Wanneer ik aan Huub Schipperen denk, denk ik aan het woordje ‘ranselen’. De oud-doelman van Veerse Boys was in de jaren ’60 van de vorige eeuw een grootheid tussen de palen van de geel zwarten. Hij verdedigde zijn doel in een team dat nog steeds wordt beschouwd als een van de beste lichtingen in de historie van De Boys.
Door Jan Marcelissen
Stijlvolle keeper
Huub droeg prachtige keeperstruien in allerlei kleuren, in originele, doordachte combinaties met de tinten van zijn broek. Een ijdele doelman, elegante stijl. Een filmsterachtige uitstraling, een soort Roger Moore. Ridder Ivanhoe, maar dan onder de lat. Zijn vuisten als lans. Een keeper met charisma. Huub Schipperen had een timmermansoog voor schoten die op zijn doel afkwamen, een arendsoog op de doellijn.
Ranselen
Huub Schipperen is ook voor altijd verbonden aan het woordje ‘ranselen’. Een werkwoord gehanteerd in een prachtig verslag in het jubileumboek ‘40 jaar Veerse Boys’ dat in 1967 verscheen. De onvergetelijke penalty op ‘t Heike, Sint Willibrord, in het broeierige hol van de leeuw. Elke Faant die erbij was hield zijn hart vast.
Rood Wit – Veerse Boys 0-1, Huub stopt penalty
We schrijven zondag 22 mei 1966. De vaandeldragers van Veerse Boys spelen bij en tegen aartsrivaal Rood Wit en kunnen bij een overwinning kampioen worden van de tweede klasse en de stap naar het allerhoogste podium van het amateurvoetbal maken. Ik ben een klein manneke van bijna 8 jaar en één van de vele Verenaren die erbij zijn. Met mijn vader sta ik achter het doel van Rood Wit waar we een kwartier voor tijd doelman de Bruijn de bal zien loslaten en een attente Wil Klavers de bal erin zien lopen. Mijn club Veerse Boys staat met 0-1 voor! Zal het dan echt gaan gebeuren? De zenuwen gieren door de Veerse aanhang. De seconden tikken traag weg. En dan plots, vlak voor tijd: Penalty voor Rood Wit! Het zal toch niet waar zijn? Alle hoop is nu gevestigd op onze keeper Huub. Als de scheidsrechter blaast op zijn fluitje durft vrijwel niemand met een geel zwart hart nog te kijken. Iedereen houdt zijn adem in. Er is een doodse stilte, een aanloop… we horen een trap tegen de bal en daarna een vreemde klank. Dan is er gejuich. Maar waar kwam die vreemde klank vandaan? Wat was dat voor een geluid? Als we weer durven te kijken, weten we het. Het was het doffe geluid van een bal die door keepervuisten wordt gekeerd. Dat was het geluid van een ranselende doelman, zoals dat later in de verslaglegging wordt omschreven. Veerse Boys is naar het hoogste platform van het amateurvoetbal geranseld, door onze held Huub Schipperen.
Idool als achterbuurman
Amper een paar weken later verhuis ik met mijn ouders en mijn broer Paul naar de Anemoonlaan op het Nieuw Sandoel. Voetballen is een dagelijkse bezigheid voor ons. We spelen op het jonge gras van het kersverse nieuwbouwwijkplantsoentje menig partijtje. Tussen twee jassen die fungeren als doelpalen ben ik Huub Schipperen. Mijn idool. En ik ransel de ene bal na de andere tussen de jassen uit. Als ik even later door mijn moeder wordt binnen geroepen voor het avondeten voltrekt zich echter iets wonderbaarlijks. Eenmaal achterom sta ik namelijk plotseling met kloppend hart achter in onze brandgang oog in oog met... Huub Schipperen.
"Die komt hier achter te wonen", zegt mijn vader even later. Wie pa? Huub Schipperen? De keeper van Veerse Boys? Roger Moore? Ivanhoe? Wordt díe míjn achterbuurman?
