Na 1593 dienden de kerkgangers van Raamsdonk volgens de voorschriften van de Staten-Generaal over te gaan naar het gereformeerd geloof. Dit deden ze echter niet. De beeldenstorm van de zestiende eeuw ging aan de Lambertuskerk voorbij en zowel de parochianen als pastoor Jan van Giessen hielden alles bij het oude. De overgang naar het protestantisme was in Geertruidenberg strenger doorgevoerd; inwoners van de vestingstad die wilden vasthouden aan oude rituelen bezochten daarom de Lambertuskerk. De dominee van Geertruidenberg klaagde, zonder enig succes, dan ook steen en been bij zijn superieuren over de ‘gotloosheyt van de pastoer van Raemsdonck’. Bij het ingaan van het Twaalfjarig Bestand in 1609 werden de touwtjes vanuit Den Haag echter strak aangehaald en kreeg pastoor Jan van Giessen, op bevel van de Staten van Holland, door de schout van Raamsdonk formeel ontslag aangezegd. Een jaar later vond in Raamsdonk de beeldenstorm alsnog plaats en werd de Lambertuskerk, na een tijdperk van vijf eeuwen katholiek geloof, in orde gebracht voor het gereformeerd geloof; er vonden zowel herstelwerkzaamheden, nodig na de vernielingen tijdens de Tachtigjarige Oorlog, als een verbouwing plaats. Op last van de Staten van Holland moest de typisch katholieke aankleding verdwijnen en diende een zuivering van ‘paapse zaken’ plaats te vinden.
Hugenoten
Eind 1610 kwam met Wilhelmus Bastingius de eerste predikant naar Raamsdonk. In totaal stonden er 31 predikanten op de kansel van de Lambertuskerk, waaronder Samuel Magnet. Hij was van 9 januari 1773 tot aan zijn overlijden op 6 november 1831 dominee van de eeuwenoude kerk. Hij is geboren op 2 november 1747, hoogstwaarschijnlijk in Scheveningen, gemeente ’s-Gravenhage; zijn ouders waren boulanger (bakker) Henry Magnet en Johanna Thomans. Hij werd in 1764 aangenomen als lidmaat van de calvinistische Waalse Kerk in Den Haag. Dat betekent hoogstwaarschijnlijk dat Samuel Magnet afstamde van de hugenoten. Het is niet geheel duidelijk waar de naam hugenoten vandaan komt; een van de lezingen is dat het een scheldnaam was om de Franse volgelingen van Calvijn belachelijk te maken, een naam die later als geuzennaam is overgenomen. Toenmalig (zonne)koning Lodewijk XIV ondertekende op 22 oktober 1685 het Edict van Fontainebleau, waarmee de vrijheid van godsdienst van protestanten in Frankrijk, het Edict van Nantes, werd opgeheven. Protestantse kerken werden gesloopt, protestantse scholen gesloten en hugenoten werden onder druk gezet om zich te bekeren tot het katholicisme. Zeker 200.000 hugenoten verlieten Frankrijk, waarvan naar schatting zo’n 70.000, waaronder de familie Magnet, naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De hugenoten werden met open armen opgevangen, omdat het merendeel van hen welgesteld en vakbekwaam was.
