In het digitale tijdperk van muziekstreaming is het een zeldzaamheid geworden om volledige albums te beluisteren, maar echte muziekliefhebbers weten dat het luisteren naar een album van begin tot eind een unieke ervaring kan bieden. In de reeks 'Vinyl Verhalen' neemt Dennis Mikhout elke week een iconisch muziekalbum onder de loep. Tijdens deze ontdekkingsreis onthult hij de verhalen achter deze albums, variërend van klassieke studiomeesterwerken tot memorabele live-opnames, ongeacht het genre en tijdperk. Deze week: 'Southeastern' van Jason Isbell.
Door: Dennis Mikhout
Met Southeastern maakte Jason Isbell in 2013 het album dat alles opnieuw een plek gaf. Niet alleen zijn carrière, maar ook zijn positie binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Waar hij tot dan toe vooral bekend stond als voormalig lid van Drive-By Truckers met een opvallend schrijftalent, vestigde hij zich hiermee definitief als soloartiest en songwriter van het hoogste niveau. Southeastern klinkt daardoor niet als een comeback, maar als een nuchter verslag van iemand die maar net overeind weet te bljven.
Isbell had zijn reputatie dus al opgebouwd bij Drive-By Truckers, waar hij uitgroeide tot een begenadigd songwriter met een scherp oor voor de muzikale tradities uit het diepe Zuiden. Tegelijkertijd raakte hij steeds verder verstrikt in alcohol- en pillenverslaving. Toen hij in 2011 besloot af te kicken, stond zijn carrière op losse schroeven. Wat hem na het afkicken resteerde was ineens heel veel tijd om handen, zijn teruggevonden nuchterheid en een stapel onafgemaakte liedjes.
De context van hiervan is onlosmakelijk verbonden met dit album. Southeastern gaat niet over verslaving als drama, maar over de gevolgen ervan. Over relaties die beschadigd zijn, over vertrouwen dat niet zomaar terugkeert, over inzicht dat geen garantie biedt op verlossing. Maar wat Southeastern onderscheidt, is de afwezigheid van zelfmedelijden. Isbell romantiseert niets en positioneert zichzelf niet als slachtoffer. Hij observeert zichzelf als personage, niet als de held. Dat maakt het album op momenten zeker confronterend, maar nooit zwaar op de hand.
Het opname proces
De opnames vonden plaats in Nashville met producer Dave Cobb, die met Southeastern zijn eerste grote visitekaartje zou afgeven en later zou uitgroeien tot een sleutelfiguur binnen de moderne Americana. Cobb koos voor een terughoudende en sobere productie, waarbij eenvoud geen stijlmiddel maar uitgangspunt was en emotionele helderheid altijd voorop stond. De arrangementen zijn kaal, functioneel en volledig ondergeschikt aan de songs. Akoestische gitaren vormen de ruggengraat van de tracks, aangevuld met subtiele ritmes, soms wat pedal steel en sporadische strijkers. Elk instrument krijgt precies zoveel ruimte als de song vraagt en geen noot meer.
Twee sleuteltracks:
'Cover Me Up': Het meest besproken nummer van het album, maar gek genoeg vaak totaal verkeerd begrepen. Het lied wordt regelmatig geïnterpreteerd als een klassieke liefdesballad, terwijl het in essentie gaat over angst om te falen. De soberheid van de compositie: akoestische gitaar, langzaam opgebouwde dynamiek versterkt die kwetsbaarheid. Isbell zingt voor het gevoel niet overtuigend, maar juist voorzichtig.
'Traveling Alone': Een van de meest toegankelijke en muzikaal beweeglijke nummers op Southeastern. Waar veel songs ingetogen en zwaar zijn, klinkt Traveling Alone opvallend licht, met een ontspannen shuffle en speelse gitaarlijnen. Die luchtige toon staat haaks op de inhoud: Isbell blikt terug op zijn verslaving en het isolement dat daarmee gepaard ging. De titel is veelzeggend het alleen reizen is geen romantisch ideaal, maar het onvermijdelijke gevolg van eerdere keuzes. Met subtiele humor en scherp zelfinzicht brengt Isbell balans aan op een verder zwaarbeladen album.
Bij verschijnen werd Southeastern vrijwel unaniem geprezen. Critici roemden vooral de helderheid van Isbells schrijfstijl en de afwezigheid van opsmuk. Het album betekende zijn definitieve doorbraak als soloartiest en vormde het fundament voor zijn verdere muzikale pad, zowel artistiek als commercieel, en verstevigde zijn reputatie als toonaangevend songwriter. Southeastern won zelf geen grote Grammy, maar verscheen wel hoog in jaarlijsten en legde de basis voor de latere Grammy-succesplaten die volgden.
Belangrijker nog: Southeastern herdefinieerde wat moderne Americana kon zijn. Het bewees dat rootsmuziek niet hoeft te leunen op een nostalgisch retro geluid maar ook scherp, persoonlijk en actueel kan klinken. Het maakt Southeastern tot een van de sterkste songwriteralbums van het afgelopen decennium.
