Ingeklemd tussen het terrein van de oude Donge Centrale en de N623 ligt begraafplaats Slagenland. Een stille plek en onbekend bij de meeste inwoners van deze gemeente. Wie er al van gehoord heeft, denkt onterecht vooral met een Joodse begraafplaats van doen te hebben. Om dit kleine kerkhofje uit de anonimiteit te halen nodigde beheerder Pieter Voragen ons uit voor een rondleiding.

Door Dennis Mikhout

Een rondleiding op een begraafplaats. Voor deze verslaggever een verzoek dat hij niet dagelijks krijgt. Eerlijk is eerlijk: het verzoek voelde toch een beetje morbide aan. De levende mens wordt over het algemeen niet graag geconfronteerd met de dood.

Vroeger lag de begraafplaats aan de doorgaande weg naar Den Hout en Made. De Steenwegch geheten. Het was een zogenaamde macadamweg. Door het kanaal is dit nu alleen een route waar nog bestemmend verkeer gebruik van maakt.

Het is dus even zoeken met de navigatie maar bij aankomst op de nogal verscholen begraafplaats neemt beheerder Pieter Voragen het morbide en ongemakkelijke gevoel direct weg. De ontvangst is hartelijk en de beheerder is duidelijk trots op ‘zijn’ begraafplaats.

Beheerder van een kerkhof

De meeste kinderen willen later brandweerman, politieagent, popster of tegenwoordig een bekende vlogger worden. Voragen werd beheerder van een begraafplaats. Daar moet een verhaal achter zitten. Hij verteld zijn verhaal in de auto geparkeerd voor de begraafplaats. Er zijn namelijk geen faciliteiten zoals bijvoorbeeld een kantoor of koffiekamer.

Tijdens een wandeling met zijn vrouw stuitte hij op de oude begraafplaats. Die lag er zo verwaarloosd bij dat het hem direct raakte. “Een trieste aanblik,” zegt hij. “Ik dacht: hier moet toch iets aan te doen zijn. Het is een mooie, rustige plek.”

Hij belde de protestantse kerk in Geertruidenberg met twee vragen: of hij ergens kon helpen en of hij er later zelf begraven mocht worden. Hij is namelijk zelf Katholiek opgevoed. Beide antwoorden vielen gunstig uit. Toen hij vervolgens vroeg naar de beheerder, hoorde hij dat de functie vacant was. Spontaan als hij is, bood hij meteen aan die taak op zich te nemen.

Dat past bij hem

Stilzitten ligt hem niet. Al snel zette hij een reeks verbeteringen in gang. “De omliggende sloot is gedempt en er is een waterleiding aangelegd. Voorheen moesten bezoekers water uit de sloot halen om een graf te verzorgen.”

Ook een beverplaag vroeg om actie. “Ze vraten de laurierhagen op. We hebben een hekwerk geplaatst om het voor de bevers zo onaantrekkelijk mogelijk te maken.”

We stappen uit de warme auto en lopen het kerkhof op. Meteen valt op hoe verzorgd alles erbij ligt. Het is stil. Diepe, bijna onverwachte rust. Ondanks de industrie die later om het terrein heen is gebouwd, blijft het een aangename plek. Het wordt snel duidelijk waarom Voragen zich ervoor inzet.

Zijn werk gaat verder dan onderhoud

Veel graven zijn oud. Het oudste dateert uit 1879 en verkeerde, net als vele anderen, bij zijn aantreden in slechte staat. Voor zulke graven geldt een plicht: voordat ze geruimd mogen worden, moet de beheerder proberen nazaten op te sporen. Zij krijgen de keuze om het graf te behouden of te laten verwijderen.

Dat opsporen is vaak een zoektocht. Voragen duikt dan in kerkelijke registers en gemeentelijke archieven, op zoek naar elke mogelijke link met de overledene. Een tijdrovende klus, maar volgens hem hoort het bij een zorgvuldig beheerd kerkhof.

De uitkomsten van zijn speurwerk zijn vaak verrassend en leveren soms ontroerende verhalen op. Hij neemt me mee naar het graf van een kind, amper drie maanden oud. Het graf is netjes, maar duidelijk toe aan renovatie.

Steen opknappen

“Hier ligt het zoontje van een lokale ingenieur,” vertelt hij. “Hij was eind negentiende eeuw verantwoordelijk voor de stoomtrammaatschappij in deze gemeente. Het jongetje overleed aan een ziekte. Een paar jaar later vertrok het gezin naar Den Haag.” De vader was namelijk betrokken bij de aanleg van vele spoor- en tramwegen door heel Nederland, zoals de nieuwe spoorweg door de Langstraat naar Den Bosch, waarvoor tientallen dammen en bruggen moesten worden gebouwd.