Evangelie en onderwijs
De familie Magnet was in Frankrijk onder andere woonachtig in Tournai, bij ons beter bekend als Doornik. In die plaats stelde Guido de Bres ooit de Nederlandse Geloofsbelijdenis op, die nog altijd onderdeel uitmaakt van de Belijdenisgeschiedenis van de Protestantse Kerk in ons land. De familie Magnet behoorde daarmee dus tot de protestantse gemeenschap van het allereerste uur. Een deel van de familie verhuisde naar het Zeeuwse Oost-Souburg en andere familieleden kwamen terecht in Amsterdam, Haarlem en ’s-Gravenhage. Op 9 maart 1765 liet de bakkerszoon zich als theologiestudent inschrijven aan de Universiteit van Leiden. Op 20 juni 1773 maakte hij zijn intrede als predikant in Almkerk. Begin 1774 nam hij daar al afscheid en werd vanaf 9 januari van dat jaar predikant van de Lambertuskerk. Samuel Magnet ging wonen in een pastorie aan de Molenstraat. Hij trouwde nooit, maar woonde daar wel samen met een vrouw. Naast zijn woning zou in 1787 een schoolhuis gebouwd worden. Hij hechtte, als verlicht predikant, veel waarde aan goed onderwijs en was ook een van de initiatiefnemers en oprichters van de Fransche-en-Nederduitsche School in Raamsdonk. Verlichte predikanten vervingen strenge geloofsregels door redelijk denken en openheid en vonden verdraagzaamheid en nuttig menselijk gedrag belangrijker dan moeilijke leerstellingen. Als predikant was hij zonder twijfel een begaafd kanselredenaar, want het aantal doop- en belijdende leden groeide in de tijd dat hij in Raamsdonk het evangelie verkondigde gestaag. Naast zijn redenaarstalenten had Magnet ook een goed taalgevoel, want hij was lid van het literair genootschap in Geertruidenberg en het Haags Letterkundig Genootschap. Ondanks dat ds. Magnet vele beroepen uit de regio ontving, bleef hij tot zijn overlijden in 1831 predikant van de Lambertuskerk.
Patriotten en Orangisten
Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784) was een Nederlands politicus en edelman die als grondlegger wordt beschouwd van de patriottenbeweging. In de nacht van 25 op 26 september 1781 verspreidde hij een anoniem pamflet getiteld: ‘Aan het Volk van Nederland’. Daarin wordt de vriendjespolitiek van de regenten en het zwakke beleid van stadhouder Willem V aangeklaagd. Hij roept op tot de oprichting van gewapende burgermilities. Zijn oproep vindt door het hele land weerklank, waaronder in Raamsdonk, waar van hervormde kant opvallende veel belangstelling voor het patriots gedachtengoed is. Er wordt mede onder de bezielende begeleiding van de ambachtsvrouw Anna van Son én ds. Samuel Magnet een patriots genootschap opgericht met de daarbij behorende schutterij. Dit exercitiegezelschap kreeg een exercitieveld met ‘vrijheidsboom’ toegewezen tussen de Lambertuskerk en de molen. Een locatie waarvan ook een symbolische werking uitging, aangezien Willem V de eigenaar was van dat stuk grond en dat in leen had gegeven aan de ‘armen van Raamsdonk’. Ds. Magnet werd al snel benoemd tot honorair erelid van het genootschap. De zoon van de ambachtsvrouw, mr. Simon de Jongh van Son, werd aangesteld als de commandant van het exercitiegenootschap. Tegenover de hervormingsgezinde burgers die zich patriotten noemden, stonden behoudende orangisten. In juni 1787 werd de vrouw van Willem V, Wilhelmina van Pruisen, door patriotten enige tijd vastgehouden bij Goejanverwellesluis. De broer van Wilhelmina, Frederik Willem II van Pruisen, wreekte zich voor deze belediging door een groot Pruisisch leger op Nederland af te sturen. Op 13 september van dat jaar marcheerden Pruisische soldaten het land binnen en werd de macht van Oranje hersteld. De patriotse revolutie mocht onderdrukt zijn, het patriotse gedachtegoed was daarmee niet uit de hoofden van de aanhangers verdwenen. In De Langstraat bleef deze geest leven en orangisten hadden moeite zich hiertegen te verzetten. Pas na de Bataafse Omwenteling van 1794/95 konden de patriotten weer openlijk blijk geven van hun gezindheid.
