Door Tom Rietveld
Sommige verzamelingen beginnen met een bewuste keuze. Andere sluipen een leven binnen zonder dat je het merkt. Bij John Dane hoorde het simpelweg bij het opgroeien.
“Zolang ik me kan herinneren ben ik met auto’s bezig,” vertelt hij terwijl hij voorzichtig een miniatuurmodel terugzet in de vitrinekast. Geen haastige handelingen – elk autootje krijgt dezelfde aandacht. Alsof hij er even een herinnering bij terugplaatst.
De zaterdag in de showroom
Het begon in Waalwijk, waar zijn vader werkte bij een Citroëndealer. Op zaterdagen mocht John mee. Voor een kind een paradijs: glanzende lak, onbekende geuren van nieuw interieur en het zachte tikken van afkoelende motoren.
Hij mocht nergens aankomen, behalve zitten.
“In een grote Citroën CX. Het enige wat ik niet mocht doen, was claxonneren. Daar stoorde ik dan de klanten mee,” lacht hij.
Het werd een ritueel. Terwijl volwassenen over prijzen en opties spraken, zat een jongen achter een stuur te dromen. Daar ontstond geen plan, maar een gevoel. Auto’s waren geen objecten meer; het werden personages.
“Vanaf dat moment ben ik eigenlijk besmet geraakt met het virus.”
Spelen en bewaren
Thuis stonden twee werelden naast elkaar: bakken vol speelgoedauto’s om mee te spelen, en modellen die netjes moesten blijven.
Hij bouwde garages, parkeerde rijen auto’s, liet ze rijden en weer terugkomen. Urenlang alleen bezig, zonder zich te vervelen. Voetballen deed hij ook, en fietsen, maar telkens kwam hij terug bij die kleine voertuigen.
Wat er met veel speelgoed gebleven is? Geen idee. Verdwenen in de tijd. Maar de verzameling, die bleef.
De jacht op vakantie
Elke zomer ging er vakantiegeld mee in de koffer. Niet voor ijsjes of souvenirs, maar voor modelauto’s. Frankrijk, Italië of Spanje: in elke plaats werd gezocht naar speelgoedwinkels of speciaalzaken.
“Dan moest er eentje mee naar huis voor de verzameling.”
Hij wist ook precies wat hij kocht. Niet alleen de vorm, maar de techniek fascineerde hem. Vermogen, snelheid, geschiedenis; het hoorde erbij.
Zo staat de Ferrari F40 nog steeds symbool voor zijn jeugd.
“Dat was de posterauto van vroeger. Ik weet nog dat ik ervoor op de foto stond op Zandvoort. Dat maakte indruk.”
En ook nu kan hij moeiteloos cijfers oplepelen van klassiekers of vertellen over de Ferrari 250 GTO die tientallen miljoenen waard werd.
Elk model een verhaal
In de kast staat een gouden Citroën Traction Avant. Geen speelgoed, maar een herinnering aan zijn vader die af en toe een bijzonder exemplaar meenam.
“Traction Avant betekent aandrijving vooraan. Dat was toen revolutionair.”
Een ander model verwijst naar rally geschiedenis: de Citroën ZX Parijs-Dakar. Even verderop staat een witte Ferrari Testarossa, bekend uit de televisieserie Miami Vice. Niet omdat hij wit was, maar juist omdat echte Ferrari’s meestal rood waren.
Zo blijkt al snel: de verzameling gaat niet over bezit, maar over verhalen. Elk model is een hoofdstuk uit techniek, televisie, jeugd of familie.
Auto’s met karakter
Tijdens het praten komt een terugkerend thema naar voren: karakter.
Volgens John hadden auto’s vroeger een eigen persoonlijkheid. Verschillen tussen merken waren voelbaar, techniek bepaalde gedrag. Hij noemt de hydropneumatische vering van Citroën, een systeem dat auto’s liet zweven over de weg.
“Dat soort unieke dingen zie je steeds minder. Auto’s lijken meer op elkaar.”
Hij zegt het zonder nostalgisch te worden. Eerder constaterend. De fascinatie blijft, maar verschuift naar geschiedenis.
Geen jacht meer
Koopt hij nog nieuwe modellen?
“Niet actief meer. Alleen als er iets bijzonders voorbij komt.”
Het verzamelen is rustiger geworden. Niet het aantal telt, maar de betekenis. Soms wakkert een gesprek het weer even aan, zoals vandaag, tussen de vitrinekast en herinneringen.
Misschien komen er nog wel nieuwe bij. Vaak onverwacht. Mensen weten hem inmiddels te vinden.
Meer dan speelgoed
Wat opvalt: John spreekt niet over waarde of zeldzaamheid, maar over momenten. De zaterdag bij zijn vader. Vakanties. Posters boven het bed. Televisieseries. Technische innovaties.
De miniatuurauto’s vormen geen museumcollectie maar een tijdlijn van een leven.
Een tastbare autobiografie in schaalformaat.
En dat maakt het herkenbaar. Want iedereen heeft zo’n voorwerp, een boek, een foto, een liedje, dat meer vertelt dan het lijkt.
Bij John zijn het auto’s.
Klein van formaat, groot in herinneringen.
