In het digitale tijdperk van muziekstreaming is het een zeldzaamheid geworden om volledige albums te beluisteren, maar echte muziekliefhebbers weten dat het luisteren naar een album van begin tot eind een unieke ervaring kan bieden. In de reeks 'Vinyl Verhalen' neemt Dennis Mikhout elke week een iconisch muziekalbum onder de loep. Tijdens deze ontdekkingsreis onthult hij de verhalen achter deze albums, variërend van klassieke studiomeesterwerken tot memorabele live-opnames, ongeacht het genre en tijdperk. Deze week: Buena Vista Social Club van Buena Vista Social Club.
Door: Dennis Mikhout
Toen in 1997 het album Buena Vista Social Club verscheen, voelde het alsof een vergeten wereld zich opnieuw werd ontdekt. Het is geen hippe revival, geen nostalgische gimmick, maar een plaat die de tijd volledig leek op te heffen. De muziek klonk warm, doorleefd en volledig losgezongen van alle gangbare muzikale trends van dat moment. Wat begon als een toevallig samenkomen in een studio in Havana, groeide uit tot een van de meest invloedrijke wereldmuziekalbums ooit.
Midden jaren negentig bevond communistisch Cuba zich in de zogeheten ‘Special Period’: na de val van de Sovjet-Unie raakte het land economisch en cultureel geïsoleerd van de buitenwereld en daarmee ook van de internationale popindustrie. De rijke muzikale traditie op het eiland bleef daardoor volledig intact. Zangers en instrumentalisten die hun hoogtijdagen in de jaren ’40 en ’50 hadden beleefd, speelden nog steeds. De oude Cubaanse stijlen bleven bestaan, zonder enige vorm van beïnvloeding door de Europese en Amerikaanse popmuziek.
Het album ontstond min of meer toevallig. De Amerikaanse gitarist en producer Ry Cooder was in Havana voor een gepland samenwerkingsproject met Afrikaanse en Cubaanse muzikanten. Toen het Afrikaanse deel van de muzikanten door visumproblemen wegviel, besloten Cooder en producer Nick Gold het accent volledig te verleggen naar de overgebleven Cubaanse musici die hun wortels hadden in de muziek van vóór de revolutie. Met deze veteranen bedacht hij een nieuw project.
Hoewel Buena Vista Social Club vaak als groepsnaam wordt gezien, is het album vooral een samenkomst van losse artiesten. Ibrahim Ferrer, jarenlang actief maar grotendeels vergeten, ontpopte zich tot middelpunt met zijn breekbare, doorrookte stem. Rubén González bracht een elegante, bijna jazzachtige pianostijl mee naar het album. En Compay Segundo fungeerde als ankerpunt met zijn klassieke Cubaanse composities.
Het opnameproces
De opnames vonden plaats in de legendarische EGREM-studio’s in Havana, een ruimte die sinds de jaren ’50 nauwelijks was veranderd. Niet uit een bewuste keuze maar uit praktische realiteit. Modernere apparatuur was op Cuba nou eenmaal niet beschikbaar. Oude bandrecorders, natuurlijke galm en een ontspannen werksfeer bepaalden het geluid. Er werd grotendeels live ingespeeld, met minimale overdubs en zonder technische ingrepen. De muzikanten stonden in een halve cirkel, keken elkaar aan en speelden zoals ze dat hun hele leven al deden.
Cooder fungeerde nadrukkelijk niet als producer in de klassieke zin. Hij gaf richting, maar dicteerde niets. Repertoireten bepaalden het tempo, de dynamiek en vaak ook het repertoire. Veel nummers werden gekozen uit het collectieve geheugen en in één of twee takes vastgelegd. Het resultaat is een opname die zeker niet gepolijst klinkt, maar helder en natuurlijk, bijna alsof je in dezelfde ruimte zit.
Twee sleuteltracks
'Chan Chan': De openingstrack, geschreven door Compay Segundo, groeide uit tot het visitekaartje van het album. Een eenvoudige structuur, gedragen door akoestische gitaren en een kalme percussie, vormt het kader voor een lied dat eigenlijk meer suggereert dan dat het tekstueel verteld. De ogenschijnlijk maar bedrieglijk simpele structuur, repetitief en kalm, zonder duidelijke spanningsboog, juist die gelijkmatigheid maakt het nummer hypnotiserend.
'Dos Gardenias'
In de uitvoering van Ibrahim Ferrer wordt deze bolero teruggebracht tot de kern. Geen grote uithalen, geen sentiment. De zang is gecontroleerd, bijna afstandelijk, wat de emotionele lading juist versterkt. Het nummer illustreert perfect hoe deze terughoudendheid hier werkt als stijlmiddel.
Bij verschijnen werd Buena Vista Social Club (tot ongeloof van de makers), onmiddellijk omarmd door critici. Het album won een Grammy en verkocht wereldwijd miljoenen exemplaren. Behoorlijk uitzonderlijk voor een Spaanstalige plaat zonder popambities. Het succes leidde tot solocarrières voor verschillende betrokkenen en tot een gelijknamige documentaire, die de muzikanten internationaal een gezicht gaf. Het plaatje was compleet: oude mannen, vergeten muziek en de herontdekking.
Die framing leverde ook kritiek op. Sommigen critici spraken van een té geromantiseerde en westerse blik op Cuba. Die kritiek is begrijpelijk, maar raakt niet de kern van het album. Buena Vista Social Club geeft geen totaalbeeld van Cubaanse muziek; het ligt er één specifieke traditie uit, en doet dat zorgvuldig en met respect. Het is slechts een momentopname.
Terugkijkend bepaalde het album hoe we anno 2026naar wereldmuziek kijken. Geen gek exotisch bijgerecht, maar een volwaardige muzikale kunstvorm. Het maakte duidelijk dat authenticiteit en vakmanschap geen houdbaarheidsdatum hebben. Het album bewijst dat muzikale relevantie of ‘hipheid’ niet wordt bepaald door leeftijd, mode of context, maar door kwaliteit en aandacht. En juist daarin schuilt de kracht van Buena Vista Social Club.