Eenen onafhankelijke geest
Op 18 september 1798 eisten Raamsdonkse katholieken, via een proces, de Lambertuskerk van de protestanten terug. Ds. Magnet vocht voor het behoud van zijn kerk met alle middelen die hem ten dienste stonden, maar wel met erkenning van de rechten van de katholieke parochie. Zo kwam er, met Johannes Bruijnen, voor het eerst sinds de Reformatie weer een pastoor in Raamsdonk. De uitspraak van het proces luidde dat de protestanten de kerk mochten behouden. Ze dienden echter wel, als schadeloosstelling, een bedrag van 7.000 gulden aan de katholieke geestelijkheid te betalen, hetgeen geschiedde. In 1827 publiceerde ds. Magnet, op verzoek van vrienden en kerkelijke gemeenteleden een boekje van 48 pagina’s onder de titel: ‘Gods oorspronkelijke genadige Menschenliefde volgens de leer van Jezus Christus en Zijne Apostelen’. In het kerkelijke tijdschrift ‘Godsgeleerde Bijdragen’ gaf hoofdredacteur dr. H.H. Donker Curtius, die in de periode van 1825-1839 ook preses (voorzitter) was van de Nederlands Hervormde Synode, een uitvoerige impressie van de inhoud van het werkje. Hij kwam tot de conclusie dat het ‘van eenen onafhankelijke geest’ afkomstig was, die zich ‘met meer dan gewone schranderheid onderscheidde’. Door Donker Curtius werd gevreesd dat rechtzinnigen in den lande zich scherp zouden keren tegen het werk en dat ze er een kerkelijke kwestie van zouden willen maken. Uit orthodoxe kringen kwam er zelfs een tegengeschrift van de toen 55-jarige ds. J.J. le Roy te Oude Tonge, getiteld ‘De ware leer der verzoening’. Voor hem was het boekje van ds. Magnet een bron van zorg en ergernis, maar die reageerde echter niet op het commentaar van Le Roy, evenmin als de Brabantse kerkbesturen. Zo bleef de storm uit en was het weer rustig aan het kerkelijke front. Men mag aannemen dat de hoge heren van de synode opgelucht waren. De zaak zou de doofpot wel halen.
Dichterlijke necrologie
Na het overlijden van Samuel Magnet op 6 november 1831 verscheen in ‘Vaderlandse Letteroefeningen’, een belangrijk Nederlands tijdschrift dat verscheen van 1761 tot 1876, in de 1831 een aantal rouwgedichten van Jan van Harderwijk Rzn, dichter, tekenaar en koffie- en theehandelaar. Hij deed dat: ‘Ter nagedachtenis van mijnen hartelijk geliefden vriend, den hoogwaardigen en zeer geleerden heer Samuel Magnet, in leven president van het provinciaal kerkbestuur van Noord-Braband en predikant te Raamsdonk, overleden den 6 november 1831, in den ouderdom van 84 jaren, en in het 59ste jaar zijner evangeliebediening.’ Hij dichtte onder meer: ‘Magnet, opregt en vroom en trouw aan pligt en taak. Verlicht, verdraagzaam, wars van koud en liefdloos twisten. Vreemd van dien stelseldwang, dien menschenhoogmoed vaak ten regel voor ’t geloof wil stellen van den Christen. Zit zijn gemeente in rouw, de Hemel juicht van vreugd. Hier droeg hij grijsheids kroon, dáár siert hem eeuwige jeugd. Hier leefde hij in hoop, dáár leeft hij in genieten. Al rouwt dan zijn Gemeente, al schreit het vriendenoog, de hoop des wederziens kan ’t harte balsem geven. En van zijn graf slaan wij verheugd den blik omhoog; het sterven was voor hem ’t begin van eeuwig leven.’ Het graf bevindt zich op de oude begraafplaats achter ‘zijn’ Lambertuskerk met als opvallend detail een doodskop (schedel) met gekruiste beenderen. Dat is een ‘memento-mori’ wat letterlijk betekent: ‘Gedenk te sterven’. Dit stond vooral in de 17e, 18e en begin 19e eeuw op graven van gereformeerde en protestantse dominees om mensen te herinneren aan de eindigheid van het aardse leven.
Tekst Jan Hoek, met dank aan ds. Jos van den Hout uit Raamsdonksveer, predikant Protestantse Gemeente Geertruidenberg, die uitvoerig onderzoek deed naar ds. Samuel Magnet.
Bronnen: ‘De Lambertuskerk en het dorp Raamsdonk’, 2004, Ans van Gils; ‘Hofdame’ Corry Evers; ‘Tot Nut van Nederland – Polarisatie en revolutie in een grensgebied, 1783-1787’, 2012, Joost Rosendaal.
