Lambertuskerk. Deze werkzaamheden vonden plaats tijdens de restauratie van het rijksmonument in de periode 1998-2004.

Door Jan Hoek

Toentertijd heeft cultuurwetenschapper drs. Ans Spee op basis van haar archiefonderzoekingen een fraai boek geschreven over de historie van de kerk. Een gedegen rapport over de vaak spraakmakende archeologische opgravingen bleef echter lange tijd achterwege. Op dinsdagmiddag 14 april 2026 vond de presentatie plaats van het recent tot stand gekomen ‘Archeologische Rapport 06’, geschreven door dr. Hans Koopmanschap. Het eerste exemplaar werd door toenmalig ‘opgravingsleider’ en huidig stichting-voorzitter van de Lambertuskerk Jan van Gils en auteur Koopmanschap in de prachtig gerestaureerde kerk overhandigd aan wethouder Mike Hofkens.

Van kerk naar evenementenlocatie

In zijn welkomstwoord ging Jan van Gils uitgebreid in op de geschiedenis van de Lambertuskerk en de restauratie 1998-2004, ofwel van kerk naar evenementenlocatie. De geschiedenis gaat terug tot ongeveer het jaar 1150, maar overblijfselen uit vroeger tijden zijn niet gevonden. Duidelijk is geworden dat rond 1275 een bakstenen kerk verrees op de plaats van de huidige Lambertuskerk. De omvang van het kerkgebouw, bestaande uit koor en schip, is groter dan we in het gebied gewend zijn van de vroegere bakstenen kerkgebouwen. Bovendien is het gebouw ouder dan vergelijkbare kerkgebouwen in Waspik, Sprang en ’s-Gravenmoer, die allen tenminste 10 jaar ouder zijn. Jan van Gils zegt over de archeologische opgravingen: “Die zijn in de periode van 28 november 1998 tot en met 6 juli 2000 uitgevoerd de Archeologische Werkgroep van de Oudheidkundige Kring ‘Geertruydenberghe’ (OKG). Enkele jaren later is Hans Koopmanschap gevraagd een ‘Archeologisch Rapport’ te maken van het ‘Bureauonderzoek en Waarnemingen’.” Het onderzoek in en rondom het rijksmonument werd destijds, naast Jan van Gils, uitgevoerd door de OKG-werkgroep-leden: Janus van Beek, Jacq. Thijssen, Martin Robben, Peter van Brussel, Jozef Mekke, Arie Stekelenburg, Wim van Alphen, Joke Serraris-Verboord, Minus Hendrikx, Corrie van Wietmarschen, Anne van de Berg, Mike Streefkerk en Ricardo Henskens. De namen zijn ontleend aan de oorkonde die op 22 januari 2000, vóór het aanbrengen van de huidige vloer, werd begraven in de Lambertuskerk.

Munten en aardewerk

Dr. Hans Koopmanschap heeft bij het samenstellen van het 38 pagina’s tellende rapport gebruik gemaakt van de archeologische waarnemingen van de OKG en deze, na onder meer uitgebreid bureauonderzoek, geplaatst in een breder archeologisch, landschapskundig en historisch kader. “Uiteindelijk is er een compleet rapport dat voldoet aan de hedendaagse norm en recht doet aan hetgeen de onderzoekers tussen 1998-2000 hebben gezien”, aldus Koopmanschap. Meestal bestonden de werkzaamheden uit het veelal handmatig uitgraven van de in totaal tien werkputten, om vervolgens de daarin aanwezige funderingen vrij te graven, te fotograferen en te tekenen. Daarnaast werd ook vondstmateriaal verzameld, waaronder 50 munten. Daarvan dateert de oudste uit de derde eeuw na Christus; het betreft hier een koperen antoninianus uit de regeringsperiode van de Romeinse keizer Probus (276-282 na Chr.). Dat is opmerkelijk, waarbij wordt aangenomen dat de munt is meegekomen met grond van elders. Ook werd divers aardewerk gevonden, met name aardewerk en keramiek van na 1500 na Chr. Ook uit de middeleeuwen werden fragmenten teruggevonden, overwegend bestaande uit rood-bakkend (lood)glazuur en ongeglazuurd aardewerk

Grafkelder

Op 22 april 2000 werd de grafkelder opengemaakt. Als waarneming werd vastgelegd dat het bovenste gedeelte rond 1950 provisorisch was dichtgemetseld. Door de opening werden vier kisten waargenomen, maar de grafkelder zelf werd nog niet betreden. Uiteindelijk is de grafkelder op 31 mei door een gespecialiseerd bedrijf geruimd. Door middel van onder andere inscripties in metaal werd vastgesteld dat er nog vijf kisten aanwezig waren in de grafkelder. Fysisch-antropologisch onderzoek bevestigde de identiteit van drie van een inscriptie voorziene bijzettingen, te weten vrouwe D. de Jongh van Son (†1819 of 1849), Leonard Simon de Jongh van Son (†1878) en Johanna Christina Elisabeth Bechtel (†1849). Kist vier bevatte geen botfragmenten meer. Als archeoloog Hans Koopmanschap tijdens een van zijn lezingen gevraagd wordt wat zijn ‘mooiste’ vondst was, vertelde hij over de vijfde kist. “Die bestond uit een houten buitenkist en een loden binnen-kist. Laatstgenoemde was tijdens het ruimen van de grafkelder reeds open. Vermoedelijk was dit een van de eerste bijzettingen in de grafkelder en zijn de binnen- en buitenkist bezweken onder het gewicht van later bijzettingen. Hierbij is het lood opengescheurd waardoor er lucht bij de stoffelijke resten konden komen en enkel botten zijn teruggevonden. Na uitvoerig onderzoek bleek het te gaan om Anna van der Pijpen. Zij was de vrouw van Simon van Son en overleed op 22 maart 1726. De bijzetting van Leonardus Simon de Jongh van Son in 1878 is de laatst aangetroffen bijzetting en het ligt voor de hand om te veronderstellen dat dit de laatste keer betrof dat de grafkelder is geopend voor een feitelijke bijzetting. De inhoud van de kisten is herkist en teruggeplaatst in de grafkelder. Van de overige vijf kisten zijn geen stoffelijke resten van de betreffende individuen gevonden.”

Toekomst

Op de vraag aan Hans Koopmanschap wat het advies aan de gemeente Geertruidenberg is hoe om te gaan met het kerkgebouw zegt hij: “Op basis van het archeologisch onderzoek verdient het aanbeveling om niet alleen het kerkgebouw en de inpandige ondergrond te beschermen, maar ook het bestaande kerkhof en directe omgeving. Werkzaamheden rondom of in het kerkgebouw dienen waar mogelijk vermeden te worden. Wanneer dieper dan 20 centimeter of in de directe omgeving van muurwerk of de pilaarfunderingen gegraven moet worden, dient dat onder archeologische begeleiding van een certificaathouder BRL4000 te worden uitgevoerd. Alleen dan kan gewaarborgd worden dat informatie over de bouw- en gebruiksgeschiedenis van het kerkgebouw en haar gebruikers niet verloren gaat.” Wethouder Mike Hofkens vertelde na ontvangst van het archeologisch rapport: ”(…)Het vertelt veel onder bouwgeschiedenis van de Lambertuskerk, die teruggaat tot de 13e eeuw, en daarmee de archeologische waarnemingen binnen onze gemeente. Dat geldt ook bij de onlangs gevonden archeologische vondsten in de Zoutmanstraat in Geertruidenberg. Het zou mooi zijn als we deze en andere historische verhalen, die veel over de geschiedenis van onze gemeente vertellen, naar de scholen konden brengen.”