Geertruidenberg – Beneden in Huis Ten Bos kijken religieuze beelden, koninklijke portretten en andere markante gezichten de bezoekers aan. Maar boven het café woont misschien wel het meest bijzondere verhaal van het pand zelf: Corrie van Wietmarschen, 97 jaar, scherp van geest, wars van poeha en met een leven waarin café, zorgzaamheid en nuchterheid samenkomen.

Door Tom Rietveld

Tijdens haar jaren achter de tap kende het café nog een andere naam: Café Van Wietmarschen. Voor veel oudere inwoners van Geertruidenberg roept die naam nog altijd herinneringen op aan een café waar iedereen welkom was... zolang men zich gedroeg.

Op 22 maart werd Corrie 97. Een groot feest hoefde voor haar niet. “Ik ben altijd verdwenen als ik jarig ben,” zegt ze met een glimlach. “Ik haat verjaardagen. Dat gedoe allemaal.”

Van Limburg naar de Berg

Corrie werd geboren in het Limburgse Echt, “het smalste stukje van Nederland”. Haar vader handelde in graan, kunstmest en veevoer. Aan huis zat een klein café, gerund door haar moeder.

“Wij haatten dat cafeetje,” vertelt Corrie. “Je zat te eten en ineens ging de bel. Dan moest iemand van tafel voor iemand die alleen maar zin had in een glas bier. Dat ging altijd door.”

Juist daarom nam ze zich voor later nooit in een café terecht te komen.

Na een tijd op het internaat werd ze huishoudlerares. Via haar huwelijk met Harry van Wietmarschen kwam ze in Geertruidenberg terecht. Kinderen kreeg ze niet, hoewel ze dat graag had gewild. “Ik wilde vijf kinderen,” zegt ze. “Maar dat zat er niet in.”

Toch achter de tap

Het liep anders. Het café aan de Markt stond een tijd leeg en werd opgeknapt. “Ik dacht: we gaan er een half jaartje in en dan verhuren we het weer.” Haar schoonmoeder waarschuwde meteen: je komt er nooit meer uit. Ze kreeg gelijk.

Corrie stond uiteindelijk dertig jaar in het café, vanaf 1962 tot begin jaren negentig. “Caféhouden is niet alleen hard werken,” zegt ze. “Je wordt moeër van weinig werken dan van doorwerken. Want je moet er zijn voor de mensen.”

Ze kende haar klanten. En ze stelde grenzen. “Ik heb een keer tegen iemand gezegd: ik heb jou liever niet in het café dan wel.”

Eens een juf, altijd een juf

Als voormalig huishoudlerares had Corrie een scherp oog voor mensen. Ze wist hoe ze jongeren moest aanspreken, zonder ze weg te jagen. Tegen een jongen op het terras zei ze eens: “Je hoeft hier geen tien glazen bier te drinken om aangenaam te worden. Als je netjes blijft, mag je hier heel lang op één glas zitten.” Een omstander zag het en zei: “Bent u schooljuf geweest?” Corrie moest lachen. “Eens een juf, altijd een juf.”

Nog altijd komen mensen haar vertellen dat ze voor hen veel heeft betekend. Zelf ziet ze dat anders. “Ik was geen tweede moeder. Maar ik kon dingen zeggen die ze van thuis niet aannamen.”

Gewoon doen wat nodig is

Corrie noemt haar leven niet bijzonder. Ze deed wat haar van huis uit was meegegeven. “Als iemand ziek was in de straat, kookte mijn moeder mee. Dan moesten wij het brengen. Dat was normaal.”

Na haar caféjaren bleef ze actief. Ze werd rondleidster in de kerk en het museum en werkte bij Vluchtelingenwerk. “Ik wist niet wat ik met mijn tijd moest. Maar dat kwam vanzelf goed.”

Voor haar inzet kreeg ze later een lintje. Zelf haalt ze haar schouders op. “Dat zijn gewoon dingen die je doet.”

Een hemeltje aan de Markt

Corrie woont nog altijd boven het café aan de Markt. Het pand is inmiddels in handen van Eric, die goed voor haar zorgt. Toen Corrie onlangs viel en slecht ter been raakte, werd er voor haar gekookt en gezorgd; door Eric en door mensen uit de omgeving. “Ik hoefde niks te doen,” zegt ze. “Alleen ontvangen.”

Ze noemt haar stukje Geertruidenberg een hemeltje. “Wie goed doet, goed ontmoet,” zegt ze nuchter. “Je zaadjes zul je oogsten.”

Meer dan vier eeuwen geschiedenis

Het pand van Huis Ten Bos kent een lange geschiedenis. Uit oude gegevens blijkt dat al in 1572 sprake was van een herberg op deze locatie aan de Markt in Geertruidenberg. Door de eeuwen heen kende het pand verschillende eigenaren en functies. In oude documenten werd het pand onder meer aangeduid als 'de Krab'. Later droeg het café namen als Wilhelmus, eetcafé den Berg en uiteindelijk Huis Ten Bos. Voor veel inwoners blijft echter vooral één naam verbonden aan het café: Café Van Wietmarschen.

Nog altijd zichzelf

Beneden heeft Huis Ten Bos zijn eigen karakter, met beelden en portretten die het café een bijzondere sfeer geven. Maar boven woont nog altijd de vrouw die het gezicht van het café jarenlang bepaalde.

Corrie van Wietmarschen. 97 jaar. Nuchter, scherp en zorgzaam.

“Ik heb geen bijzonder leven gehad,” zegt ze zelf.

Maar wie goed luistert, hoort juist daarin het bijzondere.