De Rekenkamer heeft onderbesteding bij onze gemeente onder het vergrootglas gelegd. Het College vraagt de Raad de conclusies en aanbevelingen uit het rekenkamerrapport ‘Verdiepingsonderzoek Onderbesteding Gemeente Geertruidenberg’ over te nemen. Die onderbesteding en de gevolgen werden voor de Raad uit de doeken gedaan tijdens ‘de Raad luistert’ door onderzoeker Evert-Jan Duindam.
Door Frans van Son
Onderbesteding
Bij ‘Onderbesteding’ wordt minder geld uitgegeven dan gepland in de begroting, of inkomsten vallen hoger uit dan verwacht. Hierdoor blijft er aan het eind van het jaar geld over. Dat is toch geen probleem, zou je denken. Op het eerste gezicht lijkt geld overhouden gunstig, maar dat is jezelf voor de gek houden.
Geld overhouden
De gemeente kan bijvoorbeeld geld overhouden omdat geplande dingen, projecten of zorgtaken niet of later uitgevoerd zijn dan beloofd. Het betekent wel, dat geld wordt doorgeschoven naar een volgend jaar. Daardoor lopen projecten vertraging op en het budget schuift mee door naar een volgend jaar. Vaak wordt intussen zo’n project duurder.
De meerjarenbegroting laat vaak onterecht tekorten zien, terwijl de uiteindelijke jaarrekening juist meevallers toont. Dit betekent dat er niet realistisch wordt begroot, laat de Rekenkamer weten.
Belangrijkste oorzaken
Volgens landelijk onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers liggen vier hoofdredenen aan de basis van onderbesteding. Eerste is te optimistisch plannen. Projecten worden te positief of te snel ingeschat. Belangrijke tweede reden is het capaciteitsprobleem. Er is te weinig personeel om vacatures in te vullen of het werk uit te voeren. Een derde hoofdreden is slechte timing of ramingen. Kosten en inkomsten worden te voorzichtig of verkeerd ingeschat. Dan is er nog een vierde reden: de invloed van het Rijk. Rijksgeld komt soms laat of als incidenteel extraatje binnen.
Capaciteitsprobleem
Het onderzoek maakte duidelijk, dat afwijkingen tussen begroting en realisatie geen eenduidig beeld geven van structurele onderbesteding. Een belangrijk deel van de verschillen is het gevolg van incidentele en verklaarbare gebeurtenissen. Maar er is bij ons ook op het personele vlak structureel iets aan de hand. Er worden steeds meer kosten gemaakt voor inhuren van duur extern personeel dat veel duurder is dan vast eigen personeel. Die inhuur neemt schrikbarend toe. In 2017 was dat nog 8 ton en in 2024 5,1 miljoen euro. Dat hangt samen met de aanhoudende problemen in onze gemeente om voldoende kwalitatief personeel aan te trekken en behouden. Dat personele probleem is er vooral een van kleine gemeenten als de onze en is al diverse malen in de Raad onderwerp van gesprek geweest. Dat personeelsprobleem heeft gevolgen voor de stabiliteit van de organisatie en hoe structurele taken intern kunnen worden gepland en uitgevoerd.
Lasten opvangen
De Rekenkamer trekt ook de conclusie dat positieve rekeningresultaten, door meevallers in de afgelopen jaren er nu niet meer zijn. De vraag blijft daarom, of de gemeente de stijgende lasten op termijn wel kan opvangen zonder te moeten bezuinigen of zelfs belasting te moeten verhogen. Die vraag is belangrijk voor de komende begrotingscyclus, waaronder de behandeling van de Voorjaarsnota.
Aanbevelingen
College en Raad krijgen aanbevelingen. Vooral aangeraden wordt om de ontwikkeling van de personeelsinzet onder de loep te nemen, met bijzondere aandacht voor de verhouding tussen eigen personeel en inhuur.
Daaraan gekoppeld zou er een gerichte strategie moeten komen voor het aantrekken en behouden van personeel, om het afhankelijk zijn van dure externe inhuur te beperken. Ook krijgt het bestuur het advies in de planning- en controlecyclus uitdrukkelijk onderscheid te maken tussen incidentele en structurele afwijkingen. Verder zou de aansluiting tussen verschillende financiële rapportages versterkt moeten worden, zodat afwijkingen beter herleidbaar zijn.
Bezuinigen
Na nog wat aanbevelingen volgt nog het advies om bij de behandeling van de Voorjaarsnota expliciet aandacht te besteden aan de vraag of de gemeente de stijgende lasten op termijn kan opvangen zonder aanvullende inkomsten of bezuinigingen. Maak daarbij onderscheid tussen structurele en incidentele componenten van het rekeningresultaat, zo besluit de Rekenkamer. Werk aan de winkel dus voor College en Raad.
