Langs de kades van Geertruidenberg en omgeving liggen ze nog: schepen die ooit het kloppend hart vormden van de Nederlandse economie. In deze serie gaat Tom Rietveld op zoek naar de verhalen achter deze varende monumenten. Wie bouwde ze, wat vervoerden ze en wie leefden erop? Maar vooral: wie houden deze schepen vandaag de dag in leven?
Door Tom Rietveld
Een schip van meer dan honderd jaar oud ligt rustig aan de kade, maar wie goed kijkt, ziet geen stilstaand object. De Houthandel II ademt geschiedenis. Wat ooit een werkpaard van de houtindustrie was, is nu een varend monument, met een verhaal dat nog altijd voortleeft.
Aan de rand van het water in Geertruidenberg ligt ze: robuust, ingetogen en met een naam die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. Houthandel II. Geen romantische fantasienaam, maar een werknaam – en juist dat maakt het schip zo bijzonder.
Eigenaar Marcel Derksen staat aan boord en kijkt zichtbaar trots om zich heen. “Dit is de originele naam,” vertelt hij. “Het schip is gebouwd in 1914, bij Visser in Zwijndrecht. Het was onderdeel van een stoomhoutzagerij.”
Van boomstam tot bouwmateriaal
Om het verhaal van de Houthandel II te begrijpen, moet je terug naar een tijd waarin hout nog letterlijk de basis vormde van de samenleving. Woningen, schepen, bruggen; alles draaide om hout.
In Zwijndrecht lag een grote houtzagerij met een binnenmeer waar boomstammen uit het buitenland werden opgeslagen. “Die stammen lagen in het water om te ‘werken’,” legt Derksen uit. “Daarna werden ze op maat gezaagd en met schepen zoals dit vervoerd.”
De Houthandel II was speciaal voor dat doel gebouwd. Geen zeilschip, maar een motorschip, vooruitstrevend voor die tijd. “Hij had vanaf het begin al een motor,” zegt Derksen. “De mast die je ziet, is niet om te zeilen, maar voor de laadboom. Daarmee konden ze zelf laden en lossen.”
Het schip vervoerde hout door heel Nederland, vooral richting het zuiden. Het was een essentieel onderdeel van de logistiek in een tijd zonder vrachtwagens.
De vrachtwagens van vroeger
“Dit soort schepen waren eigenlijk de vrachtwagens van toen,” zegt Derksen. En wie goed kijkt, ziet hoe logisch dat is.
Met een eigen laadinstallatie konden ze overal aanleggen: bij een fabriek, een boerderij of een werf. “Ze brachten hout, maar namen ook andere lading mee terug. Veevoer, zakken, wat er maar nodig was. Zo bleef alles in beweging.”
Langs de grote steden lagen deze schepen te wachten op nieuwe opdrachten. Via rivieren en kanalen bereikten ze plekken waar wegen nog nauwelijks bestonden.
Het is een vorm van transport die vandaag bijna onvoorstelbaar is – maar die Nederland economisch mede heeft opgebouwd.
Levend erfgoed
De Houthandel II is vandaag geen werkpaard meer, maar een zogenoemd historisch bedrijfsvaartuig. Daarmee behoort het tot het varend erfgoed van Nederland; een unieke verzameling die wereldwijd zijn gelijke niet kent.
Nederland telt duizenden historische schepen: van tjalken en klippers tot stoomslepers en motorvrachtschepen. Samen vormen zij een drijvend museum, maar dan één dat nog leeft en beweegt.
De vereniging voor historische bedrijfsvaartuigen zet zich in voor het behoud van deze schepen. Eigenaren restaureren, onderhouden en varen ermee, zodat kennis en ambacht behouden blijven.
“Je probeert zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven,” zegt Derksen. “Dat is ook onze insteek.”
Wonen op het water
De Houthandel II heeft in zijn lange leven verschillende functies gehad. Marcel Derksen en zijn vrouw woonden zelfs vijf jaar aan boord. “Dat ging prima met z’n tweeën,” vertelt hij. “Maar met een gezin wordt het al snel te klein. Zeker als je het schip zo origineel mogelijk wilt houden.”
In het voormalige laadruim is nu een compacte woonruimte gemaakt – “een soort caravan,” noemt hij het zelf. Met een keukentje, slaapplaatsen en sanitair is het schip nog steeds geschikt voor verblijf, maar het blijft een bewuste keuze om de historische uitstraling te behouden.
Een stukje geschiedenis terugbrengen
De aanwezigheid van de Houthandel II in Geertruidenberg is geen toeval. Het past in een bredere wens om de maritieme geschiedenis van de regio zichtbaar te houden.
“Hier is vroeger enorm veel scheepvaart geweest,” zegt Derksen. “Scheepswerven, schippersfamilies, dat hoort bij deze plek. Veel daarvan is verdwenen.” Juist daarom zijn deze schepen belangrijk. Ze brengen het verleden terug in het straatbeeld.
“Het idee is dat mensen weer kunnen zien hoe het vroeger was,” legt hij uit. “Niet alleen lezen, maar echt ervaren.”
Altijd werk aan boord
Een historisch schip onderhouden is geen hobby voor wie stil wil zitten. “Er is altijd wat te doen,” lacht Derksen. “Schilderen, bijhouden, kleine reparaties. Dat stopt nooit.” Maar juist dat maakt het bijzonder. Het schip leeft, en vraagt om aandacht. “Als het mooi weer wordt, begint het weer te kriebelen,” zegt hij. “Dan wil je weer aan de slag.”
Varende verhalen
Wie langs de Houthandel II loopt, ziet misschien een mooi oud schip. Maar wie even blijft staan, ziet meer: een verhaal van arbeid, handel en vakmanschap. Een tijd waarin schepen geen luxe waren, maar noodzaak. En dankzij mensen als Marcel Derksen blijft dat verhaal zichtbaar; niet achter glas in een museum, maar gewoon, levend, aan de kade.
Fotobijschriften
Marcel Derksen aan boord van de Houthandel II, een motorschip uit 1914 dat oorspronkelijk werd ingezet voor het vervoer van hout.
De karakteristieke boeg van de Houthandel II met de originele naam – een herinnering aan zijn verleden als werkend vrachtschip.
