De gemeente wil en moet ook sturen op woningbouwgebied. Maar dat is moeilijker dan het lijkt. ‘Bouwen’ wordt steeds vaker geroepen. Maar als er een plan is, betekent dat in de praktijk, dat vaak pas over jaren gebouwd kan worden. We weten dat veel mensen om een woning verlegen zitten, maar desondanks verloopt woningbouw – en zeker niet alleen bij ons – nog allerminst soepel.
Door Frans van Son
Redenen
De redenen waardoor de bouw nog steeds stagneert, zijn langzamerhand ruimschoots bekend. Het zijn nog altijd veel te lange, vaak ingewikkelde procedures, die gevolgd moeten worden, voordat gebouwd kan worden. Gevolg daarvan is, dat materiaal- en bouwprijzen intussen sterk stijgen en woningzoekenden ook langer op een huis moeten wachten. Ook hoe er in Nederland gedacht wordt over stikstof, zet op bouwgebied ons land al jaren compleet op slot, evenals ander milieugedoe, als er een pad of vleermuis in de weg zit bijvoorbeeld.
Maar er zijn meer tijdrovende obstakels. Wat dacht u van bezwaar makende omwonenden, waarvan diversen niet zo zeer tegen bouwplannen aanhikken, maar vooral ook vaak een slaatje willen slaan uit hun bezwaarschrift. Ook dat stagneert behoorlijk. En dan is er nóg een factor die het allemaal nog ingewikkelder maakt. Veel bouwplannen liggen op zogenoemde ‘vreemde grond’. Dat maakt het moeilijker voor wethouder Hein de Jongh om als gemeente de vinger goed aan de pols te houden.
Niet enkel bouwen
Je kan niet zo maar beginnen met in de ‘middle of nowhere’ huizen te bouwen. Er moet ook eerst aandacht zijn voor planologie, cultuurhistorie, archeologie, veiligheid, verkeersstromen, ontsluiting en parkeren. Er moeten straten en riolering worden aangelegd. Dat alles moet stuk voor stuk goed geregeld worden. Daarmee zijn we er nog niet, want er is nog altijd weer dat beroerde stikstofslot, eventuele geluidsoverlast en de bodem, die onderzocht moeten worden. Verder spelen ook welstand en duurzaamheid én aanwezige flora en fauna een niet onaanzienlijke rol. Tel daarbij op, dat er voor een plan ook nog wettelijk vooroverleg met Provincie, Rijkswaterstaat, Waterschap, GGD en Veiligheidsregio nodig is én dat onze gemeente zich houden moet aan afspraken, die in regionaal verband gemaakt worden. Pas daarna komt concreet bouwen in zicht. Ga er maar aanstaan.
‘Vreemde grond’
Hein de Jongh ziet dat vrijwel alle woningbouwprojecten bij ons, projecten op 'vreemde grond' zijn. Dat betekent dat het initiatief, voortgang en realisatie bij een externe ontwikkelaar liggen. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop de gemeente kan sturen. Aan welke knoppen kan dan de Raad nog draaien.
Verantwoordelijk
Als er een plan ontwikkeld wordt ‘op vreemde grond’, dan is de ontwikkelaar/grondeigenaar initiatiefnemer. Die is ook verantwoordelijk voor planning en kwaliteit. De ontwikkelaar communiceert ook met inwoners (Participatie). De verhouding tussen ontwikkelaar en gemeente is ook anders. Het heeft ook gevolgen op publiekrechtelijk en privaatrechtelijk gebied en het feit dat een anterieure overeenkomst nodig is. Zo’n overeenkomst is een juridische afspraak vóórdat een plan wordt vastgesteld. De kosten en verantwoordelijkheden tussen een ontwikkelaar en de gemeente worden in zo’n overeenkomst geregeld.
Plannen genoeg
Onze gemeente bouwt momenteel meer dan de taak die ons bijvoorbeeld vanuit de regio is opgelegd. Er zijn ook voldoende bouwplannen. Grote, zowel als kleine. Toch zouden in de praktijk sneller meer stenen op elkaar moeten komen, want het aantal mensen op zoek naar een woning, neemt nog steeds toe. Ook bij ons. Dan gaat het niet enkel om starters, maar ook om mensen die willen doorstromen. Daarnaast moet ook onze gemeente jaarlijks meer statushouders aan woonruimte helpen en dat geldt ook voor spoedzoekers en andere doelgroepen. Er zouden in ons land jaarlijks op het huidige aantal minimaal honderdduizend woningen bij moeten komen, maar dat halen we sinds de eeuwwisseling al lang niet meer. Het wordt hoog tijd dat procedures een stuk minder ingewikkeld worden; dat de steeds meer stagnerende factor milieu nu eens echt wordt heroverwogen en dat alleen echte bezwaarmakers reageren en het ‘onechte’ deel een andere hobby zoekt. De wachttijd op een woning is immers nog altijd veel te lang. Je gunt iedereen een eigen dak boven het hoofd.