Vanaf dat moment volg ik als jeugdig lid van Veerse Boys de verrichtingen van het eerste elftal met Huub als sluitpost nog intensiever. Regelmatig posteer ik me achter zijn goal, zie en hoor hem de defensie organiseren. Als ik tijdens een training samen met mijn vader achter zijn doel sta en hij zwaar op de proef wordt gesteld door zijn teamgenoten, krijg ik een bal, die door Huub met zijn timmermansoog is ingeschat als een bal die rakelings naast gaat, vol op mijn gezicht. Huub ontfermt zich onmiddellijk over mij en spreekt me weer moed in. Opwellende tranen keren terug de traanbuis in.
Inspirerend
Als ik Huub op zondag weer eens op artistieke wijze een bal uit de kruising zie plukken, probeer ik op woensdagmiddag die sierlijke duikvlucht te imiteren op het plantsoentje. Eén zo’n stijlvolle zweefduik van Huub wordt door mijn vader, die Veerse Boys een tijdje volgt als fotograaf, tijdens een wedstrijd vastgelegd in zijn fotocamera. wanneer in zijn donkere kamer tijdens het ontwikkelen van de foto blijkt dat de bal er niet op staat, tekent mijn vader in het negatief heel creatief de bal op de plek waar die logischerwijs had kunnen zijn. In de bak met ontwikkelaar voltrekt zich het wonder. De bal verschijnt op de foto. Huub in glijvlucht naar zijn object waar hij altijd de baas over is.
Betaald voetbal
Huub woont nog jaren achter ons. Regelmatig kom ik hem tegen in de brandgang. Ik kom er achter dat een idool benaderbaar kan zijn. Vriendelijk en gepassioneerd praat hij met mij over voetbal. Ik voetbal in het paadje, schaaf aan mijn techniek en alles lukt tien keer beter als Huub toevallig achterom komt en mij ziet trappen tegen de bal. Ik vertel mijn maten dat ik wel eens met de keeper van NOAD (en later van Eindhoven) praat. "Hij speelt betaald voetbal", vertel ik trots. "En hij speelde vroeger in het Nederlands amateurelftal", voeg ik er aan toe.
Samen in één team
Jaren later volgt voor mij de apotheose. Met het tweede elftal van Veerse Boys spelen we uit bij Jong Brabant. Alle keepers binnen de club zijn geblesseerd en nog één keer wordt Huub (bijna 50 jaar inmiddels) opgetrommeld. Ik zit met Huub in dezelfde kleedkamer, in het hetzelfde team. We scoren niet, maar dat is geen probleem. Verliezen doen we namelijk ook niet. Want wij hebben Huub. Iemand die nog steeds weet hoe je een doel schoon moet houden. Hij is nog niets van zijn fanatisme verloren. Huub coacht en motiveert met een koffer vol ervaringen zijn verdedigers en de rest van het team. Hij hoeft dit keer niet te ranselen, maar de uitslag staat en past precies bij de status van Huub Schipperen: 0-0.
Levende legende
Het is anno 2026 zestig jaar geleden dat de ranselende vuisten van Huub het geschiedenisboek van Veerse Boys voorzagen van een speciaal verhaal. In het najaar wordt hij 85 en inmiddels heeft hij met zijn vrouw Corry de diamanten bruiloft gevierd. Zo af en toe kom ik ze samen tegen bij een concert van de WC Experience waar zoon Gino en mijn broer Patrick in spelen. Ze genieten hier enorm van. Er worden dan onderling mooie verhalen en anekdotes uitgewisseld. Nog steeds is Huub voor mij een icoon, een levende legende, een man bovendien met een groot hart. Soms zie ik in zijn pretoogjes ook nog iets van die adelaarsblik van weleer, alsof hij nog altijd beducht is voor een afstandschot. Zeker weten dat ie de bal dan voor mijn gezicht weg ranselt. Huub Schipperen, een levende legende. Een grootheid.
