Duizenden hardlopers staan komend weekend aan de start tijdens de marathon van Rotterdam, aangemoedigd door een zee van toeschouwers in de havenstad. Björn Koreman kijkt er naar uit, de atleet uit Geertruidenberg staat eindelijk weer eens fris aan de start van een marathon. ”Dat voelt heel fijn.”
In de laatste weken in aanloop naar de marathon is Koreman flink bezig gebleven. ”Mijn zus was op de koffie en die zei: ’Voor mijn gevoel hoef je niets meer te doen, maar ik zie trainingen voorbij komen die voor een normaal mens niet te doen zijn’.”
’Niks doen’
Dat klopt ook als je naar de cijfers kijkt. ”Ik heb een paar weken gehad met tussen de 160 en 185 kilometer in de week. Nu ga je naar weken van 120 kilometer. Dat voelt als ’niks doen’. Maar een recreant doet in topweken 80 kilometer en de week voor de marathon nog 30 of 40. Dat is wel een verschilletje.”
Ik voel me fris
Koreman zegt het met een lach. Het gevoel is goed, dus voelen alle trainingskilometers lekker aan. ”Het gaat echt goed. Zeker als ik het vergelijk met vorig jaar, toen ik overtraind was. Vorig jaar was ik zo vermoeid. Ik kon het moeilijk plaatsen, alsof ik aan een draadje hing. Toen kon ik niet wachten tot de marathon voorbij was, om een rustperiode in te gaan. Dat het lichaam kon herstellen, maar mentaal ook. Nu zou ik nog wel een paar weken willen trainen. Ik voel me fris. Ik ben blij met de stap die we hebben kunnen maken, dat ik fris de marathon in ga.”
Echt goed
Hij liep onlangs al de marathonafstand, iets meer zelfs. ”Ik heb vorige week 43 kilometer gelopen, maar had er ook 50 of 60 kunnen lopen. Het was nu niet bewust, maar het was wel een lekker gevoel dat ik net over de marathonafstand heen ging. Trainingen zijn nooit langer dan 40 kilometer. Maar dit voelde echt goed. En die week ervoor had ik ook al 40 gelopen.”
Vertrouwen
De puntjes op de i zetten in de laatste weken, daar ging het om. ”Geen domme dingen doen, niks forceren. Hoe ik loop geeft vertrouwen. Maar uiteindelijk is het ook altijd een beetje mijn valkuil. Mijn trainer weet ook dat hij mij eerder af moet remmen dan dat hij er iets bij moet doen. Zeker als het zo goed voelt. Het is nu vooral zaak dit vast te houden en niets te forceren”, zegt Koreman, die in 2022 als tweede Nederlander en negende in totaal over de streep kwam. Vorig jaar had hij het veel moeilijker en wilde hij het liefst na 18 kilometer al uitstappen. Dat deed hij niet, maar een goede tijd zat er toen niet in.
Olympische Spelen
Met de uitspraken over dat goede gevoel komen ook meteen verwachtingen om de hoek kijken. Voor de Olympische Spelen van Tokio liep hij de limiet, maar werd hij niet gekozen om voor Nederland uit te komen. Over een paar maanden zijn de Olympische Spelen in Parijs, maar de limiet lopen is geen must.
De dood of de gladiolen
”De limiet is echt heel erg hard. Ik zou al superblij zijn met een persoonlijk record. Het doel is nu eerder rond de twee uur en tien minuten, liefst net eronder. Ik weet nog niet op welke tijd ik vertrek, dat zien we misschien op de dag zelf. Je moet ook het weer een beetje in de gaten houden. Nu staat er windkracht 4, dan wordt het een lastig verhaal. Misschien dat ik op de dag zelf denk: de dood of de gladiolen. Maar we zien het wel, voor nu neig ik wat meer naar ’een mooie race’ willen lopen.”
Klaar mee
Dat heeft ook met de laatste marathons die hij liep te maken, die waren niet altijd even succesvol. ”Dat speelt heel erg mee. Vorig jaar was ik na de race ook helemaal moe van de limieten. Ik ben daar klaar mee. Ik wil lekker lopen. Meer onbevangen de voorbereiding in gaan, met minder druk loop ik waarschijnlijk een lekkere race.”
Zou het niet toch?
En toch... Koreman weet het zelf. Het gaat lekker. Wat als dat zondag ook zo is als hij door de straten van Rotterdam rent? ”Misschien ga je dan stiekem denken: zou het niet toch? Het is lastig.” En dan kunnen die vele toeschouwers langs het parcours ook nog een rol spelen. ”In Rotterdam word je op handen gedragen met al dat publiek. Op die manier kan er geen buitenlandse marathon tegenop!”
