Door Tom Rietveld
Een rallyauto van een vriend in de showroom, met herinneringen van Ronald Leemans
Je hoeft in deze lichte showroom niet lang te zoeken naar het onderwerp van gesprek. Tussen de glimmende auto’s staat één opvallende rallywagen van een bevriende ondernemer te pronken; niet als verkoopobject, maar als tijdelijke gast. De Opel van een vriend hier in de ruimte, die Ronald graag een plek gunde en waardoor hij zijn verhaal kon vertellen.
Nog vóór je goed en wel je jas uit hebt, trekt die auto alle aandacht. Laag, gespierd, met felle accenten alsof hij elk moment de deur uit kan stuiven. Voor deze ene foto staan er bekers en trofeeën op het dak, niet als pronkstukken, maar als geheugensteuntjes van een leven vol snelheid, spanning en doorzettingsvermogen.
Ernaast zit Ronald Leemans, ontspannen, met de blik van iemand die precies weet wat je denkt. Hij lacht bijna verontschuldigend om al dat glimmende spul. Want als je hem vraagt wat die bekers voor hem betekenen, krijg je geen opsomming van titels en jaartallen.
“Eigenlijk doet al dit blik mij niet zoveel,” zegt hij. “Maar wél de bijzondere herinneringen.”
En zo begint het: niet met het tellen van prijzen, maar met een reis terug naar de eerste vonk. Naar een jongen die op de LTS zat en ineens wist: ooit ga ik dit doen.
Besmet langs de kant in Achtmaal
“Toen ik nog op de LTS zat voor automonteur,” vertelt Ronald, “ben ik een keer met mijn vader naar de Nacht van Achtmaal gaan kijken. En toen zag ik die rallyauto’s voorbij komen. Toen dacht ik: dát ga ik doen. Vroeg of laat ga ik dat doen. Ik was er gelijk mee besmet.”
De GTC Rally – de gezelligste rally van Nederland – was voor hem geen uitje, maar een openbaring. Je hoort het aan de manier waarop hij vertelt: alsof hij die auto’s nog steeds langs zich heen voelt scheren. Dat moment langs de proef tekende onbewust de richting van zijn leven.
Maar van droom naar startlijn gaat niet vanzelf.
Je kunt het niet alleen
“Je kunt het niet alleen,” benadrukt Ronald. “Je moet een navigator hebben, je moet een serviceteam hebben.” Pas toen hij een goede ploeg om zich heen had verzameld, kocht hij zijn eerste rallyauto. Laagdrempelig, zegt hij zelf: “Gewoon een klein Peugeot’je.”
Het ging sneller dan verwacht. “Ik won gelijk al een paar dingetjes. Dan raak je pas echt besmet – en wil je meer.”
Van Peugeot naar Astra: toen ging het los
Na twee jaar Peugeot bouwt Ronald een zwaardere Opel Astra. “Ja, daar ging het helemaal los,” zegt hij. “Ik reed regelmatig in de top tien en won vaak mijn klasse, ook in het buitenland.”
Dan komt het moment waarop talent, timing en gunfactor samenkomen. Een sponsor zoekt een rijder voor een veel zwaardere Mitsubishi-rallyauto. Ronald twijfelt of hij moet bellen. Anderen dringen aan: je moet het proberen.
Out of the blue: het is geregeld
Het gesprek met de sponsor loopt totaal anders dan verwacht. “Wij zitten daar aan een grote tafel,” vertelt Ronald. “En out of the blue zeggen ze: ‘Het is geregeld. De auto mag je al van de week ophalen.’ Ik dacht: hè?”
De afspraak is simpel: geen uren, maar wél alle onderdelen en onderhoudskosten worden vergoed. “Ik had de gunfactor,” zegt Ronald zelf. “Maar ik kon ’m ook onderhouden en ermee rijden.”
Niet toevallig had hij eerder al slim een vergelijkbare auto gehuurd om te laten zien dat hij ermee overweg kon. “Ik reed bij de eerste vijf mee. Toen zagen ze: hij rijdt ’m niet plat.”
Voorin rijden: bij de eerste drie
Met de Mitsubishi komt Ronald écht vooraan. “Daar reed ik bij de eerste drie. Dat was het om te doen.”
Hij wordt meerdere keren nationaal kampioen in zijn klasse en wint ook in België. Zijn team groeit mee, zijn vertrouwen groeit, en zijn tempo stijgt. Maar met snelheid komen risico’s.
Rally is grenzen zoeken
Ronald is daar eerlijk over. “Het klinkt gek, maar als je nooit eraf gaat, ga je niet hard genoeg. Je zoekt altijd je grens op.” Hij vertelt over serieuze crashes, rollen over de kop en een zware klap in Frankrijk. Na twee weken dacht hij dat zijn televisie kapot was. Zijn vrouw zei: “De tv is goed, maar jij bent niet helemaal goed.” “Gelukkig is dat hersteld,” zegt hij nuchter. En dan, bijna terloops: “Ik heb ook wel een engel op mijn schouder gehad. Echt wel.”
Droom gehaald - maar het blijft sluimeren
Op een gegeven moment moest Ronald kiezen: doorgaan met rally of bouwen aan zijn toekomst op één vaste plek. “Toen we hier het pand gingen opzetten, dacht ik: nu moet ik een keuze maken. Ik kan doorgaan met rally, maar dan blijf ik klein. Of ik kan hier iets moois opbouwen.” Hij koos voor het laatste; zonder spijt, maar ook zonder het vuur te verliezen. “Ik heb mijn droom een beetje waargemaakt. Maar het blijft sluimeren. Dat gaat nooit weg.”
Bekers als herinneringspunten
En zo kom je terug bij die trofeeën op het dak. Ronald schat het aantal gereden rally's wel op tweehonderd.
Ze markeren momenten:
nachten sleutelen,
zenuwen aan de start,
een perfecte proef,
een fout die nét goed afliep,
en de mensen die altijd met hem meegingen.
“Ik heb ervan geleerd om door te zetten,” zegt hij. “Niet blijven hangen als het slecht gaat. Volgende keer beter. Altijd vooruit.”
Die houding zie je in zijn leven, niet alleen in de sport.
Een vader, een zoon en dezelfde passie
Zijn zoon reed een tijdlang ook rally – zelfs junior kampioen. “Hij is sneller dan ik,” zegt Ronald trots. “Brutaler ook. Hij stapt in en rijdt de sterren van de hemel.” Samen reden ze in 2016 tegelijk: vader in de Mitsubishi, zoon in een Opel Astra. Een bijzondere periode, vol teamgeest en familiepassie.
Nu staat de rallyauto vooral stil – tijdelijk in de showroom – maar het verhaal rijdt door.