De zoektocht naar mogelijke nazaten bracht hem uiteindelijk bij een oude Zeeuwse adellijke familie. “Hoewel de familie hun stamboom goed gedocumenteerd heeft kenden zij het bestaan van het kindje en het graf niet. Inmiddels hebben we goed contact. Ze hebben aangeboden de steen te laten opknappen.”

Wilhelmina van Meerten

We lopen verder, maar staan al snel stil bij een verzorgd graf. In de steen staat in heldere letters: Wilhelmina van Meerten, geboren in 1901, overleden in 1961. Geen symbolen, geen versiering. De eenvoud past precies bij het beeld dat Voragen schetst zodra hij begint te vertellen.

“Ik heb nazaten van haar gevonden in Den Haag,” zegt hij. “Zij vertelden dat Wilhelmina in haar tijd geen gewone vrouw was. Ze was eigenlijk een zakenvrouw. In de jaren dertig reed ze rond in haar eigen Ford om klanten te werven voor de drukkerij van haar man.”

Dat moet destijds een opvallend gezicht zijn geweest. Voragen knikt. “Zeker. Ze werd vaak staande gehouden en zelfs uitgejouwd door mannen die er moeite mee hadden dat een vrouw achter het stuur zat. Maar ze trok zich er weinig van aan. Ze was een vrijgevochten vrouw.”

Voragen kan uren doorgaan over de mensen die hier liggen.

“Daar ligt een Rotterdammer. Die zat in de tweede wereldoorlog ondergedoken in een woning aan de Koesstraat” zegt hij terwijl hij naar een eenvoudig graf wijst. “Hij schrok zo van een groep Duitsers die zijn kant op kwam rennen dat hij ter plekke een hartaanval kreeg.” Een tragisch misverstand, want de Duitsers waren helemaal niet naar hem op zoek. Een achternicht werd inmiddels opgespoord en zij verzorgt nu het graf.

Even verderop ligt de familie De Bruyn, de schenkers en stichters van deze begraafplaats. Al moet je dat schenken niet te letterlijk nemen, zegt Voragen met een glimlach. “Totdat het laatste familielid overleed, moest de protestantse kerk jaarlijks twintig gulden betalen voor de grond.”

Die laatste telg van de familie was een opvallende persoonlijkheid. Ze wilde gecremeerd worden, iets wat in die tijd ongebruikelijk was en zelfs niet mocht. Toch gebeurde het. Haar as werd in een urn bijgezet op dezelfde plek waar haar familie ligt.

Vorm van troost

Wat vooral opvalt als hij zijn verhalen vertelt, is hoe goed de graven erbij liggen. Dankzij de opgespoorde nazaten worden ze netjes onderhouden. Het geeft een vorm van troost: mensen blijken bereid moeite te doen voor een verre oudoom of achternicht van wie ze soms niet eens wisten dat die bestond.

De laatste begrafenis op Slagenland vond meer dan tien jaar geleden plaats, maar dat zegt weinig. De begraafplaats is nog steeds in gebruik. Wie dat wil, kan er begraven worden. Moderne voorzieningen ontbreken, maar volgens Voragen is juist dat gebrek aan opsmuk onderdeel van de charme van deze plek.

Noot van de redactie: Wij vonden het verhaal van Wilhelmina van Meerten zo bijzonder dat we volgende week in dit weekblad een apart artikel aan haar hebben gewijd.

Geschiedenis van Begraafplaats Slagenland

Begraafplaats Slagenland dankt haar naam aan het oude slagenlandschap waarin ze is gelegen: een type veenontginningsgebied waarvan nog enkele resten rond de begraafplaats zichtbaar zijn. Op 29 april 1872 schonken de dames De Bruyn uit Geertruidenberg dit perceel aan de toenmalige Nederduits-Gereformeerde Gemeente, de voorloper van de huidige protestantse gemeente. Vanaf dat moment werd het terrein gebruikt als christelijke begraafplaats.

De naam Slagenland verwijst naar de ontginningsmaat 'slag', waarmee delen van veengebied werden ontgonnen en in cultuur gebracht. De begraafplaats ligt daarmee in een gebied met een langere agrarische en ontginningsgeschiedenis, waar het landschap door de eeuwen heen veranderde.

Eerder viel de begraafplaats buiten de directe bebouwde kom en lag zij in een landelijk gebied dat nog sterk werd bepaald door ontgonnen veengronden. Tegenwoordig ligt Slagenland aan de Centraleweg in Geertruidenberg en is de begraafplaats eigendom van de Protestantse Gemeente te Geertruidenberg, sinds 2018 officieel onder hun beheer.

Er liggen ongeveer 500 individuen begraven, waarvan er ongeveer 90 nog met een monument herkenbaar zijn. De begraafplaats is nu opengesteld voor iedereen die er begraven wil worden.